Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg |
Berichten uit 2002 |
Van 26 augustus tot en met 4 september vindt in Johannesburg de Wereldtop over duurzame ontwikkeling plaats. De Nederlandse delegatie wordt geleid door minister-president Balkenende, die wordt vergezeld door de staatssecretarissen Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) en Van Geel (VROM). De conferentie moet een nieuwe impuls geven aan afspraken die 10 jaar geleden in Rio de Janeiro zijn gemaakt over duurzame ontwikkeling. Op de top zijn 50.000 mensen aanwezig, onder wie staatshoofden en regeringsleiders. Uitgangspunt voor de Nederlandse inzet in Johannesburg zijn de afspraken die in Doha (de vierde ministeriële conferentie van de wereldhandelsorganisatie WTO) en in Monterrey (de conferentie over ontwikkelingsfinanciering) zijn gemaakt over handel en ontwikkeling en de financiering van ontwikkeling. Nederland zet zich op de conferentie in het bijzonder in voor twee belangrijke zaken op het gebied van duurzame ontwikkeling: water en energie. Daarbij ligt de nadruk op Afrika. Daarnaast vraagt Nederland aandacht voor de thema's duurzame productie- en consumptiepatronen, armoedebestrijding, duurzame draagkracht van natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit, gezondheid en veiligheid, doelmatig mondiaal bestuur en financiering van ontwikkeling.
Alhoewel er geen harde doelstellingen worden vastgelegd, is staatssecretaris Van Geel positief over het akkoord dat in Johannesburg wordt bereikt over duurzame energie. Van Geel vindt niet dat het loslaten van harde doelstellingen, zoals het verhogen van het aandeel duurzame energie tot 15 procent in 2010, per se een verlies betekent. Hij is het daarin oneens met milieugroepen. Het aandeel is nu 14 procent en in het akkoord staat dat er een substantiële verbetering moet komen. In de tekst staat ook dat daar op wordt toegezien door middel van een actieplan voor monitoring en regelmatige evaluatie. Opmerkelijk is dat kernenergie en energie uit grootschalige waterkrachtcentrales in het akkoord onder de categorie duurzaam worden gerekend. Een aantal landen, waaronder Nederland, heeft al afgesproken dat zij voor zichzelf kern- en waterkrachtenergie niet meetellen. Ook heeft Nederland zich vrijwillig gebonden aan de 2 procent-norm, die inhoudt dat het aandeel duurzame energie in 2010 tenminste 2 procent hoger moet zijn dan in 2000. Voor Nederland is dit geen extra doelstelling omdat al is afgesproken dat dit in 2010 in totaal 5 procent moet zijn, tegen 1,9 in 2000. Een ander belangrijk punt van het akkoord is dat de subsidies die duurzame energie belemmeren worden afgebouwd. Dit betekent bijvoorbeeld dat de bruinkoolindustrie in Duitsland het in de toekomst zonder steun zal moeten stellen.
In november lanceert de regering naar aanleiding van de wereldtop het actieprogramma voor Duurzame Ontwikkeling: Duurzame Daadkracht. In het actieprogramma wordt aangegeven hoe invulling zal worden gegeven aan de afspraken die tijdens de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling in september in Johannesburg zijn gemaakt. Nederland zal onder andere deelnemen aan een aantal partnerships, samenwerkingsverbanden tussen overheden, bedrijven, internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties (ngo's). Nederland gaat ervan uit dat bedrijven en ngo’s extra kennis, ervaring en geld inbrengen. Het actieprogramma bevat concrete maatregelen gericht op de vijf thema's die door secretaris-generaal van de Verenigde Naties als prioriteiten zijn aangegeven: water, energie, gezondheid, landbouw en biodiversiteit. Het kabinet voegt daar het thema handel en investeringen aan toe, vanwege de bijdrage die zij kunnen leveren aan het bereiken van duurzame ontwikkeling, en meer in het bijzonder armoedebestrijding.