Olieprijs |
Berichten uit 2002 |

In 2002 stijgt de gemiddelde maandprijs van ruwe olie (Brent spot) met 44% van 19,5 US dollar per vat in januari, tot 28,1 US dollar in december 2002. De prijs van Brent-olie is de graadmeter voor ongeveer tweederde van de verhandelde olie in de wereld.
In mei 2002 stijgt de prijs van Brent olie naar 25,7 US dollar per vat. Volgens analisten is deze piek onder andere het gevolg van de daling van olievoorraden in de Verenigde Staten en van conflicten in Israël en Irak. Dit laatste zou de olie-export uit Irak - een van de grootste olieproducenten ter wereld - en mogelijk ook andere landen uit het Midden-Oosten in gevaar kunnen brengen, waardoor de olieprijs kan stijgen. De prijsstijging in september wordt opnieuw toegerekend aan de dreiging van militaire acties in Irak. Het oliekartel OPEC besluit tijdens een bijeenkomst op 19 september 2002 de olieproductie te verhogen, om zo een verdere prijsstijging te voorkomen. Maar op 24 september breekt de olieprijs door het maximum van 28 US dollar per vat, dat OPEC gezond acht voor de markt. Het kartel streeft naar een prijs van tussen de 22 en 28 dollar. In december 2002 bereikt de olieprijs voor een vat Brent-olie op de oliebeurs in Londen uiteindelijk de hoogste piek van 30,39 dollar, het hoogste niveau in de afgelopen twee jaar. Volgens de OPEC wordt de piek onder andere veroorzaakt door een algemene staking in Venezuela, waardoor de olie-uitvoer van het land stil ligt. Venezuela is binnen de OPEC de op twee na grootste olieleverancier. Ondanks de gestegen prijs besluit de OPEC later toch om haar eigen overproductie aan banden leggen. Doordat enkele olielanden eerder gemaakte afspraken niet geheel nakwamen, lag de Opec-productie de laatste tijd naar schatting drie miljoen vaten boven het eigen gestelde maximum. Door het overschrijden van de productiehoeveelheid kan de olieprijs dalen, terwijl de OPEC er juist alles aan is gelegen de prijs op peil te houden.