Stroomstoringen |
Berichten uit 2003 |
Staatssecretaris Wijn van Economische Zaken wil in januari dat toezichthouder DTe een onderzoek instelt naar de betrouwbaarheid van de levering van elektriciteit. De CDA-bewindsman is geschrokken van een bericht in de NRC, waarin de staat van de netten van Eneco in twijfel wordt getrokken. De NRC concludeert dat bij het derde stroombedrijf in ons land het personeel onvoldoende is toegerust om storingen te verhelpen. Volgens de statistieken is de stroomvoorziening in ons land echter wel goed te vergelijken met die in andere landen. Wijn wil nu uitgezocht hebben of die statistieken wel betrouwbaar zijn. Zij zijn namelijk gebaseerd op meldingen van de energiebedrijven zelf en die zouden mogelijk niet alle storingen doorgeven. Dat wordt tenminste gesuggereerd door personen die in het artikel aan het woord komen. Uit cijfers van EnergieNed, de koepelorganisatie van de bedrijven die de stroom distribueren, blijkt dat het aantal storingen in 2001 met 15% toenam. De tijd om de storingen af te handelen zou zelfs met 26% zijn toegenomen. De PvdA vermoedt dat stroombedrijven weinig aan onderhoud doen om zo de winst te verhogen.
Eneco reageert in een paginagrote advertentie in het Financieele Dagblad en ontkent problemen met storingen en onderhoud. Eneco zegt in 2002 meer geld in zijn energienetten en -installaties te hebben geïnvesteerd dan in 2001. Ook voor 2003 staan weer hogere investeringen dan in 2002 op stapel. Ook zou de duur van de storingen bij Eneco lager liggen dan de gemiddelde storingsduur in Nederland. Volgens Eneco ligt de gemiddelde uitvalsduur van elektriciteit in het verzorgingsgebied van Eneco in 2001 op 22,3 minuten terwijl dat landelijk 34 minuten is. In 2002 lag de gemiddelde uitvalsduur bij Eneco op 44 minuten: 20 minuten daarvan kwamen op het conto van Eneco, terwijl de overige 24 minuten werden veroorzaakt door netten die niet door Eneco worden beheerd. Daarbij wijst Eneco nadrukkelijk op de grote stroomstoring van 6 december toen het netwerk van hoogspanningsbeheerder Transportnet Zuid-Holland (TZH) uitviel. Volgens Eneco werkt het bedrijf hard aan de digitalisering van netwerktekeningen zodat ze storingen nog sneller kunnen afhandelen. De energieleverancier zegt dat veel storingen niet te wijten zijn aan de staat waarin het netwerk verkeert, maar veel meer aan werkzaamheden en foutieve handelingen van derden.
In januari wordt bekend dat de DTe, de toezichthouder voor de energiesector, op verzoek van staatssecretaris Wijn van Economische Zaken onderzoek gaat doen naar de betrouwbaarheid van de stroomlevering in Nederland. In een reactie op de kwestie Eneco zegt staatssecretaris Wijn dat DTe de betrouwbaarheid van de stroomlevering moet gaan controleren.
VEMW maakt zich in januari zorgen over de plannen van de DTe om de kwaliteit van de stroomvoorziening te waarborgen. VEMW heeft niet alleen twijfels over de vorm waarin DTe de plannen heeft gegoten, maar ook over het (gewenste) kwaliteitsniveau van de stroomvoorziening. Men vindt ook de informatieverstrekking door de DTe onvoldoende. Volgens VEMW moet de discussie over de kwaliteit van de elektriciteitsvoorziening niet alleen gaan over het beperken van stroomonderbrekingen (storingen). Kwaliteit is een veel ruimer begrip, waarbij allerlei technische aspecten van groot belang zijn, niet alleen frequentie (spanningskwaliteit), maar ook dienstverleningsaspecten, zoals de switchproblematiek. VEMW is verbolgen over het feit dat de gebruikers niet worden gehoord in de discussie over de zekerheid en kwaliteit van stroomvoorziening. Het zijn volgens de belangenbehartiger van de grote verbruikers uitsluitend de stroomproducenten, de netbeheerders en de toezichthouder die zich met de regulering bezighouden. VEMW pleit voor een discussie die gevoerd wordt in de breedte tussen alle belanghebbende partijen, dus zeker ook de gebruikers.
In januari gaan twee advocaten van het Rotterdamse kantoor Schaap & Partners daadwerkelijk met de al eerder aangekondigde stichting van start die schade door stroomstoringen gaat verhalen. Directe aanleiding vormt de grote stroomstoring op 6 december 2002 in de Rotterdamse regio. Bij de stichting hebben zich naar eigen zeggen inmiddels tientallen bedrijven aangesloten die samen tientallen miljoenen euro's schade hebben geleden. De advocaten denken vooralsnog dat het mededingingsrecht de beste mogelijkheid biedt om de bij de gewraakte stroomstoring betrokken bedrijven, leverancier Eneco en het netwerkbedrijf TZH, aan te pakken. De stroomleveranciers die in Nederland de markt beheersen (Eneco, Essent en Nuon) maken zich mogelijk schuldig aan verboden kartelafspraken of machtsmisbruik door identieke leveringsvoorwaarden te hanteren. Die maken het voor zakelijke afnemers vrijwel onmogelijk om ze aansprakelijk te stellen voor geleden schade door stroomstoringen. De afnemers moeten dan kunnen bewijzen dat de storing is veroorzaakt door opzet of grove schuld van hun stroomleverancier. “Dit bewijs is lastig te leveren, en daarom ziet de zakelijke afnemer bijna altijd af van het vorderen van schadevergoeding. Het is duidelijk dat dit niet bevorderlijk is voor de punctualiteit bij de stroombedrijven. Wie niet aansprakelijk is voor schade heeft immers weinig belang om schade te voorkomen’, aldus de advocaten. De advocaten hopen hun onderzoek in maart te kunnen afronden. Op basis van hun advies besluit de stichting of er een klacht wordt ingediend bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Mocht de NMa naar aanleiding van de klacht tot de conclusie komen dat er inderdaad sprake is van een kartel of machtsmisbruik, dan is het volgens Huizenga niet moeilijk om “de uitsluiting van aansprakelijkheid’ bij de rechter onderuit te halen. Dat zou de weg openen naar schadeclaims.
In maart schrijft staatssecretaris Joop Wijn van Economische Zaken, die om het onderzoek door DTe had gevraagd, in een brief aan de Tweede Kamer dat uit onderzoek van de DTe is gebleken dat de storingsregistratie voor elektriciteit onvoldoende nauwkeurig is. Hij benadrukt daarbij wel dat uit ander onderzoek blijkt dat de betrouwbaarheid van de Nederlandse elektriciteitsnetten internationaal nog steeds hoog scoort. Niettemin acht hij een correcte storingsregistratie van het grootste belang om daarmee exact aan te geven hoe betrouwbaar het net is en voor het treffen van aanvullende maatregelen om de betrouwbaarheid op een hoog niveau te houden.
Op basis van het advies van de DTe zal de staatssecretaris een aantal maatregelen treffen, waaronder:
In zijn brief aan de Tweede Kamer meldt de staatssecretaris ook dat hij een aantal maatregelen in voorbereiding heeft voor voorzieningszekerheid in brede zin. Omdat het hierbij gaat om nieuwe beleidslijnen, wil hij de bekendmaking ervan overlaten aan het nieuwe Kabinet. Wel geeft hij alvast aan dat waar het gaat om de leveringszekerheid van de elektriciteitsproductiesector er op korte termijn geen probleem is. Maar voor de langere termijn zijn maatregelen nodig om productiecapaciteit te waarborgen. Daarbij gaat het om maatregelen ter verbetering van de monitoring van zowel de vraag als het aanbod van elektriciteit en om het zorgdragen voor een zodanig investeringsklimaat dat er voldoende wordt geïnvesteerd in zogenoemde piekcapaciteit.
In zijn brief memoreert staatssecretaris Wijn nog eens het belang dat hij hecht aan het realiseren van de voordelen voor de kleinverbruiker die de volledige liberalisering van de energiemarkt, voorzien op 1 januari 2004, met zich mee zal brengen. Aan de definitieve beslissing om dit door te laten gaan, zijn wel voorwaarden verbonden. De Monitorcommissie Energieliberalisering (Commissie van Rooy), die hij in dit verband mede op instigatie van de Consumentenbond in het vooruitzicht heeft gesteld zal dit jaar op drie momenten rapporteren, waarbij centraal zal staan of aan de noodzakelijke parameters voor een verantwoorde marktopening wordt voldaan.
Een van die parameters is het op orde zijn van de administratie van energiebedrijven. Uit diverse signalen blijkt dat er aanleiding is tot zorg over het (tijdig) versturen van correcte energierekeningen op de al geliberaliseerde zakelijke markt. Om die reden heeft staatssecretaris Wijn de directeur van energietoezichthouder DTe verzocht op de kortst mogelijke termijn nadere inlichtingen in te winnen bij energiebedrijven over de achterstanden bij de administratieve afhandeling van meetgegevens en het versturen van facturen. Op basis van deze informatie wil hij zich een oordeel vormen of er aanleiding is om, op basis van zijn wettelijke bevoegdheden, aan netbeheerders op te dragen om de door hem noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen voor een adequate uitvoering van hun wettelijke taken. Hij heeft hierover een brief gestuurd aan EnergieNed, die hij in afschrift heeft meegestuurd naar de Tweede Kamer.
MKB Nederland en Consumentenbond reageren in maart verheugd op de maatregelen van Wijn: 'De staatssecretaris laat hiermee zien dat hij de positie van de energieverbruiker, waaronder het midden- en kleinbedrijf, centraal stelt’. MKB Nederland is tevreden over het feit dat er minimumnormen komen voor de betrouwbaarheid van de elektriciteitsnetwerken. Ze onderschrijft dat indien deze normen niet worden gehaald, de klant hiervoor een vergoeding moet ontvangen. Het voornemen van de minister van EZ om betrouwbaarheid ook een belangrijke plaats te geven in de regulering van de netbeheerders, kan rekenen op steun van het MKB. Ook is men blij dat de staatssecretaris geen gehoor geeft aan de oproep van de energiesector om de metermarkt voor kleinzakelijke klanten en consumenten tijdelijk te bevriezen. Ook de Consumentenbond ziet in de onderzoekresultaten van de DTe “een bevestiging van onze zorgen over de liberalisering van de energiemarkt”. De consumentenbelangenorganisatie vreest dat het onderhoud van de stroomnetten in het slop raakt, omdat bedrijven meer oog hebben voor zaken als winst en imago. Vooralsnog is de bond tevreden over de maatregelen die Wijn wil nemen.