Rekenkamer vindt Nederlands klimaatbeleid ontoereikend

Berichten uit
2002

Het beleid om de broeikasgassen te verminderen is niet meetbaar, onsamenhangend en de uitvoering ervan verloopt traag. Het halen van een flinke reductie van de CO2-uitstoot in 2010, zoals afgesproken in het verdrag van Kyoto, is daarom onzeker. Het eventuele succes is bovendien meer afhankelijk van economische groei en de energieprijs dan van beleid. Dit oordeel velt de Algemene Rekenkamer in het rapport Bestrijding uitstoot broeikasgassen, dat zij op 21 maart 2002 - nog ten tijde van het kabinet Kok II - uitbrengt.

Minister Pronk (VROM) gelooft daarentegen nog steeds dat de beoogde vermindering van de uitstoot ervan komt, zo blijkt uit een reactie die in het Rekenkamer-rapport is opgenomen. Wel zal hij op aanraden van het toetsinstituut doelen opstellen voor de reductie van broeikasgassen per sector. Ook de aanbeveling om het beleid van CO2-reductie te verbreden tot bijvoorbeeld de binnenvaart neemt hij over. Nederland moet volgens het Kyoto-protocol, waarmee de Tweede Kamer onlangs instemde, in 2008-2012 zorgen voor 6% minder broeikasgassen dan in 1990. In 2000 was het echter 3% meer. Binnen de Europese Unie is afgesproken dat lidstaten maximaal de helft van de reductie in het buitenland mogen bereiken, bijvoorbeeld door milieumaatregelen in Oost-Europa te betalen.

De Rekenkamer concentreerde zich op de winst die wij in eigen land moeten boeken. Uit het rapport blijkt dat het effect van belastingmaatregelen die zuinig energiegebruik en 'groen beleggen' bevorderen onduidelijk is. Alleen de zogenaamde ecotax is in de ogen van de Rekenkamer probaat, omdat hierbij wel een meetbaar en tijdgebonden doel is gesteld. Het valt de rapporteurs ook op dat de uitvoering van het beleid moeizaam op gang komt. Van de 425 miljoen euro die het kabinet in 1997 bestemde voor klimaatbeleid is pas 21 miljoen daadwerkelijk uitbetaald aan projecten. Ook matige vorderingen bij de herstructurering van de glastuinbouw noemt de Rekenkamer als voorbeeld. Het kabinet wijst het advies om de minister van Vrom meer mogelijkheden te geven om het beleid van andere departementen te coördineren van de hand.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2002