Liberalisering

Berichten uit
2003

De Socialistische Partij wil begin januari 2003 een onderzoek naar het functioneren van de Dienst uitvoering en Toezicht energie (DTe). De SP maakt zich zorgen over het feit dat de DTe niet voor naderende problemen waarschuwt. Ook wil de SP meer bevoegdheden en personeel bij de DTe. Ten tijde van deze discussie zal de stroommarkt volgens plan nog op 1 januari 2004 worden opengesteld voor de kleinverbruiker. De SP pleit voor afstel omdat haar signalen bereiken dat ook deze liberalisering een drama gaat worden: hogere kosten, milieuschade en de leveringszekerheid die in gevaar komt. GroenLinks pleit om nagenoeg dezelfde redenen begin januari voor de stopzetting van de vrijmaking van de energiemarkt. GroenLinks vraagt de kamercommissie van EZ in januari in een procedurevergadering bij elkaar te komen om te debatteren over dit onderwerp. Ook de PvdA heeft haar twijfels. Volgens de PvdA zullen de stroomprijzen voor de consumenten dalen als de energiemarkt helemaal vrij is, maar zal in een volledig vrije energiemarkt de kans op stroomuitval ook toenemen.

In januari brengt de Technische Universiteit Delft een onderzoeksrapport uit waarin wordt geconcludeerd dat de liberalisering van de energiemarkt niet het gewenste effect heeft. Volgens de onderzoekers zou de prijsstijging kunnen oplopen tot tientallen procenten voor energieverbruik in de piekuren, onder meer doordat aanbieders meer kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor het inrichten van verkoopafdelingen en opzetten van extra informatiseringsystemen. Ook van milieuwinst is geen sprake. Inefficiënt gebruik van centrales heeft in de afgelopen jaren al geleid tot meer milieuvervuiling dan er is bespaard met de productie van duurzame energie. Er worden verder grote vraagtekens gezet bij de leveringszekerheid. Nu is er genoeg elektriciteit omdat Nederland massaal importeert. Dit brengt risico’s met zich mee, temeer omdat het vooral gebeurt met kortlopende contracten. Als de buitenlandse leveranciers het laten afweten heeft Nederland een reserve van hooguit ongeveer 7%, terwijl 20 tot 30% nodig is.

In februari ontstaat steeds meer rumoer over de geplande datum waarop de energiemarkt zal worden vrijgegeven: (dan nog) 1 januari 2004. PvdA en CDA twijfelen openlijk aan de mogelijkheid om per 1 januari 2004 de kleinverbruikersmarkt te liberaliseren zonder kleerscheuren. Men is bang dat de liberalisering ontaardt in een chaos, en vreest een herhaling van de liberalisering van de zakelijke markt, die op 1 januari 2002 inging. Dat leverde toen veel problemen op, met name bij de facturering. Uit gegevens van EnergieNed blijkt dat ongeveer 6000 bedrijven die van leverancier zijn veranderd nog altijd wachten op de elektriciteitsrekening over december 2001. Dat geldt ook voor 6000 klanten die bij hun huidige leverancier zijn gebleven. Volgens EnergieNed zijn de problemen bij de zakelijke markt ontstaan omdat de overheid niet tijdig de noodzakelijke regelgeving invoerde; dit zou niet het geval zijn bij de kleinverbruikersmarkt.

In februari brengt MKB Nederland in een brief aan staatssecretaris Wijn van Economische Zaken de ‘aanzienlijke problemen’ onder de aandacht die het middensegment nog altijd op de energiemarkt ondervindt. Met name de prestatie van de netbeheerders is onder de maat, aldus MKB Nederland. Netbeheerders zijn ‘onvoldoende voorbereid op een soepele administratieve afhandeling van de switch naar een andere energieleverancier.’ Ook de glastuinbouw laat van zich horen in februari en zegt grote hinder te ondervinden van de liberalisering van de gasmarkt. De tuinders klagen over hoge kosten die leveranciers en netbeheerders hen in rekening brengen, fouten in meetgegevens en gasmeters die niet of te laat zijn gemonteerd. De Land en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO Nederland) vindt daarom dat de laatste fase van de liberalisering van de energiemarkt moet worden uitgesteld.

Monitorcommisie Energieliberalisering
In maart stelt staatssecretaris Wijn een Monitorcommissie Energieliberalisering in (Commissie Van Rooy). De onafhankelijke commissie heeft als taak om zich een oordeel te vormen of een verantwoorde volledige marktopening van de energiemarkt per 1 januari 2004 gewaarborgd is. De Monitorcommissie staat onder voorzitterschap van mr. Yvonne C.M.T van Rooy (voorzitter Raad van bestuur van de Universiteit van Tilburg, voormalig staatssecretaris van Economische Zaken). Leden zijn prof. dr. H.A. Keuzekamp (Universiteit van Amsterdam), prof. mr. H. Franken (Universiteit van Leiden) en G. de Boer RA (Raad van Toezicht Consumentenbond). Met het instellen van deze commissie geeft de staatssecretaris uitvoering aan zijn toezegging aan de Tweede Kamer om met betrekking tot de liberalisering van de energiemarkt voor kleinverbruikers nog een extra en onafhankelijk monitoringsmechanisme in te bouwen. Met de instelling van de commissie benadrukt staatssecretaris Wijn het belang dat hij hecht aan een goede waarborging van de belangen van de kleinverbruiker, waarbij zonneklaar moet zijn dat deze ook daadwerkelijk en zonder problemen van zijn keuzevrijheid gebruik zal kunnen maken. De commissie zal in maart, juni en september rapporteren aan de minister van Economische Zaken, die deze rapportages met een standpunt erover naar de Tweede Kamer zal sturen. Mede op basis van de rapportages vormt de minister zich een oordeel over de vraag of voorbereidingen van marktpartijen en overheid met betrekking tot de volledige liberalisering van de energiemarkt adequaat verlopen en of er wellicht aanvullende maatregelen nodig zijn. De rapportages vormen tevens de basis voor het uiteindelijke besluit van de minister of op de wettelijk bepaalde datum van 1 januari 2004 een verantwoorde liberalisering kan plaatsvinden.

In april pleit Eneco ervoor om de liberalisering van de energiemarkt met minimaal zes maanden uit te stellen, maar het bedrijf krijgt weinig bijval. Belangenorganisaties van energieverbruikers en energiehandelaren zijn mordicus tegen. Volgens Eneco zullen grote spelers als Eneco, Essent en Nuon op 1 januari 2004 wel klaar zijn voor een volledig vrije energiemarkt, maar heel veel andere energiebedrijven niet. Nuon en Essent laten in een reactie weten vooralsnog vast te houden aan 1 januari. Volgens Eneco ontstonden eerdere problemen op de midzakelijke markt vooral doordat klanten ook hun eigen meterleverancier konden kiezen. De uitwisseling van meetgegevens tussen de verschillende partijen verliep moeizaam. EnergieNed pleitte er al eerder voor om de ‘metermarkt’ voor kleinverbruikers voorlopig dicht te houden. De werkgroep Retail van Vrijhandelsorganisatie voor Elektriciteit en Gas (VOEG) stuurt in dezelfde maand een ingezonden brief naar het Financieele Dagblad met de boodschap dat verder uitstel van de datum waarop de vrije energiemarkt ingaat, ‘te zot voor woorden’ en ‘bijna pervers’ is. Als de overheid tot uitstel besluit, beloont het de traditionele energiebedrijven voor hun inadequate werkwijze en hun vertragende tactiek, volgens VOEG.

Ook in april brengt de Algemene Energieraad het advies ‘Energiemarkten op de weegschaal’ uit en concludeert dat de liberalisering van de elektriciteitsmarkt zijn doel voorbijschiet. De AER vreest dat de liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkt niet tot de gewenste concurrentie en daardoor tot lagere prijzen zal leiden. Hij vreest dat enkele grote ondernemingen met elkaar onder een hoedje gaan spelen en dat nieuwkomers geen kans krijgen. In het advies schrijft de raad dat de oorspronkelijke bedoelingen achter marktwerking niet of maar ten dele zullen worden gerealiseerd. Er dreigt een markt te ontstaan met ‘een betrekkelijk statisch oligopolistisch karakter’ en ‘met weinig effectieve concurrentie.’ Bovendien zijn er risico's voor de zekerheid van de levering van de stroom. De AER denkt dat de energiebedrijven er alles aan gaan doen om de levensduur van het bestaande productievermogen te verlengen. Bovendien zullen ze meer gaan samenwerken of zelfs fuseren. De kansen van nieuwe toetreders zijn niet groot, omdat investeren in opwekking van elektriciteit veel kapitaal vergt en het veroveren van marktaandeel veel financiële risico’s met zich brengt. ‘Alleen zeer grote, kapitaalkrachtige spelers zullen kunnen meekomen’, meent de AER.

In mei waarschuwt de Consumentenbond dat de wetgeving niet klaar is voor energieliberalisering. De wetgeving is volstrekt niet toegerust op alle problemen die ontstaan door de energieliberalisering. Het vrijmaken van de energiemarkt wordt een ramp voor consumenten als die wetgeving niet drastisch wordt aangepast, zo stelt de Consumentenbond. De Consumentenbond stelt aan de politieke partijen tien aanpassingen van de energiewetgeving voor om de rechtspositie van consumenten te garanderen. Verder moet geregeld worden dat alleen bedrijven met een vergunning klanten mogen werven, dat vergelijkende informatie over prijs en kwaliteit wordt afgedwongen en dat de modelvoorwaarden van de Sociaal-Economische Raad (SER) verplicht worden gehanteerd. Ook wil de bond dat switchen (overstappen naar een andere leverancier) pas mag na expliciete wilsovereenstemming. De wetgeving die er wél is, wordt niet goed nageleefd. Bijna alle contracten voor groene stroom met een nieuwe energieleverancier worden afgesloten via internet, fax, telefoon of brief. Dat betekent dat de wet Koop op Afstand van toepassing is. Aangezien veel energiebedrijven zich niet houden aan de regels uit deze wet, zijn deze contracten dus op te zeggen. Mensen die spijt hebben van hun overstap, kunnen dan drie maanden lang hun contract zonder reden opzeggen.

Het parlement dreigt in mei klem te raken in de discussie over de elektriciteitsmarkt. De fracties in de Tweede Kamer willen enerzijds op basis van degelijke gegevens beslissen of de geplande opening van de energiemarkt per 1 januari 2004 wel kan plaatsvinden. Die gegevens zijn er dan nog niet. De politieke partijen zijn ook bezorgd dat de elektriciteitssector nog niet klaar is en vrezen daardoor chaos. Anderzijds vindt de Kamer dat bedrijven en consumenten snel duidelijkheid moeten hebben of er per januari al dan niet wat verandert. Demissionair staatssecretaris Joop Wijn weigert dan nog aan te geven wanneer er een knoop moet worden doorgehakt. Hij laat dat over aan de beoogde minister van Economische Zaken, Laurens Jan Brinkhorst.

Tweede advies Monitorcommissie Energieliberalisering
De Commissie van Rooy (Monitorcommissie Energieliberalisering), die is ingesteld om de minister te adviseren over de liberalisering van de kleinverbruikersmarkt, heeft op 17 juni een (tweede) advies uitgebracht. Hieruit blijkt dat veel voorbereidingen voor de marktopening goed op schema liggen, maar dat er ook nog een aantal onzekerheden zijn zoals:

  • De energiesector is nog druk doende met de zogenaamde ketentesten tussen de bedrijven. Deze testen zullen niet eerder dan in september of oktober zijn afgerond.
  • De problemen uit het middensegment zijn op dit moment nog niet volledig opgelost.
  • De wettelijke basis voor het aanwijzen van een noodleverancier in geval van een faillissement ontbreekt nog, doordat het wetsvoorstel Overgangswet Elektriciteitsproductiesector nog niet in de Eerste Kamer is behandeld.
  • De gasmarkt is minder ver in de voorbereidingen dan de elektriciteitsmarkt.

Volgens de commissie van Rooy staan de lichten voor de elektriciteitsmarkt bijna op groen en die voor de gasmarkt op oranje.

Minister Brinkhorst spreekt uit dat het mogelijk is om een en ander vóór 1 januari 2004 af te ronden, maar constateert tegelijkertijd dat op dit moment nog niet met voldoende zekerheid gezegd kan worden dat alle partijen op die datum klaar zijn om een zo vlekkeloos mogelijk verloop van de marktopening te garanderen. Hij vindt het dan ook niet verantwoord nu definitief voor marktopening per 1 januari 2004 te kiezen. Wachten met een definitief besluit over de marktopening tot na het derde advies van de Commissie van Rooy in september vindt hij evenmin verantwoord. Dit zou consumenten, bedrijven in het midden- en kleinbedrijf en de energiebedrijven nog maanden in onzekerheid laten. Daarom hakt hij nu de knoop door en stelt de Tweede Kamer voor de volledige liberalisering van de kleinverbruikersmarkt voor zowel elektriciteit als gas per 1 juli 2004 door te voeren.

Doorslaggevend voor de minister is daarbij dat hij hecht aan een ordelijke marktopening waarbij consumenten effectief gebruik kunnen maken van hun keuzevrijheid. Door het definitief kiezen van de datum van 1 juli gaat de minister er van uit dat bedrijven ruim voldoende tijd hebben om alle voorbereidingen te treffen die noodzakelijk zijn. Ook eventuele achterstanden in de voorbereidingen op de gasmarkt kunnen worden ingehaald. De minister gaat er daarbij vanuit dat alle betrokkenen doorgaan met de voorbereidingen op de volledige marktopening en nu geen gas terugnemen. De druk moet op de ketel blijven. In dat verband heeft de minister de Commissie van Rooy, die in zijn ogen tot nu toe uitstekend werk heeft verricht, gevraagd haar werk voort te zetten en hem uiterlijk in oktober haar eindadvies te sturen. Met de keuze voor 1 juli 2004 wordt voldaan aan de verplichtingen van een nieuwe Europese richtlijn die onlangs door het Europees Parlement is aangenomen. Hierin is vastgesteld dat 1 juli 2004 de uiterste datum is voor het liberaliseren van de niet huishoudelijke afnemers. De Nederlandse wetgeving maakt geen onderscheid tussen huishoudelijke en niet huishoudelijke afnemers. De minister vindt een dergelijk onderscheid in Nederland ook niet wenselijk omdat dit tot onoverzienbare wijzigingen in de systemen en processen van de energiebedrijven zou leiden en het risico van administratieve chaos zou vergroten.

De reacties op het besluit van Brinkhorst om de liberalisering van de energiemarkt met een half jaar uit te stellen, zijn verdeeld. De Consumentenbond is blij, terwijl EnergieNed, de federatie van energiebedrijven in Nederland, teleurgesteld is. De drie grote Nederlandse energiebedrijven, die gezamenlijk 93 procent van de kleinverbruikersmarkt in handen hebben, reageren verdeeld. Nuon en Essent vinden het jammer: hun planning was erop gericht 1 oktober gereed te zijn met alle boekhoudkundige systemen. Energiebedrijf Eneco, dat in april al pleitte voor uitstel, is echter tevreden.

CPB Document
In juni verschijnt het CPB Document 33: ‘Competition on the European Energy Markets: Between policy ambitions and practical restrictions’. Dit document beschrijft de achtergrond en de doelstellingen van het Europese liberaliseringsbeleid, verklaart waarom de doelen nog niet zijn bereikt, en bediscussieert de uitdagingen voor de overheid. Het document behandelt met name de elektriciteitsmarkt, maar schenkt ook enige aandacht aan ontwikkelingen op de gasmarkt. De belangrijkste conclusies zijn dat liberalisering tot lagere prijzen voor consumenten leidt, als de marktopzet goed is. Verder zal er aanvullend beleid nodig zijn om het probleem van piekcapaciteit op te lossen. Private energiebedrijven zullen niet snel investeren in reservecapaciteit die incidenteel wordt gebruikt. Een goede opgezette elektriciteitsmarkt, aldus het CPB-rapport, kent voldoende aanbieders van stroom, een dagmarkt waar aanbieders en vragers dagelijks met elkaar kunnen handelen, voldoende grensoverschrijdende transportcapaciteit, en transparante nationale regulering van netwerken. Wanneer een markt niet goed is opgezet, blijven deze resultaten uit en kan liberalisering leiden tot hogere elektriciteitsprijzen.

Het CPB maakt zich zorgen om het feit dat private bedrijven niet snel investeren in zogenaamde piekcapaciteit. De opbrengsten daarvan zijn onzeker en gering in vergelijking met de kosten die de bedrijven moeten maken om de capaciteit permanent ter beschikking te hebben. Dit hangt in belangrijke mate samen met politieke keuzes om dagelijkse veranderingen in de schaarste op de markt niet in de elektriciteitsprijs voor consumenten tot uiting te laten komen. Maar ook als dat wel het geval zou zijn, zullen bedrijven waarschijnlijk niet investeren in reservecapaciteit die zij heel incidenteel gebruiken, aldus het CPB. Dit risico vraagt om aanvullend beleid om de leveringszekerheid te bevorderen. Het CPB denkt dan aan het opzetten van een capaciteitsmarkt, waarbij de bedrijven betaald worden voor het hebben van de capaciteit. In ieder geval constateert het CPB dat de vijf jaar geleden in gang gezette liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkten nog niet overal een toename van de concurrentie en een daaraan gekoppelde verlaging van elektriciteitsprijzen heeft opgeleverd. Marktdominantie van grote bedrijven in een aantal landen en een tekortschietende grensoverschrijdende transportcapaciteit belemmeren de totstandkoming van een Europese elektriciteitsmarkt.

Het ontbreken van een gecoördineerd beheer van het internationale hoogspanningsnet leidt er toe dat elektriciteitsbedrijven soms moeilijk in andere landen stroom kunnen aanbieden. Alleen in Scandinavië en in het Verenigd Koninkrijk is de ontwikkeling van de elektriciteitsmarkt ver gevorderd. Dominante bedrijven ontbreken daar, terwijl goed functionerende dagmarkten vraag en aanbod transparant maken. Deze maatregelen hebben geleid tot meer concurrentie tussen de stroomproducenten en daardoor tot lagere prijzen. Om de liberalisering van de elektriciteitsmarkt goed van de grond te krijgen, zullen overheden in andere landen tegenwicht moeten bieden. Zij moeten het streven naar marktmacht door producenten tegenwerken, de transportcapaciteit vergroten, de ontwikkeling van transparante markten bevorderen, en nationale regels voor toegang tot netwerken op elkaar afstemmen, concludeert het CPB.

In juli blijkt dat de brancheorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf (MKB Nederland) geld wil zien nu het kabinet heeft besloten om de liberalisering van de markt voor energie uit te stellen. MKB Nederland wil 75 miljoen euro ter compensatie. Door het uitstel van de liberalisering kunnen kleine en middelgrote bedrijven pas later kiezen waar ze hun energie vandaan halen. Het bedrag van 75 miljoen euro is de rekensom van de besparingen die grote bedrijven hebben gerealiseerd. Die mogen namelijk nu wel al kiezen waar ze hun energie kopen. Volgens MKB Nederland kunnen de nutsbedrijven hun klanten nu een halfjaar langer vasthouden. De branchevereniging hoopt dat de claim werkt als een stok achter de deur, zodat de markt in juli 2004 echt opengaat.

Minister Brinkhorst stuurt ingezonden brief naar Volkskrant
In augustus stuurt minister Brinkhorst een ingezonden brief aan de Volkskrant waaruit blijkt dat hij strenge regels wil en met harde sancties dreigt. Liberalisering van de energiemarkt leidt tot lage prijzen, een schoner milieu en concurrentiekracht. Wel is strenge regelgeving noodzakelijk. Als uiterste middel zal hij als sanctie het netwerk van netbeheerders afpakken. Brinkhorst reageert dan op de commotie die ontstond toen een stroomtekort dreigde. De onrust werd versterkt toen half augustus de elektriciteitsleverancier EnergyXS op de fles ging. Het faillissement van EnergyXS zorgde voor opschudding in de energiewereld. Volgens Brinkhorst is dit een verschijnsel dat hoort bij een vrije markt. Hij vindt het wel belangrijk om te kijken hoe een pas vrije energiemarkt daar mee omgaat. Berichten dat bedrijven misbruik maken van de situatie laat hij onderzoeken. Indien nodig zal hij de regels daaromtrent aanscherpen. Energiebedrijven die er een potje van maken, moeten er rekening mee houden dat de minister hard ingrijpt. In geval van wanbeheer pakt de minister het economisch eigendom en het beheer van de netten van het falende bedrijf af. Ook gaan de boetes voor falende energiebedrijven omhoog. DTe, de toezichthouder voor de energiemarkt, kan een boete opleggen van maximaal 10 procent van de omzet van het bedrijf.

De minister verdedigt nogmaals de vrije energiemarkt, maar geeft wel aan dat via aanvullende wetgeving de leveringszekerheid van elektriciteit moet worden gegarandeerd. Verder constateert hij dat het aantal storingen, in tegenstelling tot vele geruchten, niet sterk is gestegen, maar dat het wel langer duurt totdat de mankementen zijn verholpen. Brinkhorst zegt toe daar wat aan te zullen gaan doen, zonder specifiek aan te geven aan welke maatregelen hij denkt. Brinkhorst vindt verder dat Nederland actief moet meewerken aan het realiseren van een geliberaliseerde Europese energiemarkt. Hij is ook van mening dat er meer ruimte moet komen voor keuzevrijheid en aan marktpartijen. De overheid blijft daar wel een belangrijke rol in spelen. Behalve voor Nederland wil Brinkhorst ook in Europees verband verdere afspraken die de levering van energie veilig stellen. Zo moet er Europees onderzoek komen naar de voorzieningszekerheid op langere termijn. Ook moet het investeringsklimaat zodanig zijn dat leveranciers gestimuleerd blijven te investeren in nieuwe centrales. Energiebedrijf en regionaal netbeheerder Essent kan zich ‘goed vinden’ in de voorstellen van Brinkhorst.

In september krijgt Minister Brinkhorst van EZ meer steun van betrokkenen in de energiesector voor zijn voorgestelde, strenge aanpak. Zowel toezichthouder DTe, de Consumentenbond als belangenorganisatie EnergieNed kunnen zich vinden in strengere regels voor deze sector. Toezichthouder DTe is blij dat het ‘sneller en krachtiger’ boetes kan gaan opleggen. EnergieNed onderschrijft de visie van Brinkhorst dat de vrije markt om duidelijke regels vraagt. De belangenorganisatie van energiebedrijven vraagt wel om een verbetering van het investeringsklimaat. De Consumentenbond vindt het ‘geweldig’ dat Brinkhorst een ‘toezichthouder met tanden’ creëert. Het CDA vindt dat de minister zijn fractie flink tegemoet komt: er is meer aandacht voor consumenten en de ontvlechting tussen stroomnetten en commerciële bedrijven wordt sterker doorgezet. De PvdA looft het debat dat Brinkhorst zoekt maar vindt wel dat Brinkhorst het spanningsveld tussen commerciële belangen en publieke taken blijft veronachtzamen.

In september laat de SP weer van zich horen. Volgens de SP begaat Nederland een ‘blunder’ door de energiemarkt vrij te maken. Stroom is te belangrijk geworden om zomaar aan de grillen van de vrije markt over te laten. Volgens de SP toont het debacle rond het faillissement van EnergyXS aan dat de gevaren van de vrije markt te groot zijn. Doordat energiebedrijven, die als noodleverancier optraden, dreigden de energievoorziening stop te zetten als bedrijven niet snel een nieuw contract sloten, kwamen onder meer de diensten van brandweer en ambulancediensten in gevaar. Bij het faillissement van EnergyXS is volgens de SP aangetoond dat de energiebedrijven niet eerlijk omgaan met de scheiding tussen netwerkbedrijf en leveringsbedrijf. De minister wil dit in de toekomst voorkomen door ‘de eisen aan de onafhankelijkheid van netbeheerders te verscherpen’. Volgens de SP moeten ze echt onafhankelijk worden gemaakt. Het heeft geen zin om stroomnetten dubbel uit te voeren en dus zullen netbedrijven altijd een monopoliepositie hebben. Om te voorkomen dat ze deze misbruiken, moeten hun banden met leveranciersbedrijven worden doorgesneden en moeten ze in overheidshanden blijven. De SP maakt zich daarnaast zorgen om de technische teloorgang van de sector en concludeert dat de vrije markt er alleen toe heeft geleid dat investeringen zijn uitgesteld en dat er niet zo veel efficiencyverbetering heeft plaatsgevonden.

Minister Brinkhorst van Economische Zaken verwijt in oktober de linkse oppositiepartijen dat ze de liberalisering van de elektriciteitsvoorziening proberen te frustreren. Volgens Brinkhorst zoeken ze naar argumenten om de liberalisering niet door te laten gaan.

In november wil de Tweede Kamer dat de minister van Economische Zaken maatregelen neemt tegen de ‘oligopolievorming’ in de energiemarkt. Brinkhorst zegt toe vóór het einde van de maand met een brief te komen waarin hij concrete stappen aankondigt om de concentratie in de stroom- en gasmarkt tegen te gaan. De meeste partijen in de Tweede Kamer maken zich zorgen over de sterk stijgende stroomprijzen in Nederland en andere West-Europese landen. De groothandelsprijs op de elektriciteitsmarkt ligt 50% hoger dan vorig jaar. Volgens veel marktwaarnemers worden de hoge prijzen veroorzaakt door een gebrek aan marktwerking. Die is het gevolg van concentratie in de markt en gebrek aan importmogelijkheden. De PvdA dreigt met een motie om prijsbescherming af te dwingen voor consumenten in de energiemarkt. De PvdA wil de consument desnoods door het instellen van maximumprijzen beschermen tegen de gevolgen van een mogelijke mislukking van de liberalisering.

Voortgangsrapportage elektriciteits- en gasmarkt kleinverbruikers
In november schrijft Minister Brinkhorst van Economische Zaken in een voortgangsrapportage (Voortgangsrapportage elektriciteits- en gasmarkt kleinverbruikers) aan de Tweede Kamer dat opening van de energiemarkt voor kleinverbruikers per 1 juli 2004 verantwoord is. Hij baseert zijn oordeel mede op het rapport van de Commissie van Rooy. De commissie is overwegend positief over de voorbereidingen met betrekking tot de marktopening. De commissie concludeert ook dat de opening op 1 juli volgend jaar vanuit het perspectief van de consument mogelijk en verantwoord is. De minister sluit zich ook aan bij de opmerking van de Commissie van Rooy dat een 100 procent rimpelloze opening van de markt een illusie is. Op basis van de stand van zaken nu en in het licht van de stappen die nog worden genomen, heeft de minister er alle vertrouwen in dat de marktopening zonder problematische situaties of chaotische taferelen zal verlopen. De minister noemt nog wel een aantal voorwaarden voor een succesvolle marktopening. Een daarvan is de juridische positie van de consument. In dit verband is van belang een voorgenomen wijziging van het Burgerlijk Wetboek waardoor elektriciteit en gas niet langer uitgezonderd zullen zijn van de bepalingen over consumentenkoop. Ook zijn in een binnenkort in te dienen wetsvoorstel nadere eisen aan leveranciers gesteld die de positie van de consument verder versterken. De facturering van zakelijke klanten blijkt, volgens de commissie van Rooy en het Platform Versnelling Energieliberalisering (PVE), nog lang niet probleemloos te verlopen. De Minister heeft hierover, tot tevredenheid van beide adviserende partijen, met de sector een duidelijke resultaatsverplichting afgesproken. Ook zal de minister een wetsvoorstel bij het parlement indienen om meer sanctionerende bevoegdheden voor de DTe te realiseren. De minister concludeert in zijn brief aan de Kamer dat alle partijen bezig zijn een succesvolle marktopening per 1 juli 2004 mogelijk te maken. Er is duidelijk sprake van voortgang. De consument beschikt op 1 juli volgend jaar over een sterke positie, zal goed geïnformeerd zijn en effectief van zijn keuzevrijheid gebruik kunnen maken. Sterk gepositioneerde consumenten zullen het bedrijfsleven bij de les houden.

De commissie van Rooy (Monitorcommissie Energieliberalisering), noemt in haar eindrapport de opening van de energiemarkt op 1 juli 2004 ‘mogelijk en verantwoord’. Wel geeft zij de minister van EZ 17 aanbevelingen om de opening echt tot een succes te maken. In vergelijking met omringende landen is de voorbereiding in Nederland, zowel bij overheid qua wet- en regelgeving als bij de sector door middel van regelingen en afspraken, zeer gedegen. De voorbereiding op de marktopening van 1 juli 2004 is goed op gang en er is progressie geboekt ten opzichte van het vorige rapport. Veel van de aanbevelingen van de commissie zijn inmiddels praktisch toegepast of in regelgeving vastgelegd. Eventuele fouten en knelpunten in de geautomatiseerde informatiesystemen van energiebedrijven moeten beheersbaar en oplosbaar zijn. Hoewel de inrichting en het testen daarvan gedegen gebeurt, bestempelt de commissie haar oordeel als een momentopname en adviseert zij de minister om het vervolg van de voorbereiding zo goed mogelijk te blijven volgen. Ook roept zij de marktpartijen op om zo open mogelijk over hun eigen voorbereiding met de minister te communiceren. Het baart de commissie grote zorgen dat de kwaliteit van de meet- en gebruikersdata van de huidige vrije klanten nog steeds onder de maat zijn. De commissie dringt er met klem op aan dat netbeheerders en meetbedrijven nog een forse inspanning leveren op het vlak van het verbeteren van de kwaliteit van de gegevensuitwisseling. De voorgenomen aanscherping van wetgeving zou daadwerkelijk per 1 juli 2004 van kracht dienen te zijn. Zo dient DTe op 1 juli over het boete-instrument te beschikken om effectief toezicht te kunnen uitoefenen.

De Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) is de belangenbehartiger van de grote zakelijke energiegebruikers. De VEMW uit in december haar verbaasdheid over de EZ-analyse van de Nederlandse elektriciteitsmarkt. Volgens de organisatie van zakelijke energiegebruikers negeert minister Brinkhorst klachten van organisaties die vrijwel het gehele elektriciteitsveld representeren. VEMW-leden uit verschillende industriële sectoren, de zorgsector en de dienstverleningssector, rapporteren een heel andere ontwikkeling. Nieuwe toetreders in de markt, zoals Vattenfall, trekken zich terug uit Nederland wegens de onacceptabele risico’s. Ook blijft het prijsverschil met het buitenland onverminderd groot. Investeringen in productiecapaciteit blijven uit. Ook de toestemming voor de overname van Reliant door Nuon komt de marktwerking niet ten goede, concludeert de organisatie.

Volgens MKB Nederland zijn er diverse aanbevelingen van de Commissie van Rooy die niet ver genoeg gaan. MKB-Nederland dringt daarom in december in een brief aan de Tweede Kamer aan op aanvullende maatregelen voor de kleinzakelijke energieverbruikers waar het gaat om opzegtermijnen, functiescheiding netbeheer, de aansprakelijkheid van netbeheerders bij stroomstoringen en een adequate geschillenregeling. Er zijn ook verschillende aanbevelingen en conclusies van de commissie waar MKB-Nederland zich grotendeels in kan vinden. Het gaat dan om de aanbeveling om concrete voorstellen te doen die de huidige privaatrechtelijke regelingen een publiekrechterlijk karakter geven en de conclusie dat de toezichthouder DTe uiterlijk op 1 juli volgend jaar strenger kan optreden door boetes op te leggen. Verder vindt MKB Nederland het essentieel dat de Meetcodes Elektriciteit en Gas uiterlijk op 1 juli 2004, maar bij voorkeur eerder, zijn geïmplementeerd. Ook onderschrijft de organisatie de noodzaak om de kwaliteit van de gegevensuitwisseling te verbeteren. De netbeheerders en meetbedrijven moeten daarvoor nog een forse inspanning leveren.

Begin december wil Minister Brinkhorst van Economische Zaken de Tweede Kamer niet beloven dat er maximumprijzen komen voor stroom en gas, als ook de markt voor kleinverbruikers wordt vrijgemaakt. PvdA, GroenLinks en SP dringen hierop aan tijdens overleg in de Kamer. Brinkhorst wil wel dat de toezichthouder op de energiemarkt DTe kan ingrijpen in de prijzen als die ‘onredelijk’ zouden worden.

Later in de maand blijkt dat een meerderheid in de Tweede Kamer via een maximumprijs de consument wil beschermen tegen prijsverhogingen. Een meerderheid voor dit voorstel wordt mogelijk doordat regeringspartij CDA ernaar neigt om zich aan te sluiten bij het eerder gehouden pleidooi van de linkse oppositie. Het CDA verklaart dan te twijfelen of de concurrentie op de energiemarkt goed werkt. Daarom denkt het CDA aan het instellen van een bandbreedte waarbinnen de gas- en elektriciteitsprijzen zich voorlopig mogen bewegen.



Terug naar thema Elektriciteits- en gasmarkt 2003