Klimaatconferentie in Delhi over voortgang Kyoto-protocol

Berichten uit
2002

Van 23 oktober tot en met 1 november 2002 wordt in Delhi de klimaatconferentie COP8 gehouden. Staatssecretaris van Geel vertegenwoordigt Nederland tijdens het ministeriële gedeelte van de conferentie van 30 oktober tot en met 1 november. Tijdens deze klimaattop staat de voortgang van de uitvoering van het Kyoto protocol centraal. De deelnemers bespreken welke extra stappen nodig zijn na 2012 om de emissie terug te dringen. Ook wordt gesproken over de relatie klimaat en duurzaamheid. Tevens werken de deelnemende landen, als vervolg op de akkoorden van Bonn (COP6) en Marrakech (COP7), een aantal vooral technische afspraken uit. COP8 is in zekere zin een ‘tussen-top’ omdat de onderhandelingen over het Kyoto Protocol zijn afgerond tijdens COP6 en COP7, maar de inwerkingtreding nog geen feit is. Inmiddels hebben 95 landen, waaronder alle EU landen en Japan, het Kyoto protocol geratificeerd. Deze landen zijn samen verantwoordelijk voor 37% van de totale emissies van de geïndustrialiseerde landen in 1990. Het protocol treedt in werking als het is geratificeerd door tenminste 55 landen die gezamenlijk voor tenminste 55% van de uitstoot verantwoordelijk zijn.

In Delhi tekent Van Geel een klimaatovereenkomst met Uruguay om gezamenlijk de uitstoot van broeikasgassen aan te pakken. In de samenwerkingsovereenkomst is afgesproken dat Nederland maximaal 5 miljoen ton CO2 reducties in Uruguay kan kopen die daar worden uitgespaard met duurzame projecten. Nederland mag deze uitgespaarde tonnen CO2 bijtellen bij de eigen reductieverplichting. De overeenkomst met Uruguay is afgesloten in het kader van het zogenaamde Clean Development Mechanism, zoals vastgelegd in het Kyoto Protocol over klimaatverandering. Investeerders in duurzame energie, energiebesparing of schone technologie kunnen hiervoor projectvoorstellen indienen. Van Geel is van mening dat alleen die projectvoorstellen in aanmerking komen voor financiering die toegevoegde waarde hebben, dat wil zeggen projecten die leiden tot een lagere CO2 uitstoot en zonder CDM geld niet van de grond waren gekomen.

Staatssecretaris Van Geel is uiteindelijk positief over het resultaat van de klimaatconferentie in Delhi. Hoewel hij liever had gezien dat er op alle onderdelen harde afspraken waren gemaakt, vindt hij dat er in Delhi wel vooruitgang is geboekt. Tevredenheid is er omdat er in Delhi een aantal technische afspraken is gemaakt als vervolg op de klimaatonderhandelingen van COP6 en COP7, maar daar staat tegenover dat er volgens Van Geel in Delhi te weinig concrete afspraken zijn gemaakt voor de periode na 2012 om de CO2 emissie te reduceren. Van Geel vindt het van groot belang dat er nu al wordt nagedacht over de periode na 2012, omdat aanvullend beleid nodig is. De doelstellingen uit het Kyoto protocol zijn slechts een eerste stap. Daarnaast benadrukt Van Geel dat er naast de klimaatonderhandelingen in VN kader een aantal parallelle trajecten moet worden opgestart. Zo vindt hij het van belang dat er niet alleen afspraken worden gemaakt met landen, maar ook met de industrie. Volgens hem kan een 'code of conduct' een belangrijke bijdrage leveren aan het verder beperken van emissies. Van Geel vindt dat er bij de uitvoering zoveel mogelijk doelgroepen betrokken moeten worden. Alleen op die manier kan een maximale reductie tegen zo laag mogelijke kosten worden gerealiseerd.



Terug naar de thema's Overheid en energiebeleid 2002 Energiebesparing 2002