Verkiezingen voor de Tweede Kamer |
Berichten uit 2003 |
2003 begint met de politieke campagnes voor de Tweede Kamerverkiezingen. CDA en VVD zetten nadrukkelijk in op voortzetting van het Strategisch Akkoord van CDA, VVD en LPF uit 2002. Het Milieu- en Natuurplanbureau van het RIVM heeft een vergelijking gemaakt van de milieu- en natuureffecten van het Strategisch Akkoord van CDA, VVD en LPF, met de effecten van de verkiezingsprogramma’s van PvdA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en SP. Uit deze vergelijking blijkt dat politieke partijen verschillende accenten leggen in hun milieu- en natuurbeleid. Zij komen tot andere keuzen tussen milieu, natuur en economie.
GroenLinks roept zichzelf, naar aanleiding van de berekening van RIVM, uit tot partij die natuur en milieu verreweg het best gezind is. Hun programma kiest voor het principe om de vervuiler te laten betalen, bijvoorbeeld in de vorm van een energiebelasting voor de industrie. Naast een energiebelasting voor de industrie pleit GroenLinks voor een open-ruimteheffing voor bouwen in het groene, open gebied en een kilometerheffing voor veelrijders in het verkeer. De opbrengst van deze heffingen wil GroenLinks ten goede laten komen aan met name de laagste inkomens. De heffingen zouden milieuvriendelijkere productie en consumptie stimuleren. Uit de vergelijking van het RIVM blijkt dat geen enkele andere partijprogramma zoveel milieuvervuiling, herrie en stank vermindert. PvdA, D66, SP en ChristenUnie komen, afhankelijk van het thema, op de tweede tot vijfde plaats.
In de loop van januari geeft een aantal politieke partijen hun mening over het energiebeleid in Nederland, onder andere in een Web Poll van Energietech.info. Met het oog op de vergelijking van RIVM blijken de partijen toch opmerkelijk eensgezind. De meerderheid van de politici vindt dat de toezichthouder DTe niet alleen moet letten op de tarieven voor transport van energie, maar ook op de energetische doelmatigheid. Dit kan leiden tot beperking van de energieverliezen in kabels en transformatoren van een omvang van 6 miljard kWh per jaar. Alleen de VVD en D66 kiezen in dit kader voor vrije marktwerking in plaats van verplichtingen door de DTe op te laten leggen. Daarnaast willen PvdA, SP en D66 de benutting van de gasdruk in de leidingen verplicht stellen en ChristenUnie en SGP vinden dat de overheid hiervoor stimulerende maatregelen moet nemen.
D66 wil voornamelijk inzetten op duurzame energie. Alle andere partijen kiezen voor een pragmatisch energiebeleid met een mix aan keuzes. Van alle vormen van duurzame energie zien CDA, D66, SP, SGP en ChristenUnie het meeste perspectief in windparken op zee terwijl PvdA en VVD kiezen voor biomassa. SP meldt nadrukkelijk het belang van onderzoek en ontwikkeling van zonne-energie. De VVD tekent aan dat biomassa nu het meest effectief is, maar dat zon en wind op zee op langere termijn effectiever kunnen worden. Voor de VVD is elke vorm van biomassa acceptabel. De linkse partijen hebben vooral moeite met energie uit dierlijk afval en mest. Voor de SP is energie uit vervuilde biomassa, diermeel, mest en rioolslib niet groen. Voor het CDA is import van houtpellets niet acceptabel. De SGP vindt het gebruik van plantaardige producten die ook geschikt zijn voor consumptie onacceptabel.
Groene stroom uit biogas van afvalstorten en waterzuiveringen krijgt in de nieuwe MEP-regeling geen vergoeding. Alle partijen met uitzondering van CDA en D66 willen af van dit nultarief en toch een vergoeding voor deze vorm van biomassa geven. Verder willen CDA en VVD ook de benutting van fakkelgas bij de olie- en gaswinning financieel steunen. ChristenUnie, SGP en PvdA willen naast steun ook wettelijke maatregelen om benutting te realiseren terwijl SP en D66 het uitsluitend met wetgeving willen aanpakken.
Alle partijen geven de voorkeur aan elektriciteitscentrales en warmtekrachtcentrales op aardgas boven steenkoolcentrales waar biomassa wordt bijgemengd. Deze uitkomst staat haaks op de inzet van de nieuwe MEP-regeling van EZ. Daarin komt warmte/kracht er karig vanaf ten opzichte van grootschalige centrales die biomassa bijmengen.
Op 22 januari 2003 vinden de verkiezingen plaats en blijkt dat CDA en PvdA de grootste partijen zijn (respectievelijk 44 en 42 zetels). Een coalitievorming tussen deze twee partijen ligt voor de hand. VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO-Nederland laten weten te vrezen dat de PvdA-voorstellen voor lastenverzwaring een te zware wissel zullen trekken op het bedrijfsleven. Vooral hogere energieheffingen voor grote en kleine bedrijven worden gevreesd. De werkgeversorganisaties roepen informateur Donner op dit punt niet uit het oog te verliezen. Uiteindelijk mislukt de formatiepoging van CDA en PvdA en wordt een coalitie CDA-VVD-D66 geformeerd.