Nieuwe Mijnbouwwet wordt aangenomen door Eerste en Tweede Kamer

Berichten uit
2002

In 2002 wordt de nieuwe Mijnbouwwet aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. Tot de nieuwe wet wordt nog gewerkt met vier wetten: de Mijnwet 1810, de Mijnwet 1903, de Wet opsporing delfstoffen en de Mijnwet continentaal plat. De nieuwe wet integreert deze wetten tot één Mijnbouwwet, die geldt voor zowel land (territoir) als zee (continentaal plat). De nieuwe wet is een sterke vereenvoudiging van de mijnbouwwetgeving en beoogt één overzichtelijk en helder kader te bieden voor een verantwoorde en doelmatige mijnbouw.

De mijnbouwwetgeving regelt de winning van delfstoffen, zoals olie, gas en zout en omschrijft de voorwaarden waaraan mijnbouwmaatschappijen moeten voldoen bij het verkrijgen van een vergunning (concessie) voor onderzoek (exploratie) en winning (exploitatie). De nieuwe mijnbouwwet voorziet ook in toekomstig gebruik van de ondergrond. De ondergrond wordt steeds intensiever gebruikt - niet alleen om er grondstoffen uit te halen, maar ook om afval of schadelijke stoffen op te slaan en om aardwarmte te winnen. De nieuwe wet is zo opgesteld dat een overzichtelijk, veilig en duurzaam gebruik van de ondergrond wordt gestimuleerd en gewaarborgd. Vergunningen en concessies voor ondergrondse activiteiten worden verleend door de Minister van Economische Zaken. Staatstoezicht op de Mijnen ziet namens de overheid toe op de naleving van de mijnbouwwetgeving met betrekking tot veiligheid en milieu. De wet bepaalt ook dat gegevens die door olie- en mijnbouwmaatschappijen worden verzameld, toegankelijk worden gemaakt voor anderen: nieuwe gegevens over de ondergrond worden na 5 jaar openbaar worden gemaakt. Voor gegevens van vóór 2003 geldt dat ze na tien jaar worden vrijgegeven.

In de nieuwe mijnbouwwet is een aantal nieuwe onderwerpen geregeld:

  • Introductie van risicoaansprakelijkheid voor schade door bodembeweging (bodemdaling, aardschokken en trillingen) en advisering door een onafhankelijke Technische commissie bodembeweging
  • Opsporing en winning van aardwarmte
  • Opslaan van stoffen in de diepe ondergrond (zoals aardgasopslag)
  • Toepasselijkheid Arbo-wetgeving voor de mijnbouw (op verzoek van het ministerie van SZW).

Het ontwerp van de nieuwe mijnwetgeving werd op 23 september 1998 aan de Tweede Kamer aangeboden. In 2001 is de behandeling van het wetsontwerp voortgezet en werd het voorstel aangevuld met regelingen voor winningsplannen, een commissie bodembeweging bij aan bodembeweging toerekenbare schade, en maatregelen om het mijnbouwklimaat op het Continentaal plat te verbeteren door staatsdeelneming in opsporingsvergunningen. Bovendien zijn wijzigingen in het afdrachtenstelsel aangebracht. Op 9 april 2002 wordt het voorstel met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer neemt het voorstel op 29 oktober 2002 zonder stemming aan. De wet zal op 1 januari 2003 in werking treden



Terug naar de thema's Gas- en oliewinning 2002 Overheid en energiebeleid 2002