Europees energie- en milieubeleid

Berichten uit
2003

In januari roept EnergieNed het kabinet op om een ‘Europatoets’ bij nieuwe wetgeving in te voeren. Alle nieuwe Nederlandse wet- en regelgeving moet volgens EnergieNed voortaan worden getoetst op Europese aspecten en internationale dimensies. De ‘Europatoets’ moet niet alleen uitwijzen of de regelgeving aansluit bij de Europese wetgeving en beleidslijnen, maar ze moet ook leiden tot meer gelijke uitgangsposities van bedrijven in de diverse landen én passen bij de situatie in de direct omliggende landen Volgens EnergieNed maakt de huidige liberalisering van de energiemarkt duidelijk dat het noodzakelijk is dat de regelgeving in Nederland in de pas loopt met wat in andere landen van de Europese Unie gangbaar is. De ongelijke regelgeving in landen van de EU werkt nu in het nadeel van de energiebedrijven in Nederland. Het gaat daarbij om regelgeving op het terrein van milieu, fiscale maatregelen, mededinging, toegang tot transportsystemen en deelmarkten en scheiding van functies van energiebedrijven.

In de brief aan de kabinetsinformateur dringt EnergieNed er ook op aan om de energiesector pas te privatiseren als de liberalisering afgerond is. Het nieuwe kabinet moet de politieke impasse over de privatisering van de energiebedrijven maar eens doorbreken, aldus EnergieNed. De regering zal uiteindelijk een helder beleidskader moeten ontwikkelen voor privatisering van de energiebedrijven, zowel netbedrijven als handels- en leveringsbedrijven.

Europese energiebelasting
Eind januari meldt Europees Commissaris Frits Bolkestein in het Europees Parlement dat een akkoord over Europese energiebelasting aanstaande is. De regeling behelst onder andere de belasting op diesel en de wijze waarop energie-intensieve bedrijven worden belast. Volgens Bolkestein zijn alle technische kwesties opgelost en gaat het nog om enkele politieke geschilpunten.

Een Europees akkoord over minimumaccijnzen voor energieproducten is zo goed als rond na een extra overleg tussen EU-ministers van Financiën op 20 maart. Dat zou onder meer betekenen dat landen met een lage dieselaccijns, zoals Luxemburg, deze op den duur moeten verhogen. Voor Nederland, waar de meeste accijnzen en energietaksen al vrij hoog liggen, hoeft vrijwel niets te veranderen. De benzineprijzen zullen waarschijnlijk niet stijgen. In een land als Luxemburg, waar ‘s zomers grote aantallen Nederlanders op weg naar het zuiden hun tanks volgooien, zal de prijs aan de pomp wel flink stijgen.

Europarlement akkoord met stevige milieuwet
Het Europees Parlement (EP) gaat op 14 mei akkoord met een stevige Europese wet over de aansprakelijkheid van milieuvervuilende bedrijven. In Nederland geldt het principe ‘de vervuiler betaalt’ bij milieuschade, maar elders in de EU is dat niet altijd het geval. De discussie daarover in Brussel sleept al tien jaar. Over het wetsvoorstel van de Europese Commissie blijken in het EP de meningen sterk verdeeld. VVD-europarlementariër en -rapporteur Manders, die het voorstel voor zijn collega’s doorlicht, ondervindt dat in de voorbereidingen als het commissievoorstel dreigt te worden afgezwakt. Afgevaardigden uit de christen-democratische fractie, de grootste in het parlement, willen niet dat kernenergie onder de ontwerprichtlijn valt. Onder aanvoering van groenen, socialisten en liberalen is echter nu wel de aansprakelijkheid voor kernongevallen erin opgenomen. Ook de verplichte verzekering voor milieuaansprakelijkheid voor bedrijven is alsnog vastgelegd. Maar dat gebeurt stapsgewijs, omdat zulke verzekeringsproducten nog niet voldoende op de markt zijn, gezien de problemen rond het maken van risicoanalyses. Voor de ‘meest gevaarlijke activiteiten’, zoals het gebruik van olie en chemicaliën, is de termijn drie jaar. Het europarlement is er overigens voor dat boeren niet op milieuschade kunnen worden aangesproken.

Einde bescherming Italiaanse en Spaanse energiesector
In juli eist de Europese Commissie dat er een einde komt aan de bescherming van de energiesector in Italië en Spanje. Spanje en Italië moeten hun macht in nationale energiebedrijven prijsgeven. Doen ze dit niet dan dreigt de Europese Commissie beide landen voor de rechter te dagen. De commissie stuurt beide landen een ‘verklaring van bezwaren’. Binnen twee maanden moeten Spanje en Italië reageren. Het is een voorbeeld van de strijd die de commissie voert tegen nationale wetten die een hinderpaal zijn voor grensoverschrijdende investeringen.

In Italië en Spanje heeft de overheid nog steeds de mogelijkheid om buitenlandse overnames van geprivatiseerde energiebedrijven onmogelijk te maken. Zo heeft Italië een wettelijke bepaling, die het stemrecht beperkt van energiegigant Electricité de France in het Italiaanse energiebedrijf Italenergia Bis. Spanje heeft een wet die de regering het vetorecht geeft op de aankoop door particulieren van aandelen in Spaanse energiebedrijven. De commissie stelt dat de Spaanse en Italiaanse wettelijke regelingen ‘niet in lijn zijn met de regels uit het Europees Verdrag voor het vrij verkeer van kapitaal’. De commissie voert al langere tijd een strijd tegen de invloed, al of niet in de vorm van een ‘gouden aandeel’ van overheden in geprivatiseerde ondernemingen.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2003