Opgelegde stroomprijsverlagingen van DTe onwettig |
Berichten uit 2002 |
In februari 2002 behandelt het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) een zaak tegen DTe, aanhangig gemaakt door het Drentse energiebedrijf Rendo. Rendo vond de leveringstarieven die het van energietoezichthouder DTe in rekening moet brengen aan huishoudens en andere kleinverbruikers onterecht. Het CBB bepaalt in deze zaak dat de door DTe opgelegde stroomprijsverlagingen onwettig zijn. De leveringstarieven worden door de minister van Economische Zaken vastgesteld op advies van de DTe; CBB zegt nu dat de DTe een methode hanteert die in strijd is met de wet. Er zouden twee zaken niet in orde zijn. In de eerste plaats hanteert de DTe gedifferentieerde tarieven voor de verschillende elektriciteitsbedrijven. Daarbij gaat de toezichthouder deels uit van de werkelijk gemaakte inkoopkosten van de bedrijven. Energiebedrijven krijgen in het huidige systeem een doelmatigheidskorting deels gericht op een efficiënte bedrijfsvoering en deels gericht op een zo laag mogelijk inkoopprijs van stroom. Dit zou energiebedrijven moeten prikkelen om zo goedkoop mogelijk in te kopen. Daar heeft de consument dan weer profijt van via lagere elektriciteitsrekeningen. In dit systeem kunnen de doelmatigheidskortingen per bedrijf verschillen. De rechter oordeelde echter dat deze doelmatigheidskorting voor elk bedrijf gelijk moet zijn. In de twee plaats stelt de DTe de tarieven per kwartaal vast. Het CBB vindt dat de DTe uniforme tarieven moet hanteren en dat deze in principe voor drie jaar moeten gelden.
Meer bezwaren
De energiebedrijven hebben meer bezwaren dan de twee punten die de rechter aanvoert. De DTe wil met zijn tariefstelling zorgen dat de inkoopvoordelen die de bedrijven behalen, niet alleen ten goede komen aan de vrije afnemers maar ook terug te vinden zijn in de gebonden tarieven. De traditionele energiebedrijven vinden dit onrechtvaardig. Zij moeten namelijk concurreren met nieuwkomers op de vrije markt die niet aan gebonden afnemers leveren. Daarbij twisten de energiebedrijven ook met de DTe over de zogeheten transporttarieven die zij mogen hanteren. De DTe stelt het toegestane transporttarief jaarlijks naar beneden bij. Ook tegen deze efficiencykortingen lopen verschillende bezwaarprocedures. De DTe wil met de tot dusver gehanteerde berekeningsmethode zo laag mogelijke tarieven bewerkstelligen voor de consument.
Nieuw tariefsysteem
De tarieven die elektriciteitsbedrijven aan kleinverbruikers in rekening brengen, moeten met terugwerkende kracht opnieuw worden vastgesteld. Tegen de uitspraak van het CBB kan DTe of de overheid geen beroep aantekenen. Naar aanleiding van de uitspraak van het CBB besluit DTe een nieuwe berekeningsmethode voor elektriciteitsprijzen te ontwikkelen. In juli wordt het nieuwe systeem van de efficiëntiekorting op leveringstarieven gepresenteerd. Het is tot stand gekomen na overleg met de energiesector. Er wordt een nieuwe efficiëntiekorting vastgesteld voor leveringsbedrijven van elektriciteit (de x-factor) en deze is voor alle bedrijven 10% per jaar. Deze x-factor wordt berekend door de inkoopkosten voor elektriciteit in 2000 te vergelijken met de verwachte inkoopkosten voor 2003. Gemiddeld zullen de (verwachte) inkoopkosten in deze periode met 10% dalen. In 2004 zijn alle afnemers van elektriciteit vrij in de keuze van leverancier en zal DTe voor de levering geen maximumtarieven meer vaststellen. De nieuwe tarieven zijn vastgesteld op basis van de tarieven voor 2000, die voor ieder bedrijf verschillend waren. Voor leveranciers van elektriciteit die in 2000 al lage tarieven hadden, is een tariefbodem ingevoerd. Zij mogen deze bodem als tarief hanteren.