WKK in 2002: weinig hoopvolle berichten uit de sector en van de overheid |
Berichten uit 2002 |
2002 is een matig jaar voor warmte/kracht. Wkk-centrales zijn in de problemen gekomen door de liberalisering van de Europese energiemarkt. Stroom uit het buitenland, opgewekt met onder andere kolen en kernenergie, is goedkoper dan elektriciteit van wkk-centrales in ons land. De meeste wkk-units draaien met verlies vanwege de hoge gasprijzen en lage stroomprijzen. 10-15% van de stroomproductie in de EU komt in 2002 uit wkk-centrales. De bijdrage van de lidstaten loopt sterk uiteen. Denemarken, Finland en Nederland gaan aan kop met een wkk-aandeel tot 50%. Energiezuinige, gasgestookte wkk's worden in Nederland al op grote schaal gebruikt in energie-intensieve industrieën zoals de chemie, maar ook in de glastuinbouw. In Frankrijk, Griekenland en Ierland blijft het belang van wkk steken op enkele procenten. De Europese Commissie wil dat de EU-landen meer elektriciteit via de energiebesparende en milieuvriendelijke warmte/krachtcentrales opwekken. Deze centrales zijn vrijwel altijd op aardgas gestookt en zijn minimaal 10% zuiniger dan conventionele centrales. De Europese Commissie ziet hierin een goede mogelijkheid om het energieverbruik en de CO2-uitstoot terug te dringen. De Nederlandse Staat subsidieert de wkk’s in 2002 met 136 miljoen euro via de volgende regelingen: afdrachtskorting voor aan het net geleverde elektriciteit, REB-vrijstelling op aardgas en eigen verbruik elektriciteit, EIA en VAMIL.
Uit onderzoek blijkt dat wkk inderdaad leidt tot CO2-reductie. In mei 2002 maken ECN en RIVM in een gezamenlijk onderzoek bekend dat het milieu- en klimaatbeleid van de overheid in de periode 1990-2000 voor ruim 10 % minder uitstoot van broeikasgassen heeft gezorgd (ongeveer 27 Mton). Vooral het beleid voor warmte/krachtkoppeling, industriële fluorgassen, afvalverwerking en energiebesparing leidde tot een CO2-reductie. Het effect van het beleid op wkk is apart geanalyseerd. Het vermogen aan wkk blijkt in de onderzochte periode (1990-2000) flink gegroeid te zijn. In Nederland steeg het elektrisch vermogen van 3000 MW in 1990 tot 7400 MW in 2000. Volgens ECN komt dit door een combinatie van factoren: de lage gasprijs in de jaren negentig, de stimulering door de overheid, en de aandacht van energiebedrijven voor energiebesparing.
Wkk onrendabel in papier- en tuinbouwsector
In maart komt er slecht bericht uit de papiersector. De eigen installaties voor warmte/krachtkoppeling brengen de Nederlandse papier- en kartonindustrie in financiële problemen. De hoge prijs voor aardgas, die nodig is voor opwekking van stoom en elektriciteit, maakt de installaties onrendabel. De sector zoekt de oorzaak in een haperende liberalisering van de Europese energiemarkt; de vrijmaking van de gasmarkt verloopt trager dan die van de elektriciteitsmarkt. Ten opzichte van de stroomprijzen blijven de gasprijzen nog relatief hoog. Dat is in het nadeel van eigenaren van wkk-centrales die stoom (voor hun bedrijfsprocessen) en elektriciteit opwekken met gas. De verkoop van elektriciteit moet de duurdere wkk-centrale rendabel maken. Maar nu de elektriciteitsprijzen dalen is de vergoeding niet hoog genoeg meer. Met name 's nachts, als het stroomverbruik terugloopt, levert de elektriciteit zo weinig op dat bedrijven de warmte/krachtinstallaties buiten werking stellen. De papierfabrikanten hebben het probleem al bij het ministerie van EZ onder de aandacht gebracht.
In juli maken de energiebedrijven en de tuinbouwsector bekend dat de glastuinbouw steeds minder wkk-units gebruikt. Sinds begin 2001 is het opgestelde vermogen in de glastuinbouw verminderd en met name de kleinere installaties tot een vermogen van 300 kWe zijn weggevallen. Het aantal draaiuren van vrijwel alle wkk-installaties is verminderd door niet meer ’s nachts en in de weekends te draaien. Bovendien worden er in de glastuinbouw nauwelijks meer nieuwe projecten met wkk-installaties geïnitieerd. Volgens de energiebedrijven zijn de overheidsmaatregelen ontoereikend om wkk van energiebedrijven op glastuinbouwbedrijven verder uit te bouwen.