Onderzoek naar ondergrondse opslag van broeikasgas CO2

Berichten uit
2002

In februari 2002 stelt Minister Jorritsma van Economische Zaken 500.000 euro beschikbaar voor onderzoeken naar de haalbaarheid van ondergrondse opslag van het broeikasgas CO2 dat vrijkomt bij de productie van aardgas. Volgens het Kyoto-protocol moet de uitstoot van kooldioxide in de atmosfeer teruggedrongen worden en de overheid acht ondergrondse opslag van CO2 van cruciaal belang voor het klimaatbeleid op langere termijn. De opslag van CO2 op grote diepte is eigenlijk voortgekomen uit een onderzoek binnen de tuinbouwsector om CO2 's winters tijdelijk ondergronds op te slaan en 's zomers in de kassen te gebruiken als 'groeibevorderaar'. Aan het ondergronds opslaan kleven wel risico's. Het CO2 kan weglekken en mens en dier verstikken. Ook kan het zorgen voor verzuring van het grondwater of het activeren van breuken, met als mogelijk gevolg aardbevingen. De onderzoeken moeten inzicht geven in de technische en economische haalbaarheid van dergelijke opslag op specifieke Nederlandse locaties, de juridische aspecten ervan en de onder- en bovengrondse veiligheidsaspecten. Een belangrijke voorwaarde voor de opslag is dat de CO2 er voor doorlevering aan afnemers ook weer uitgehaald moet kunnen worden. De onderzoeken dienen als voorfase voor een demonstratieproject.

In augustus 2002 wordt bekend dat twee projecten voldoen aan de voorwaarden en zijn gehonoreerd. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en Gaz de France zullen de haalbaarheid van CO2-opslag in hun gasvelden onderzoeken. Ze krijgen elk maximaal 100.000 euro per project en moeten zelf hetzelfde bedrag opbrengen. NAM onderzoekt of in haar lege gasvelden in het Westland CO2 kan worden opgeslagen die geconcentreerd vrijkomt bij chemische processen in het Rotterdamse havengebied. Ook zal worden onderzocht of het gas kan worden teruggewonnen en geleverd aan kassen en industrieën. Oliemaatschappij Gaz de France Production Nederland zal de mogelijkheden onderzoeken om CO2 terug te pompen in het veld van herkomst. Gaz de France produceert al bijna dertig jaar gas uit een aantal offshore velden op het Nederlands deel van het Continentaal Plat. Het veld K12-B, dat ongeveer 100 kilometer ten noordwesten van Den Helder ligt op een diepte van ruim 3700 meter, is onderwerp van de haalbaarheidsstudie. Het veld heeft een oppervlakte van ongeveer drie bij acht kilometer. Gaz de France wil in haar onderzoek meer te weten komen over de veiligheid van methodes, de eisen waaraan koollagen moeten voldoen en welke technieken economisch haalbaar zijn.



Terug naar thema Gas- en oliewinning 2002