Ontmanteling Gasgebouw wankelt |
Berichten uit 2002 |
In 2002 bespreken regering, Shell en Esso de structuur van het Nederlandse gasbedrijf Gasunie. Sinds september 2001 wordt in het kader van liberalisering van de Europese gasmarkt regelmatig overlegd over de herstructurering van het Gasgebouw, de publiekprivate samenwerking voor winning en afzet van aardgas. In april 2002 bereiken de aandeelhouders van Gasunie (de Staat, Shell en Esso) op hoofdlijnen een akkoord over de herstructurering van het Gasgebouw. Gasunie zal ophouden te bestaan; het bedrijf wordt in drieën gesplitst. De handelsactiviteiten van het Groningse gasbedrijf worden opgedeeld door Shell en Esso en de transportactiviteiten komen in handen van de Staat. De Minister van Economische Zaken maakt in een brief aan de Tweede Kamer bekend hoe zij het gasgebouw wil herstructureren en gaat ervan uit voor het einde van het jaar een definitief akkoord voor te kunnen leggen.
In juni 2002 wordt bekend dat het CDA, sinds mei de grootste partij in de Tweede Kamer, zich tegen de plannen keert om het gasgebouw te herstructureren. Het CDA wil de voorgenomen opsplitsing van Gasunie ongedaan maken en de publieke taken van de staat binnen het gasgebouw eerst wettelijk regelen. Ook moet de marktwerking beter functioneren voordat er van privatisering sprake kan zijn.
In oktober 2002 wordt besloten dat een definitieve beslissing over de voorgenomen opsplitsing van Gasunie wordt uitgesteld tot na de verkiezingen voor de Tweede Kamer van januari 2003. Het kabinet Balkenende vindt de zaak van te groot gewicht om in zijn dan demissionaire status over te beslissen. De opsplitsing van monopolist Gasunie in drie onafhankelijke bedrijven wordt dus in ieder geval uitgesteld.
In november 2002 spreekt de tuinbouwsector zich in een brief aan de Vaste Commissie voor Economische Zaken uit tegen exclusieve toegang van Shell en Esso tot het aardgasveld in Groningen. De organisaties LTO Nederland en het Productschap Tuinbouw voorzien problemen in de voorzienings- en leveringszekerheid van gas als de ''oligopolisten'' Esso en Shell het van de Gasunie overnemen. Het aardgas in de bodem van Groningen is voor de tuinbouw van groot belang vanwege de flexibele beschikbaarheid. Op ieder gewenst moment kan de capaciteit van het aardgas in dit veld gewijzigd worden. Dat is uniek in Europa en belangrijk voor afnemers met een sterk wisselende afname, zoals de tuinbouw.
In dezelfde maand stelt het CDA tijdens de parlementaire behandeling van de begroting 2003 van het ministerie van Economische Zaken harde voorwaarden aan verdere privatisering in bedrijfstakken als energie, railvervoer en kabel. In deze sectoren moeten publieke belangen bij vitale voorzieningen als toegankelijkheid betaalbaarheid en leveringszekerheid steeds worden geborgd in wettelijke regelingen. Het CDA wil dat de Staat zijn betrokkenheid niet beperkt tot de rol van aandeelhouder, maar in de Gaswet de wettelijke taken van Gasunie-transport vastlegt: de zorg voor betrouwbare en betaalbare gasvoorziening voor de consument, een duurzaam gebruik van gasvelden en de zorg voor een goede marktwerking binnen de sector. Gasunie-transport zou zich moeten ontwikkelen tot systeembeheerder.
In december kondigt staatssecretaris Wijn van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer een uitstel van een aantal maanden aan voor er een akkoord is over privatisering en opsplitsing van de Gasunie. In de brief staat dat de besprekingen tussen Shell, Esso en de Staat over de herstructurering van het Gasgebouw moeizaam verlopen. Naar verwachting zal de afronding pas in de zomer van 2003 mogelijk zijn, en kan de nieuwe structuur op 1 januari 2004 van kracht zijn. In de brief wordt verder een aantal uitgangspunten van de demissionaire regering genoemd: