Uitstoot CO2

Berichten uit
2003

Begin 2003 wordt bekend dat de Rabobank de aankoop van CO2-reducties in het buitenland door het ministerie van VROM gaat financieren. Daarvoor tekenen de twee partijen op 21 januari een tweejarig contract met een maximum van 10 miljoen ton CO2 emissiereducties. Het ministerie van VROM sluit deze contracten af met ontwikkelingslanden die via duurzame energieprojecten de uitstoot van broeikasgassen voorkomen. De overeenkomsten worden gesloten in het kader van het zogenaamde Clean Development Mechanism (CDM) zoals vastgelegd in het Kyoto-protocol over klimaatverandering.

Het contract tussen Rabobank en VROM is het eerste contract dat VROM met een private financiële instelling sluit. De Rabobank zal de komende twee jaar contracten opkopen voor emissiereducties met eigenaren van CDM-projecten. De bank verwacht hierbij gebruik te kunnen maken van het internationale netwerk van de Rabobank Groep. Volgens de Rabobank sluit het contract met VROM goed aan bij de focus van de Rabobank op de wereldwijde Food & Agribusiness en duurzame energieprojecten. De Rabobank participeert al sinds 2000 in het Prototype Carbon Fund van de Wereldbank. Het contract van Rabobank International met VROM is een volgende stap. Voorbeelden van projecten zijn windmolenparken, met biomassa gestookte warmtekrachtinstallaties, kleine waterkrachtprojecten en zonne-energie.

Eerder ging VROM al contracten aan via multilaterale financiële instellingen, zoals de Wereldbank, het International Finance Corporation (IFC) en de regionale ontwikkelingsbank van de Andes. Ook sloot VROM overeenkomsten met de regeringen van Panama, Colombia, Costa Rica, Guatemala, El Salvador en Uruguay. Nederland mag de uitgespaarde tonnen CO2 meetellen bij de eigen reductieverplichting die het is aangegaan door het ondertekenen van het Kyoto-protocol.

Samenwerkingsovereenkomst
Minister Brinkhorst van Economische Zaken en president Lemierre van de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) ondertekenen op 27 oktober een samenwerkingsovereenkomst. De overeenkomst heeft als doel klimaatprojecten tot stand te brengen in het kader van CO2-reductie. Brinkhorst stelt een bedrag van ruim 31 miljoen euro beschikbaar. De overeenkomst past in de uitvoering van het Nederlandse klimaatbeleid, waarbij Nederland in het kader van de Kyoto doelstelling een emissiereductie van 34 miljoen ton via zogeheten Joint Implementation in Midden en Oost Europa wil realiseren. De gedachte hierachter is dat in deze gebieden Nederland aan een deel van zijn Kyoto verplichtingen kan voldoen tegen lagere kosten dan via binnenlandse emissiereducties.

De EBRD is in 1991 in Londen opgericht met als doel om de overgang naar markteconomieën in Midden en Oost Europa te bevorderen. Hierdoor is de EBRD in staat om een rol in de Joint Implementation te vervullen omdat het gaat om projecten die leiden tot investeringen in deze landen die duurzame economische groei bevorderen.

De overeenkomst markeert volgens Lemierre de eerste stap van de EBRD op het terrein van de CO2-financiering. Het zal de aanzet vormen voor verdere inspanningen van de bank op het gebied van financiering van energie-efficiency en duurzame projecten in de doelgroeplanden. Minister Brinkhorst benadrukt tijdens de ondertekeningsbijeenkomst het wederzijdse belang van Nederland en de partnerlanden in Midden en Oost Europa bij een kosteneffectieve bestrijding van de wereldwijde klimaatsveranderingen.

Goederenvervoer
In januari wordt bekend dat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat ruim 2,1 miljoen euro subsidie geeft aan 22 projecten die de CO2-uitstoot in het goederenvervoer moeten terugdringen. De vervoersector zelf investeert 24 miljoen euro in deze projecten. Jaarlijks leveren deze projecten gezamenlijk een uitstootbesparing van ruim 18 kton CO2. Deze projecten leveren hiermee een flinke bijdrage aan de Nederlandse klimaatdoelstelling van de komende jaren. Bedrijven konden van mei tot september 2002 bij het Projectbureau CO2-reductieplan projectvoorstellen indienen die meer dan 1.000 ton CO2-reductie opleveren. Daarvoor stelde het ministerie in eerste instantie ruim 3 miljoen euro beschikbaar.

Opvallend is het grote aantal (11) initiatieven uit de binnenvaartsector. Het gaat hier bijvoorbeeld om investeringen die de stroomlijning van scheepscasco’s verbeteren en om relatief kleine investeringen zoals het plaatsen van straalbuizen voor een efficiëntere aandrijving. Maar ook complexere projecten die voorzien in het overzetten van goederenstromen van wegvervoer naar watervervoer zullen van start gaan. In het wegvervoer gaan projecten van start op het gebied van routeoptimalisatie en logistieke planning, het voorkomen van lege kilometers en het verbeteren van de beladingsgraad van vrachtauto’s. Opvallend is ook een project waarbij een transporteur in plaats van het vervoeren van verpakkingsmaterialen deze bij de afnemer op locatie zelf gaat produceren, en zo transport vermijdt. Twee projecten zijn gericht op kennisoverdracht in het wegvervoer. Achttien aangemelde projecten zijn door de adviescommissie afgewezen. Een deel daarvan is rendabel genoeg om zonder subsidie uitgevoerd te worden.

Amsterdam
Als eerste grote stad van ons land sluit Amsterdam op 12 februari een energieovereenkomst met het bedrijfsleven om de CO2-uitstoot te beperken. Tot en met 2012 moeten Amsterdamse bedrijven de uitstoot van dit broeikasgas met 5 tot 25% reduceren. Dertien andere gemeenten gingen Amsterdam al voor. De ‘meerjarenafspraak milieu efficiency’ verplicht industriële bedrijven in de hoofdstad maatregelen te nemen voor een zuiniger energieverbruik. De gemeente gaat nog inventariseren hoeveel de 2500 industriële bedrijven in de stad kunnen besparen. Als een bedrijf niet meewerkt, kan de gemeente een dwangsom opleggen. Vanaf begin 2002 kunnen gemeenten een dergelijke energieovereenkomst afsluiten.

Personenvervoer
Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat verleent 1,8 miljoen euro subsidie aan 16 projecten, waarmee de uitstoot van CO2 in het Nederlandse personenvervoer kan worden teruggedrongen. De sector investeert zelf 10 miljoen euro in deze projecten. Gezamenlijk wordt jaarlijks een uitstoot van ruim 66 kton ton CO2 bespaard. Hiermee dragen de projecten aanzienlijk bij aan de Nederlandse klimaatdoelstelling voor de komende jaren. Bedrijven konden van 19 juni tot en met 2 december 2002 bij het Projectbureau CO2-reductieplan projectvoorstellen indienen die de komende jaren per project meer dan 500 ton CO2-reductie opleveren.

Zeven van de 16 projecten reduceren de CO2-emissie door te investeren in een duurzame in plaats van gangbare technologie. Vijf toepassingsprojecten betreffen een concept dat nieuw in de markt wordt gezet. Ter overbrugging van de eerste exploitatiejaren ontvangen de betreffende bedrijven een subsidie. Daarna kunnen de projecten zelfstandig opereren.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2003