Uitstoot Pechiney daalt met 75 procent

Berichten uit
2002

Aluminiumsmelter Pechiney Nederland N.V. (PNL) begint in 2002 met de modernisering van haar fabriek in Vlissingen-Oost. De kosten bedragen 113 miljoen euro. De modernisering moet leiden tot een verminderde uitstoot van vooral CO2-gassen. De aanpassingen moeten ook het energiegebruik omlaag brengen en de arbeidsomstandigheden verbeteren. Het project omvat de modernisering van het elektrolyseproces, aanpassing van de gieterij-installaties en de bouw van een nieuwe bakoven. De modernisering neemt bijna twee jaar in beslag. De aluminiumproductie kan na de voltooiing worden verhoogd met circa 50.000 ton per jaar. (anp)

Pechiney begint in oktober 2002 met de ombouw van haar 512 elektrolyseovens. De productie stijgt met 25 procent en de uitstoot van broeikasgassen daalt met bijna 1,3 miljoen ton CO2 naar nog geen 0,1 miljoen ton. Dat is 5 procent van de reductie die Nederland in 2010 in eigen land wil realiseren. De productie van aluminium vergt veel elektriciteit. Bij discussies over broeikasgassen wordt dan ook meteen gedacht aan de uitstoot bij de elektriciteitsproductie. Het bedrijf Pechiney zelf stoot ongeveer eenzelfde hoeveelheid broeikasgassen uit in de vorm van perfluorkoolstoffen (pfk’s). Een kilogram ervan heeft eenzelfde effect als 8.000 kilogram CO2. Dat er pfk’s vrijkomen is al langer bekend; maar niet dat ze schadelijk zijn.

De pfk’s ontstaan wanneer het productieproces niet optimaal verloopt. Aluminium wordt geproduceerd door de elektrolyse van aluinaarde (Al2O3). De zuurstof bindt zich aan de koolstof van de anode tot koolstofdioxide. De elektrolyse vindt plaats bij 950°C in een bad van gesmolten fluorzouten waarin de aluinaarde oplost. Het proces verloopt optimaal, met het laagste elektriciteitsverbruik, bij een concentratie van 1 a 2 procent aluinaarde in het bad. Bij hogere concentraties neemt de elektrische weerstand toe en stijgt het elektriciteitsverbruik. Bij een concentratie onder de 1 procent treedt het zogenaamde anode-effect op: de fluorzouten ontleden en vormen met de koolstofanode perfluorkoolstoffen (CF4 en C2F6).

De concentratie is veel beter in de hand te houden door de aluinaarde op een andere manier toe te voeren. Tot nu toe vindt de aanvoer plaats aan de zijkant, tussen de anodes en de ovenkant, over de volle lengte. Eens in de 2 uur wordt 200 kg aluinaarde toegevoerd. In de toekomst gebeurt de aanvoer veel regelmatiger op twee plaatsen midden tussen de anodes. Elke minuut wordt bijna twee kilogram aluinaarde gedoseerd. Met dit systeem daalt het aantal anode-effecten per over van 3 a 4 per dag naar 0,15. Door de overschakeling van zij- naar middenvoeding ontstaat aan de zijkant ruimte voor grotere anodes. Dit maakt een productiestijging met 25% mogelijk naar 250.000 ton aluminium per jaar. Door de forse afname van pfk’s daalt de totale uitstoot van broeikasgassen met 75%.



Terug naar thema Energiebesparing 2002