Publieke oproep om duurzame energie in gebouwen te versnellen |
Berichten uit 2002 |
In de ‘Verklaring van Rotterdam’ vragen vier grote organisaties in maart 2002 aan met name de rijksoverheid om de introductie van duurzame energie in de gebouwde omgeving te versnellen. Zij willen onder meer een directe aanscherping van de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) naar 0,8 en een meer verplichtend Energieprestatieadvies (EPA). De oproep is afkomstig van de Duurzame Energie Federatie (DE Federatie), Projectbureau Duurzame Energie (PDE), Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en TNO-Bouw. Zij publiceerden de verklaring op de Nederlandse Duurzame Energie Conferentie die in april in Rotterdam plaatsvindt.
Deze partijen vinden dat vooral de overheid het potentieel van duurzame energie in de gebouwde omgeving onvoldoende onderkent en benut. Dit leidt tot onnodig veel verbranding van fossiele energie en overbodige productie van broeikasgassen. De ondertekenaars vinden dat de EPC direct naar 0,8 kan, omdat die norm in de bouw al zonder meerkosten haalbaar is. Daarna willen ze stapsgewijze verlaging vastleggen tot 0,3 in 2020.
Verder willen ze een meer verplichtend karakter voor het EPA. Daarbij stellen de partijen voor een Energie Prestatie Indexering willen introduceren op basis waarvan woningbezitters en gebouweigenaren, als ze in vergelijking met die index goed presteren, profiteren van fiscale stimulerings- en andere maatregelen. Tevens zijn de vier partijen van mening dat de subsidies en maatregelen via de Energiepremieregeling (EPR) verder toegespitst, geoptimaliseerd en beter gehandhaafd moeten worden.
Een vierde punt in de Verklaring van Rotterdam is de roep om meer prioriteiten bij en uitbreiding van onderzoek en ontwikkeling. Intensiever onderzoek moet leiden tot prijsreductie en verdere ontwikkeling van de energieconcepten die reeds bestaan. Daarbij gaat het vooral om warmtepompen, zonneboilers en fotovoltaïsche zonnepanelen (PV). De ondertekenaars vinden dat de overheid, die vooral inzet op windenergie en biomassa, ten onrechte een groot potentieel in de gebouwde omgeving verwaarloost.
Warmtepompen en zonneboilers kunnen in 2020 voor 85% de warmtapwaterbereiding en de ruimteverwarming in de nieuwbouw voor hun rekening nemen. In bestaande bouw is dat tussen de 15 en 30%. Jaarlijks komen er bovendien 100.000 daken (nieuwbouw en renovatie) beschikbaar die in potentie met PV kunnen worden uitgerust. Als je gemiddeld elk dak met 1 tot 2 kWpiek (3 tot 6 m2) aan PV-panelen uitrust, dan kun je hiermee in 2050 een kwart van het stroomverbruik in de gebouwde omgeving afdekken.