Gemeenten en provincies krijgen subsidie voor klimaatbeleid

Berichten uit
2002

Het ministerie van Vrom stelt in maart 2002 bijna 39 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten en provincies om het klimaatbeleid te stimuleren. Gemeenten en provincies kunnen vanaf 1 maart 2002 tot 1 augustus 2004 de subsidie aanvragen. Met deze bijdrage moeten de overheden hun klimaatbeleid intensiveren. De subsidie is met name bedoeld voor het dekken van extra personeelskosten, communicatie en onderzoek voor bijvoorbeeld energiebesparing en duurzame energie. De bijdrage bedraagt maximaal de helft van de uitvoeringskosten. De andere helft moeten gemeenten en provincies zelf betalen. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal inwoners en het grondoppervlak van de gemeente of provincie.

Energiebesparing in de bebouwde omgeving hangt samen met het aantal inwoners. De hoeveelheid grondoppervlak bepaalt de mogelijkheden voor duurzame energie, bijvoorbeeld de inrichting van windmolenparken, biomassacentrales en zonne-energieprojecten. In februari ondertekende het Rijk het klimaatconvenant met VNG en IPO, de belangenorganisaties van gemeenten en provincies. Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van dit convenant moet tenminste 40% van de gemeenten en de provincies het klimaatbeleid hebben geïntensiveerd.

Het convenant moet een flinke bijdrage leveren om aan de verplichtingen van het Kyoto Protocol uit 1997 te voldoen. Nederland moet vanwege dit protocol in de periode 2008-2012 de uitstoot van broeikasgassen met gemiddeld 6% verlagen ten opzichte van 1990. In het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl (BANS) hebben het kabinet, VNG en IPO afgesproken dat zij een overzicht zullen opstellen van de activiteiten die gemeenten en provincies kunnen uitvoeren of intensiveren voor de uitvoering van klimaatbeleid. De nu toegezegde subsidie is daartoe een steun in de rug van de rijksoverheid.



Terug naar de thema's Overheid en energiebeleid 2002 Duurzame energie 2002