Voorzieningszekerheid elektriciteit |
Berichten uit 2003 |
In september stuurt minister Brinkhorst van Economische Zaken (EZ) een brief aan de Tweede Kamer over voorzieningszekerheid en leveringszekerheid van energie. Om de energievoorziening in de samenleving te garanderen, is een structurele aanpak noodzakelijk, zowel op korte als op lange termijn. In ieder geval moet het belang van de afnemers, en met name de consument, daarin centraal staan. In de brief schetst de minister het proces dat hij in gang heeft gezet met zijn acties voor de komende anderhalf jaar om de energievoorziening in een vrije markt zeker te stellen.
Op korte termijn is volgens de minister voldoende productie van elektriciteit beschikbaar. Maar als producenten de komende jaren niet in nieuwe capaciteit investeren, kan er in de periode na 2007 een structureel tekort van binnenlandse energieproductie ontstaan. Dit concludeert de toezichthouder op de energiesector, de DTe, op basis van een eerste monitoringsrapportage van TenneT.
Productiebedrijven geven aan dat zij investeringen in piekcapaciteit (capaciteit waar alleen in uitzonderlijke situaties vraag naar is) momenteel onvoldoende aantrekkelijk vinden. Brinkhorst wil het investeren in productiecapaciteit stimuleren door een combinatie van maatregelen die hij in voorbereiding heeft. Zo wil hij uitbreiding (via een wetswijziging) van de mogelijkheden om de markt te monitoren.
Als er meer en betere informatie voorhanden is over verwachte vraag en aanbod, dan kunnen marktpartijen dit gebruiken bij hun beslissing om te investeren. Ook wil de minister kijken hoe hij, in tijden van schaarste, afnemers kan prikkelen hun elektriciteitsverbruik te beperken of beter te spreiden. Verder is hij van plan aanvullende prikkels voor investeringen in piekvermogen in te voeren. Hij denkt daarbij aan het creëren van een capaciteitsmarkt. Als producenten die capaciteit beschikbaar houden voor andere marktpartijen daarvoor vaste inkomsten ontvangen, dan zijn deze investeringen eerder rendabel.
De betrouwbaarheid van gas- en elektriciteitsnetten in Nederland is hoog, ook in internationaal opzicht. Om dat zo te houden bereidt minister Brinkhorst een aantal maatregelen voor, bijvoorbeeld een systeem waarbij hij goede betrouwbaarheid van het net financieel beloont maar als veel storingen optreden wordt de netbeheerder bestraft met korting op de toegestane nettarieven. Netbeheerders moeten verplicht elke twee jaar een kwaliteitsplan openbaar maken met meetbare doelen ten aanzien van de nagestreefde betrouwbaarheid en hoe ze denken deze te bereiken.
Toezichthouder DTe kan strenger toezicht houden doordat het bedrijven boetes kan opleggen die kunnen oplopen tot 10% van de jaaromzet van het bedrijf. De minister krijgt betere mogelijkheden om bij wanbeheer de netten aan een andere netbeheerder over te dragen.
Verder schrijft Brinkhorst de Tweede Kamer dat hij ervan overtuigd is dat Nederland actief moet meewerken aan het realiseren van een vrije Europese energiemarkt. In het veranderingsproces daar naartoe moeten we volgens hem vooral goed leren van eerste ervaringen, zoals onlangs met het tekort aan koelwater en het faillissement van het energiebedrijf EnergyXS.
In december stuurt de brancheorganisatie van alle grote stroomproducenten in Nederland, EnergieNed, haar visie ‘Investeren in betrouwbare en schone productie voor de Europese markt’ naar het Kabinet en de Tweede Kamer. EnergieNed schrijft hierin dat elektriciteitsproducenten Nederland minder afhankelijk van stroomimport kunnen maken. EnergieNed ziet zaken als de grote gasvoorraden, een uitstekend gasleidingnet, uitstekende aanvoermogelijkheden voor kolen, grote koelwatercapaciteit aan zee en een goed elektriciteitshoogspanningsnet, als prima elementen om nieuwe investeringen te rechtvaardigen. Volgens EnergieNed ontbreekt het alleen aan een goed investeringsklimaat voor elektriciteitsproductie, en daarvoor moet de overheid zorgen. Dat draagt bij aan de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening op de lange termijn en levert ook een bijdrage aan vermindering van de milieubelasting in Nederland en Europa. Een gezond investeringsklimaat stelt de producenten in Nederland in staat internationaal concurrerende elektriciteitsprijzen te bieden voor consumenten en het bedrijfsleven.
Om de voorzieningszekerheid in de toekomst te waarborgen is de bouw van nieuwe centrales onontbeerlijk. De voorbereiding en bouw van nieuwe centrales duren enige jaren en vergen omvangrijke investeringen die over tientallen jaren moeten worden terugverdiend. Bovendien produceert Nederland veel elektriciteit met gas, en dat zorgt voor relatief dure elektriciteit. Volgens producenten is die hoge kostprijs van Nederlandse stroom de reden voor de groeiende import van stroom, die in de afgelopen jaren tot 15% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik is gestegen. Als Nederland het aantrekkelijk maakt om hier in energiecentrales te investeren, dan zouden Nederlandse producenten zelfs stroom kunnen gaan exporteren, zo betogen de producenten.
Ook andere Europese energieproducenten zullen de komende jaren sterk moeten investeren in productiecapaciteit. Volgens EnergieNed hechten zij bij de bouw van centrales een groot belang aan het investeringsklimaat dat in een land geldt. EnergieNed geeft aan dat daarbij wordt gekeken naar ‘stabiliteit in energiebeleid, regelgeving en milieueisen die gelden voor een potentiële bouw- of vestigingsplaats. (…) De Nederlandse overheid kan zijn investeringsklimaat nog verder verbeteren door dezelfde brandstofinzet als in andere landen mogelijk te maken (met name kolen) en daarmee rekening te houden bij de toedeling van emissierechten voor kooldioxide (CO2), stikstofoxiden (NOx) en zwaveldioxide (SO2) aan de elektriciteitsvoorziening’.