Raad van State geeft goedkeuring aan windmolenpark in zee

Berichten uit
2003

De Raad van State wijst op 9 april bezwaren van de Stichting Duinbehoud tegen de komst van een windmolenpark voor de kust van Egmond af. De stichting vreest dat veel trekvogels zich te pletter zullen vliegen tegen de molens. Het park, dat bestaat uit 36 windmolens, is een proefproject van Shell en Nuon. Deze bedrijven willen er ervaring mee opdoen voor toekomstige grotere windmolenprojecten op volle zee. Duinbehoud vreest niet alleen voor het leven van veel vogels, maar meent bovendien dat het project horizonvervuiling oplevert. De windmolens blijven twintig jaar staan. Als de milieuschade te groot wordt, kan het kabinet besluiten tot vroegtijdige afbraak van het park.

Milieuonderzoek door de overheid heeft uitgewezen dat het turbinepark voor de Egmondse kust per jaar meer dan 10.000 trekvogels het leven kan kosten. Volgens Nuon is dat getal onwaarschijnlijk hoog en leert de ervaring met andere windmolenprojecten dat het aantal vogelslachtoffers veel lager ligt dan van tevoren werd voorspeld. De stichting Duinbehoud blijft zich inzetten voor de bescherming van de vogels. De Raad van State is akkoord gegaan met een zone waarin de molens gebouwd mogen worden. Dat gebied ligt tussen de tien en achttien kilometer uit de kust. De Stichting gaat er zich voor inzetten om de windturbines zo ver mogelijk in zee te laten bouwen. Op achttien kilometer uit de kust vliegen veel minder trekvogels dan in het gebied van tien kilometer uit de kust, zodat het risico dat ze tegen de molens vliegen veel kleiner is.

Ook de Vogelbescherming wil dat de molens zo ver mogelijk uit de kust komen. Dat is de inzet bij de milieueffectrapportage die nog moet plaatsvinden. De Vogelbescherming vindt het jammer dat de Raad van State niet heeft meegewogen dat het bedrijf E-connection uit Bunnik plannen heeft voor een park 25 kilometer uit de kust.



Terug naar thema Duurzame energie 2003