Energiezuinig investeren populair: beroep op EIA sterk gestegen |
Berichten uit 2002 |
In augustus 2002 wordt het jaarverslag 2001 over de EIA (energie-investeringsaftrek) gepubliceerd. Ondernemingen blijken investeringen in energiezuinige bedrijfsmiddelen en duurzame energie in 2001 jaar fors te hebben opgevoerd. De investeringen komen in totaal uit op 1,04 miljard euro, ruim 50% meer dan in 2000. Uit cijfers van Senter, het agentschap van het ministerie van Economische Zaken dat investeringsaanvragen voor fiscale aftrek beoordeelt, blijkt dat het beroep op de Energie-investeringsaftrek (EIA) sterk is gestegen. Volgens een woordvoerder van Senter is de sterke stijging vooral veroorzaakt door een grotere bekendheid bij het bedrijfsleven met de EIA. Ondernemingen trokken het meeste geld uit voor windturbines, grote warmtekrachtinstallaties en het energiezuiniger maken van bestaande processen. Maar ook thermische isolatie, energieschermen en driedimensionale dakspoilers waren in trek. Bij Senter kwamen meer dan 28.000 aanvragen binnen, waarvan 61 procent van het midden- en kleinbedrijf. Investeringen moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor EIA. Een aantal concrete voorbeelden van bedrijfsmiddelen en investeringen wordt vermeld op de Energielijst. Deze investeringen worden geacht geschikt te zijn en in aanmerking te komen voor de EIA. Deze Energielijst is echter niet limitatief: investeringen die niet vermeld worden op de lijst kunnen ook in aanmerking komen voor de EIA, mits ze aan bepaalde energieprestatie-eisen voldoen.
Uit een Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar energiesubsidies bleek dat een groot aantal freeriders gebruik maakt van de EIA. Freeriders zijn ondernemers die ook zonder de EIA-regeling wel zouden hebben geïnvesteerd in energiezuinige apparaten en technieken. De regeling voor de EIA in 2002 is naar aanleiding van dit onderzoek aangepast. Om het freeridereffect zo veel mogelijk te beperken komt een aantal investeringen niet meer in aanmerking voor EIA; dit geldt ook voor een aantal technieken. Investeringen met een hoog freerider gehalte zijn van de Energielijst geschrapt, enkele nieuwe bedrijfsmiddelen toegevoegd. De energieprestatie-eisen voor generieke energie-investeringen, die niet op de lijst worden vermeld, zijn versoepeld. De norm voor gebouwde omgeving en transport is verlaagd naar 0,4 Nm3/euro/jaar en voor processen naar 0,8 Nm3/euro/jaar. Voor beide is een maximum van 4,0 Nm3/euro/jaar ingesteld. Door de bijstelling naar beneden kunnen ook projecten met een langere terugverdientijd van de EIA gebruik maken. De bovengrens is ingesteld, omdat de projecten die boven deze grens uitkomen al voldoende economisch rendabel zijn zonder stimulering van de EIA.
Eind september worden drie fiscale regelingen voor ondernemers, waaronder de EIA, tijdelijk buiten werking gesteld. De andere twee regelingen zijn de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA). Tot en met september hebben zoveel bedrijven een beroep op deze fiscale regelingen gedaan dat het budget op is. De regelingen worden voor de rest van 2002 buiten werking gesteld.
In december 2002 wordt bekend dat ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie in 2003 opnieuw een beroep kunnen doen op de Energie-investeringsaftrek (EIA). Deze fiscale regeling wordt in 2003 op een aantal punten wel gewijzigd. De aanpassingen zijn aangekondigd in het Belastingplan 2003. De wijzigingen bouwen voort op de wens van het kabinet om het freerider-effect tegen te gaan en de kosteneffectiviteit te verbeteren. Vanaf 2003 zal de overlap tussen EIA en VAMIL (Willekeurige Afschrijving Milieu-investering) zijn verdwenen. Energie-investeringen komen niet langer voor de VAMIL in aanmerking. Verder stelt de EIA in 2003 de voorwaarde dat ondernemers op het moment dat ze een EIA aanvraag indienen in het bezit moeten zijn van een bouwvergunning die onherroepelijk is, indien voor een investering een bouwvergunning vereist is. Deze aanscherping zorgt ervoor dat energiezuinige investeringen op korte termijn voorrang krijgen op in de toekomst liggende investeringen. Opnieuw wordt de Energielijst herzien.