Kolenconvenant getekend |
Berichten uit 2002 |
Op 24 april 2002 wordt het convenant Kolencentrales en CO2-reductie ondertekend door de ministers van Economische Zaken en Vrom en de elektriciteitsproductiebedrijven. In het convenant wordt afgesproken dat producenten 5,8 miljoen ton CO2 minder zullen uitstoten in de periode 2008-2012, voornamelijk door meer biomassa in plaats van kolen in kolencentrales te verstoken. In ruil daarvoor zal de overheid geen nieuwe eisen stellen aan de emissie van schadelijke stoffen door kolencentrales, en de fiscale ondersteuning van stroomproductie uit verbranding van biomassa handhaven.
Het kolenconvenant is zwaar bevochten. Na twee jaar getouwtrek tussen rijksoverheid en stroomproducenten is het uiteindelijk naar de Tweede Kamer gestuurd. De provincies hebben het convenant niet willen ondertekenen. De provincies zijn verantwoordelijk voor de verstrekking van milieuvergunningen aan kolencentrales. Volgens de provincies leidt het verstoken van biomassa weliswaar tot een lagere uitstoot van CO2 maar ook tot een hogere uitstoot van kwik en andere schadelijke stoffen (stikstofoxiden en zwaveldioxide). In het convenant zijn nieuwe emissie-eisen overeengekomen voor de centrales: zo mag de kwikuitstoot toenemen van 200 naar 230 ton per jaar, en dat is hoger dan de doelstellingen in Nederland. Het ministerie van Vrom vindt de extra kwikuitstoot acceptabel omdat deze nog altijd een factor tien lager ligt dan de Europese norm.