Evaluatie Elektriciteitswet 1998 en Gaswet 2000 |
Berichten uit 2002 |
Op 1 maart 2002 stuurt Minister Jorritsma van Economische Zaken een brief naar de Tweede Kamer over de evaluatie van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. 2000. De evaluatie heeft plaatsgevonden aan de hand van een kwantitatieve analyse en gesprekken met marktpartijen over hun ervaringen.
De hoofdconclusie van de evaluatie is dat een belangrijke herziening van de wetten op dit moment onnodig en onwenselijk is. Een van de marktpartijen stelt: "je moet de regels niet wijzigen tijdens het spel". Wel dient daar waar dat nodig is een scherpere scheiding te worden aangebracht tussen regelgevende bevoegdheden, het toezicht daarop en de geschillenbeslechting die daarbij hoort. De praktijkervaring zal in een aantal gevallen leiden tot voorstellen voor relatief kleine aanpassingen van artikelen in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet 2000. Op een aantal onderdelen is de praktijk nog onvoldoende gevorderd om al definitieve conclusies te trekken. Ook zijn er nog situaties waarbij beslissingen van de toezichthouder onder de rechter zijn. De evaluatie levert geen afgerond eindoordeel over de wetgeving. Het is werk in uitvoering.
In de brief aan de Tweede Kamer wordt eerst een algemeen beeld geschetst van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt. Vervolgens komen drie aspecten aan bod, die tijdens de Kamerbehandeling van beide wetten volop in discussie zijn geweest: de positionering van het toezicht, de voorzieningszekerheid en de prijzen voor de vrije markt respectievelijk de tarieven voor beschermde afnemers.
Werking elektriciteits- en gasmarkt
De afgelopen jaren is sprake geweest van een sterk toenemende dynamiek op de energiemarkt. De elektriciteitsmarkt loopt daarin voorop, omdat de liberalisering daar eerder is gestart. Er zijn tal van nieuwe leveranciers tot de markt toegetreden voor de levering aan vrije afnemers. Geconcludeerd wordt dat er geen wezenlijke belemmeringen zijn om als leverancier toe te treden tot de Nederlandse markt en dat daarmee één van de hoofddoelen van de wetgeving is bereikt.
Positionering van het toezicht
Een van de belangrijkste conclusies van de evaluatie betreft de ontstane verhouding tussen regelgeving en beleid enerzijds en toezicht en handhaving anderzijds. De Minister neemt zich voor onduidelijkheden weg te nemen door beleidsregels op te stellen, die een nader normering zullen geven aan de uitoefening van bevoegdheden door het DTe.
Voorzieningszekerheid
Er zijn geen aanwijzingen dat de leveringszekerheid van elektriciteit de komende twee jaar in gevaar zal komen door een tekort aan productiecapaciteit. De Minister overweegt de taken van Tennet uit te breiden met de taak van het periodiek verzamelen van informatie en rapporteren over de stand van zaken met betrekking tot de lange termijn leveringszekerheid en het zonodig contracteren van reserve vermogen. Daarnaast zal onderzocht worden welke eisen aan productiereserves moeten worden gesteld. De leveringszekerheid van gas is voldoende gewaarborgd door middel van gecontracteerde productie uit Nederlandse velden, import uit Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Rusland. Vanuit de handhaving van de mijnbouwwetgeving wordt de productie nauwlettend gevolgd.
Marktprijzen voor gas en elektriciteit
Ondanks de sterke stijging van de olieprijs met name na 1999 is er voor de vrije afnemers slechts sprake van een beperkte stijging van de gasprijs en zelfs een beperkte daling van de elektriciteitsprijs. Uit een recent onderzoek in opdracht van DTe blijkt dat het Nederlandse bedrijfsleven voor het grootste deel te maken heeft met een lager integraal elektriciteitsprijsniveau dan in Duitsland. De elektriciteitsprijs exclusief transportkosten in Duitsland ligt weliswaar lager dan in Nederland, maar de Duitse nettarieven zijn aanzienlijk hoger. Voor enkele zeer grote industriële bedrijven lijkt het beeld voor de Nederlandse bedrijven minder gunstig in vergelijking met hun concurrenten in Duitsland. Op de gasmarkt is ten aanzien van tarieven een stelselwijziging gaande die tot veel discussie heeft geleid.
Kritische reactie marktpartijen
Verschillende marktpartijen hebben kritisch gereageerd op het evaluatierapport. De reacties van de VOEG (belangen organisatie energie handelaren), van de Gasunie, van het Productschap Tuinbouw en LTO-Nederland en van de Consumentenbond zijn te vinden op de internetsite van het Ministerie van Economische Zaken. De volgende kritiekpunten worden door meerdere partijen gedeeld: