Vergunningen voor windturbines |
Berichten uit 2003 |
In februari wordt bekend dat het ministerie van Economische Zaken (EZ) snellere procedures wil bij windenergieprojecten. Ondernemers die een windmolen of een heel park willen bouwen, stuiten op grote obstakels. De gemiddelde doorlooptijd van een vergunningaanvraag is nu nog vier tot zeven jaar. EZ zoekt daarom naar oplossingen om de procedures te bekorten zonder dat de zorgvuldigheid verloren gaat.
Bij het realiseren van windenergieprojecten komen ondernemers twee knelpunten tegen: de wetgevingsstructuur en de afstemming tussen verschillende overheidsorganen. Volgens Hanneke Brouwer, projectleider Ruimtelijke Inpassing Milieu en Energie, is het gehele vergunningencomplex een tamelijk onoverzichtelijk geheel. De overheid toetst dezelfde aspecten bij verschillende vergunningaanvragen. Voor alle partijen is het inefficiënt en tijdrovend. Daarnaast kan men sommige vergunningen pas aanvragen als andere reeds zijn verkregen. Dit komt een snelle doorlooptijd niet ten goede.
Een van de oplossingen is het starten van de B4-operatie. De operatie Beter Bestuur voor Burger en Bedrijf (B4) is een samenhangende en overheidsbrede operatie met als doel ruimte voor de samenleving te scheppen door de regeldruk te verminderen, de kwaliteit van het overheidsoptreden te vergroten en de keuzevrijheid van burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven te vergroten. Hierna worden de verschillende projecten waarbij ICT een rol kan spelen toegelicht. Met B4 wordt het gehele wetgevingscomplex met alle daarbij behorende vergunningen grondig doorgelicht. Het doel is te komen tot een verkorting van de doorlooptijd van windprojecten tot ongeveer tweeënhalf jaar. Dit kan door te streven naar één inspraakmoment per vergunning, minder procedures voor beroep en bezwaar en bundeling en inkorting van de rechtsbeschermingprocedures. Uiteindelijk wil EZ komen tot één integrale vergunning per locatie.