Wind in 2002: record aantal nieuwe windmolens, twee offshore parken en een revolutionair ontwerp

Berichten uit
2002

In 2002 wordt in ons land een record aantal windmolens geplaatst: 166 stuks. Het windvermogen in Nederland neemt toe met een vermogen van 217 MW - een absoluut record want in de afgelopen jaren plaatste ons land per jaar tussen 40 en 50 MW aan windturbines. Er worden 40 turbines met 15 MW verwijderd zodat er een netto toename is van 126 turbines en 202 MW. Van de windturbineproducenten heeft Vestas verreweg het grootste marktaandeel met 128 MW (59%). Nordex installeerde 27 MW en NEG-Micon 26 MW. In de provincie Flevoland is de toename het grootst. Daar neemt in 2002 het opgesteld vermogen toe met 126 MW (58%). In Groningen wordt slechts 1 turbine vervangen en niets bijgebouwd. Zeeland krijgt 1 nieuw windpark van 9 MW en in Friesland worden zes turbines vervangen door grotere van totaal 4,8 MW. In Noord-Holland zet vooral het windpark Oudelandertocht met 19,8 MW zoden aan de dijk. In Brabant wordt 10 MW bijgebouwd. In Zuid-Holland is de score relatief hoog met ruim 39 MW. In vergelijking met 2001 neemt het gemiddelde vermogen per turbine toe van 700 naar 1.300 kW en de rotordiameter van 45 naar 62 meter. De gemiddelde jaarproductie van een nieuwe turbine in 2002 bedraagt ca. 2,3 miljoen kWh. In 2001 was dat 1,5 miljoen. Het windaanbod is in 2002 beduidend lager. Alleen een flink windaanbod in februari voorkomt dat een nieuw dieptepunt wordt bereikt. Uiteindelijk is het aanbod ca. 93 % van een gemiddeld windjaar.

De recordgroei in Nederland is niet uniek: er vindt wereldwijd een grote groei plaats. Over de hele wereld worden in 2002 windmolens met een totaal vermogen van 6868 megawatt (MW) geïnstalleerd, een record. Het totale vermogen uit windenergie komt daardoor op iets meer dan 31.000 MW. (Cijfers van het Amerikaanse AWEA en het Europese EWEA, koepelorganisaties voor windenergiebedrijven.) Sinds 1998 is de capaciteit om energie uit windkracht op te wekken verviervoudigd. De gemiddelde toename over de afgelopen vijf jaar bedroeg jaarlijks 32 procent. Windenergie is daarmee de snelst groeiende energiebron. Van het totale vermogen over de hele wereld is 90 procent te vinden in de Verenigde Staten en Europa. Deze twee werelddelen nemen in 2002 93 procent van de toename voor hun rekening.

Toenemende spanning rond windmolens?
In februari komt het Energierapport 2002 uit. De vraag naar duurzame energie is flink toegenomen, maar de ontwikkeling en het aanbod ervan blijven achter bij de doelstelling. En dat terwijl vooral de kansen voor windenergie groot zijn in Nederland: voor windvermogen acht het kabinet 1500 MW op land mogelijk in 2010 en 6000 MW op zee in 2020. Maar het Energierapport signaleert ook gewag toenemende spanning tussen het belang van energiewinning en de belangen van milieu en ruimtegebruik voor locaties voor windturbines. Het kabinet wil de procedures rond het bouwen van windturbines eenvoudiger en korter maken. Inspraak zou beperkt moeten blijven tot één moment, niet telkens opnieuw bij diverse vergunningen.

Ook de Rijksuniversiteit Groningen signaleert deze toenemende spanning, in een rapport dat in dezelfde maand uitkomt. Een aantal grote windmolens vlak over de Gronings-Duitse grens maakt meer lawaai dan vóór de bouw was ingeschat. Wetenschappers hebben metingen verricht in de buurt van Bourtange, waar op 380 meter aan de Duitse kant van de grens een windmolenpark in aanbouw is en drie molens al draaien. Op een hoogte van vele tientallen meters blijkt het tot drie maal harder te waaien dan bij de plaatsing werd aangenomen en is er dus meer lawaai van de molenwieken.

De Duitse windmolens zijn een steen des aanstoots in een inmiddels jarenlang durend dispuut tussen Duitsers en Nederlanders. De Groningers zijn fel gekant tegen de komst van een windmolenpark vlak over de grens. Volgens de bewoners is het geluidsniveau van de draaiende wieken juist in de stilte van het platteland zeer storend.

In maart dwarsboomt de Tweede Kamer het plan voor een windmolenpark langs de Afsluitdijk. De provincies Friesland en Noord-Holland willen 109 windturbines laten plaatsen aan weerszijden van de Afsluitdijk in het IJsselmeer en de Waddenzee, om schone energie te stimuleren. Het kabinet wil de bouw wel toestaan mits deze niet te veel schade zou berokkenen aan bedreigde vogelsoorten. Ook het open karakter van het gebied mag niet worden aangetast. Een Kamermeerderheid van PvdA, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en SP is er van overtuigd dat de turbines het gebied te zeer zullen aantasten. Sommige partijen halen onderzoek aan waaruit zou blijken dat zich jaarlijks 14.000 vogels te pletter vliegen in de molens, waaronder zeldzame eendensoorten.

Twee offshore windmolenparken
In maart blijkt dat Shell en Nuon het offshore windpark uit de kust van Egmond mogen bouwen. Op advies van de Commissie Near Shore Windpark wijst minister Jorritsma van Economische Zaken het consortium NoordzeeWind, een samenwerkingsverband van Shell Wind Energy en Nuon Duurzame Energie, aan voor bouw en exploitatie van het Near Shore Windpark (NSW) in de Noordzee. NoordzeeWind is één van de vier consortia die in januari 2002 bij het Projectbureau CO2-reductieplan een voorstel indienden voor de bouw en exploitatie van het windpark. De drie partijen die in dit geval naast de boot vallen zijn E.On Benelux Services, North Sea Wind Power (een consortium bestaande uit Siemens Nederland, Heijmans en Van Oord ACZ) en een consortium van de partijen Electrabel Nederland, Vestas Nederland Windtechnologie, Jan de Nul en Fabricom Electrical.

Belangrijk doel van het windpark is, naast de productie van groene energie, het genereren van kennis voor de bouw van toekomstige windturbineparken verder op zee, buiten de twaalf mijlszone. Het windpark wordt ruim 10 kilometer uit de kust van Egmond aan Zee gebouwd. NoordzeeWind plaatst 36 windturbines op zee met elk een vermogen van 2,75 MW, samen goed voor bijna 100 MW duurzame energie. Na een exploitatieperiode van 20 jaar wordt het park verwijderd.

De commissie beoordeelt de projectvoorstellen op de kwaliteit van de aanbieder, de kwaliteit van het projectvoorstel, de financiële onderbouwing en het demonstratiekarakter van het park. Bij dit laatste punt gaat het er vooral om dat men de opgedane kennis en ervaring binnen dit project kan inzetten bij toekomstige parken verder op zee. NoordzeeWind scoort op al deze punten het hoogst. Zo is het ontwerp en de realisatie van het park zeer innovatief en besteedt NoordzeeWind veel aandacht aan onderzoek naar de effecten van het park op bijvoorbeeld vogels en onderwaterleven. NoordzeeWind is bijvoorbeeld ook van plan in Egmond aan Zee een bezoekerscentrum in te richten en wil de mogelijkheid bieden om het park per boot vanuit IJmuiden te bezoeken.

Voordat de bouw kan beginnen, moet NoordzeeWind nog verschillende procedures doorlopen. Zo moet men nog de benodigde vergunningen verkrijgen. Om de realisatie te bespoedigen sluiten NoordzeeWind, de minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Financiën een overeenkomst voor de bouw van het windpark. NoordzeeWind vraagt voor de realisatie een subsidiebijdrage van ruim 27 miljoen euro. Van dit bedrag is een groot deel bestemd voor onderzoek.

De Stichting Duinbehoud heeft inmiddels bezwaar aangetekend tegen de Planologische Kernbeslissing (PKB) die de bouw van het park voor de kust bij Egmond mogelijk maakt, onder meer omdat het te dicht bij de kust zou liggen.

In april wordt bekend dat er nog een offshore windpark komt, voor de kust van IJmuiden. Het zal gebouwd worden door Belgische energiebedrijf Electrabel. Het windpark heet Q7-WP en komt 23 kilometer uit de kust te liggen. Het project is een initiatief van bureau E-connection en kost 250 miljoen euro. In het park komen 60 windturbines te staan van 2 Megawatt die door fabrikant Vestas worden geleverd. De capaciteit van deze turbines is voldoende om 118.000 huishoudens van stroom te voorzien. De bouw en het onderhoud zijn in handen van Smit Maritime Contractors, Jan de Nul, Fabricom en ABB. Fortis zorgt voor de financiering. In april 2003 wordt met de bouw begonnen en in september van dat jaar kan het park operationeel zijn. Q7-WP is een opvallend project. Het is een niet gesubsidieerd particulier initiatief en het ligt buiten de twaalfmijlszone. Het Egmondse windpark, dat dichter onder de kust ligt, krijgt 27 miljoen subsidie omdat het ook een onderzoeksproject is.

Revolutionair type windturbine in Vlieland
In april 2002 komt een revolutionair type windturbine naar ons land. Vlieland maakt dan bekend in de toekomst energie te willen opwekken uit een revolutionair type windturbine. Het gaat om een windrotor zonder wieken. Vogels kunnen niet in de turbine vliegen. De installatie is slechts twintig meter hoog, een stuk lager dan een gewone windturbine. De vorm van de windturbine is te vergelijken met een boor. Door deze specifieke vorm kan de turbine de wind zonder hulp van wieken opvangen. Deze verticale turbine wordt nog niet in Nederland gebruikt, er is alleen een prototype in de Verenigde Staten. Vlieland hoopt de windturbine over anderhalf tot twee jaar te plaatsen.



Terug naar de thema's Overheid en energiebeleid 2002 Duurzame energie 2002