Notitie milieubeleid 2002-2006: Vaste waarden, nieuwe vormen

Berichten uit
2002

In november 2002 komt de notitie Vaste waarden, nieuwe vormen uit. In de notitie wordt het milieubeleid voor de periode 2002-2006 beschreven. Economische groei mag niet ten koste gaan van het milieu, Nederland houdt vast aan de internationale klimaatafspraken en zet in op een krachtig internationaal milieubeleid. De lange-termijn ambities uit het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP4) blijven gehandhaafd. Het gebrek aan extra geld noopt wel tot een aanpassing van de uitvoering van de milieudoelstellingen op korte termijn (tot 2010). Hiervoor werkt het kabinet aan alternatieve maatregelen, zet het bestaande budgetten gerichter in, stelt het nadere prioriteiten en zal het zo nodig de doelstellingen later realiseren. Naast een krachtige inzet op Europees niveau, moet het Nederlandse milieubeleid de eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties beter stimuleren, gemeenten en provincies meer beleidsvrijheid geven, regelzucht terugdringen en handhaving van bestaande milieuregels verder professionaliseren.

Transities
Het milieubeleid moet -hier en nu, maar ook elders en later- een bijdrage leveren aan een gezond en veilig leven, in een aantrekkelijke leefomgeving en te midden van een vitale natuur, zonder de aantasting van de wereldwijde biodiversiteit of de uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Voor deze lange termijn ambities is een omslag nodig naar een duurzame energiehuishouding, duurzame landbouw, duurzame mobiliteit en een duurzaam gebruik van biodiversiteit. De aanpak van dit zogeheten transitieproces gaat onverminderd door met experimenten en kennisuitwisseling, door aansluiting te zoeken bij koplopers en eventuele belemmeringen voor innovatie weg te nemen. Daarbij staat voorop dat bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers meer ruimte krijgen om zelf initiatieven en creativiteit te ontplooien.

Internationaal beleid
Sterker dan voorheen maakt Nederland zich hard voor een krachtig internationaal milieubeleid in het algemeen en Europese coördinatie en harmonisatie in het bijzonder. In veel gevallen is het Europese niveau immers optimaal milieudoelstellingen te bereiken zonder daarmee de positie van het Nederlandse bedrijfsleven te benadelen. Het kabinet komt nog dit jaar met een Europese duurzaamheidsagenda. Daarin staan de ambities op het gebied van milieu, natuur, eerlijke handel en armoedebestrijding en hoe het kabinet deze denkt te verwezenlijken binnen Europa. Als concrete vertaling van de afspraken die onlangs tijdens de wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg zijn gemaakt, is het Actieprogramma Duurzame Ontwikkeling in de maak met maatregelen die zich zowel op het binnen- als buitenland richten.

Klimaat
Eén van de prioriteiten op korte termijn (tot 2010) is de kostenefficiënte uitvoering van de internationale verplichtingen uit het Kyoto-Protocol. Voor Nederland betekent dit dat de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 gemiddeld 6 procent lager moet zijn dan in 1990. Om er zeker van te zijn dat dit lukt, wil het demissionaire kabinet als extra maatregel het bestaande convenant met de chemische industrie uitbreiden met een afspraak over de vermindering van de emissie van lachgas (N2O), een broeikasgas dat bij de salpeterzuurfabricage vrijkomt. Deze maatregel levert een vermindering op die gelijk staat aan 5 Megaton CO2. Andere acties op korte termijn zijn:

  • Stimulering van de binnenlandse productie van duurzame energie via de nieuwe regeling Milieukwaliteit Elektriciteits Productie (MEP);
  • Voorbereiding van de implementatie EU-richtlijn over emissiehandel, waarbij Nederland zich hard maakt voor een beloning voor bedrijven die zich in het verleden meer dan gemiddeld hebben ingespannen;
  • Vaststelling van de streefwaarden voor CO2-emissie voor 2010 voor de sectoren industrie, verkeer en vervoer, landbouw en gebouwde omgeving.

Lokale luchtkwaliteit
Op veel plekken in Nederland worden de luchtkwaliteitsnormen niet gehaald. De drukke snelwegen in het stedelijk gebied waarlangs circa 2100 woningen ernstige hinder ondervinden, vormen de kern van deze problematiek. Omdat hiervoor op dit moment geen extra geld beschikbaar is, kunnen de in het NMP-4 voorgestelde infrastructurele, integrale oplossingen zoals overkluizingen, niet plaatsvinden. Daarom werkt het kabinet aan een pakket met alternatieve maatregelen.

Zo kan bij de grootste knelpunten de verlaging van de maximumsnelheid uitkomst bieden, zoals nu bij Rotterdam Overschie het geval is. Zodra de effecten van dat experiment bekend zijn, valt het besluit of die maatregelen ook op andere plekken in Nederland worden toegepast. Door de ontwikkeling van schoner wegverkeer kan de luchtkwaliteitsnormstelling op veel plekken overigens wel op overzienbare termijn worden gehaald. Ander voorbeelden van alternatieve maatregelen zijn: verkeersmanagement en optimale brandstofmix. Bovendien wil Nederland een aanscherping van de Europese emissie-eisen voor auto's, vrachtwagens, scheepvaart, vliegtuigen en goederenverkeer. Om de technologische innovatie meer tijd te geven, wil het kabinet de doelstellingen van het Besluit Luchtkwaliteit van 2010 naar 2015 verschuiven.

Fiscale instrumenten
De huidige energiepremieregeling wordt gewijzigd en richt zich alleen nog op de meest kosteneffectieve en vernieuwende apparaten en maatregelen; de gedeeltelijke afschaffing van de fiscale voordelen van groen beleggen zal worden geëvalueerd en de nieuwe MEP-regeling wordt geïntroduceerd.



Meer informatie
Energiezuinig investeren populair: beroep op EIA sterk gestegen
Nieuwe stimuleringsregeling Milieukwaliteit elektriciteitsproductie (MEP)

Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2002