Prinsjesdag |
Berichten uit 2003 |
Op 17 september, Prinsjesdag, spreekt de koningin in de Ridderzaal te Den Haag de leden van de Eerste en Tweede Kamer toe. In de Troonrede vertelt de koningin wat de regering van plan is voor het komende jaar. De meeste onderwerpen staan in het teken van bezuinigingen.
Het kabinet zal de verplichtingen uit het Kyoto-protocol over klimaatverandering nakomen. Dat betekent dat de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 met 6% moet afnemen ten opzichte van 1990. Om dit doel te bereiken moeten alle sectoren een bijdrage leveren. Deze boodschap herhaalt de minister van VROM in haar toelichting op de begroting die tijdens Prinsjesdag is gepresenteerd. Dit najaar zal het ministerie de Tweede Kamer informeren over hoeveel elke sector maximaal nog aan CO2 mag uitstoten. In 2004 zal VROM de Wet milieubeheer wijzigen om in 2005 een systeem van CO2-emissiehandel mogelijk te maken.
Emissierechten
Per 1 april 2004 wordt bij de Europese
Commissie een plan ingediend voor de verdeling van emissierechten. Verder wil
VROM de uitvoering van convenanten voortzetten. In 2004 zal er een nieuwe
raming van de emissies komen. Als dan blijkt dat er tegenvallers dreigen, kan
de minister, naar eigen zeggen reservemaatregelen inzetten. Welke dat zijn, is
nog niet bekend. Ook in het buitenland neemt Nederland maatregelen om de
uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. In 2004 zal de overheid weer
nieuwe samenwerkingsverbanden met diverse ontwikkelingslanden afsluiten. Het
bedrag dat beschikbaar is voor het terugdringen van broeikasgassen in
ontwikkelingslanden wordt in 2004 met 36 miljoen euro verminderd. Volgens VROM
is dit geen bezuiniging, maar blijkt het goedkoper te zijn dan men dacht om
broeikasgasreducties in het buitenland te realiseren.
CO2-reductie van 30%
Het Kyoto-protocol is volgens VROM slechts een
bescheiden stap om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Voor de
periode na 2012 is een hogere ambitie nodig. Staatssecretaris Van Geel stelt
daarom voor om uiterlijk in 2030 de uitstoot van broeikasgassen voor
industrielanden met 30% te verminderen ten opzichte van 1990. Dit doel is in
lijn met het Nationaal MilieubeleidsPlan (NMP) en komt overeen met ambities die
door de Duitse, Franse en Britse regering zijn geformuleerd. Nederland zal als
voorzitter van de Europese Unie in de tweede helft van 2004 het Europese
standpunt uitdragen bij de internationale onderhandelingen over klimaat.
Bezuiniging op EPR
Op de energiepremieregeling, een
subsidieregeling voor CO2-beperkende apparaten en installaties,
bezuinigt VROM in 2004 48 miljoen euro. Dit betekent dat er in dat jaar nog 9 miljoen
euro overblijft, vrijwel uitsluitend voor de Energieprestatieadviezen (EPA’s).
Hierdoor komen HR-ketels, dubbel glas, zuinige witgoedapparaten en
isolatiemateriaal niet meer voor subsidie in aanmerking. Voor deze producten
zijn de gevolgen echter minder zwaar omdat deze ook zonder de subsidie al
redelijk verkocht werden. Voor zonnepanelen, zonneboilers en warmtepompen is de
meerprijs echter zo hoog, dat de afzet ervan vrijwel zeker in elkaar zakt. Het
ministerie van VROM zal de Tweede Kamer nog voor de behandeling van de
VROM-begroting informeren hoe zij de energiepremieregeling precies zal
voortzetten. Voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen blijft
naast de energiepremieregeling in 2004 nog 47 miljoen euro beschikbaar.
Regulerende Energie Belasting verdwijnt
De korting op de ecotaks, ook wel regulerende
energiebelasting (REB) genoemd, op groene stroom verdwijnt. Het voordeel voor
groene-stroomgebruikers, dat nu nog 2,9 eurocent per kWh bedraagt, wordt op 1
juli 2004 verlaagd tot 1,5 eurocent per kWh en op 1 januari 2005 helemaal
afgeschaft. Deze bezuiniging is een van de vele maatregelen die het ministerie
van Economische Zaken op zijn begroting heeft opgenomen, zo werd op Prinsjesdag
duidelijk. Het kabinet verwacht echter dat deze ingreep geen effect heeft op de
uiteindelijke prijs van groene stroom. De bovengenoemde korting wordt namelijk
opgevangen door een verhoging van de MEP-subsidies. De MEP (Wet Milieukwaliteit
ElektriciteitsProductie) regelt een subsidie voor producenten van groene stroom
die daardoor hun elektriciteit voordeliger op de markt kunnen aanbieden. Door
het afschaffen van de korting op de REB voor groene stroom hoopt de regering
het zogeheten ‘buitenlandlek’ te dichten. De vroegere korting op de REB was
namelijk ook toegankelijk voor buitenlandse producenten van groene stroom.
Terwijl de MEP alleen bestemd is voor binnenlandse producenten. Dit houdt in
dat energiebedrijven die groene stroom verkopen die nu uit het buitenland
afkomstig is, mogelijkerwijs wel de prijs van dit product op termijn zullen
moeten verhogen. Het schrappen van de REB-korting zal de overheid een
bezuiniging van 120 miljoen euro opleveren. Overigens zal de overheid de
energiebelasting niet langer ‘regulerend’ noemen. Verder had minister Brinkhorst
van EZ al aangekondigd dat ook grootverbruikers (>10 miljoen kWh of >10
miljoen m3 gas), over het topverbruik energiebelasting gaan betalen. Een
uitzondering blijft bestaan voor grote bedrijven die aan energieconvenanten
meedoen.
Het einde van de energiepremieregeling heeft weinig invloed op de terugverdientijd van investeringen in het isoleren van de woning. Dat blijkt uit berekeningen van Milieu Centraal, de landelijke vraagbaak over milieu en energie in huis. De kosten van het zelf isoleren van een schuin dak zijn met premie na 2,1 jaar terugverdiend, en zonder premie na 2,5 jaar, aldus Milieu Centraal. De kosten van spouwmuurisolatie zijn met energiepremie na 2,9 jaar terugverdiend, en zonder premie na 4,3 jaar. De kosten van extra isolerend glas (zogenaamd HR++ glas) zijn met premie na 8 jaar terugverdiend, en zonder premie na 9,1 jaar.
Reacties van verschillende organisaties
De reacties op de nieuwe begroting zijn over
het algemeen negatief. De Woonbond is van mening dat huurders zwaar worden
getroffen. Volgens Greenpeace zet het kabinet-Balkenende het milieu buitenspel.
EnergieNed vindt dat het kabinet een onduidelijk beleid voert. Alleen het
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) noemt het beleid efficiënt
maar met ‘afbreukrisico’s’.
De Woonbond, de belangenvereniging van huurders, stelt dat de huurder ‘onevenredig zwaar’ wordt getroffen door de verhoging van de energiebelasting met 10 procent en het verdwijnen van de Energie Premie Regeling (EPR). Huurders zijn volgens de organisatie de dupe, omdat verhuurders verantwoordelijk zijn voor de isolatie van woningen. Nu dat duurder wordt, zien ze daar eerder vanaf, vreest de Woonbond. Het schrappen van diverse subsidiemogelijkheden zal voor de meeste huurders tot hogere woonlasten leiden. In een reactie op de Miljoenennota laakt Greenpeace de bezuinigingen die het milieubeleid raken. Zo is Greenpeace ontstemd over het verdwijnen van de Energie Premie Regeling.
Het milieu- en natuurbeleid van het kabinet is in de ogen van het RIVM efficiënt, maar er zijn aanzienlijke ‘afbreukrisico’s’. Of Nederland aan zijn internationale verplichtingen in het kader van de Kyoto-afspraken tegen de uitstoot van broeikasgassen kan voldoen, blijft voor het RIVM ‘onzeker’. EnergieNed, de belangenbehartiger van de energiebedrijven in Nederland, vindt dat het kabinet een onduidelijk beleid voert op het gebied van zowel de groene stroom als energiebesparing. Het kabinet kondigt weliswaar aan knelpunten te gaan aanpakken, maar EnergieNed is er niet gerust op dat dit ook gebeurt. Het kabinet wil de vrijstelling van ecotaks op groene energie afbouwen en de Energiepremieregeling grotendeels afschaffen.
Na 1 januari 2005 komt uitsluitend nog binnenlands geproduceerde groene energie voor (productie)subsidie in aanmerking. Bedrijven die groene energie importeren moeten dit nu in het binnenland inkopen. EnergieNed stelt dat door de vergunningenproblematiek dit binnenlandse aanbod echter moeizaam van de grond komt.
Voor de stimulering van energiebesparing voert de overheid een uiterst inconsistent beleid, volgens EnergieNed. De Energiepremieregeling (EPR) en de Energieprestatieadviezen (EPA), gestart als nuttige besteding van de ecotaks opbrengsten, verdwijnen grotendeels als gevolg van de bezuinigingen bij het ministerie van VROM. Hiermee verdwijnen mogelijk alle subsidie-instrumenten om consumenten en bedrijven in bestaande bouw tot energiebesparing te bewegen. Onduidelijk is ook hier met welke verwachtingen de overheid deze regelingen in het leven had geroepen. EnergieNed pleit voor evaluatie van de doelmatigheid van de EPR en EPA alvorens ze af te schaffen.
Uit de begroting van EZ die op de derde dinsdag in september is gepresenteerd blijkt overigens dat de minister voor het energieonderzoek volgend jaar structureel 82,7 miljoen euro beschikbaar stelt. Dat betekent dat er geen bezuiniging plaatsvindt op energieonderzoek. Onder dit bedrag vallen de bijdragen aan Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en de uitgaven aan energiebesparing en duurzame energie (EDI-, DEN- en NEO-regeling). Wel krijgen de regelingen voor RD&D volgend jaar een nieuwe opzet. Voorts moet energieonderzoek aan prestatie-indicatoren gaan voldoen. Deze zijn:
Premie zonnepanelen moet blijven
In november pleiten de regeringspartijen CDA,
VVD en D66 ervoor dat de premie voor zonnepanelen en energieadviezen behouden
blijft. Zij willen hier ongeveer 20 miljoen euro voor vrijmaken. Omdat
zonne-energie nog niet winstgevend is, moet deze schone energievorm
gestimuleerd worden totdat ze wel loont, vinden de regeringspartijen. Het
bezuinigen op energieadviseurs is evenmin een goede optie, aldus de Tweede
Kamer. Deze geven adviezen over hoe een woning het best is te isoleren en zo
weinig mogelijk energie verbruikt. Over twee jaar stelt de Europese Unie
dergelijke adviezen verplicht bij woningverkoop. De oppositiepartijen
GroenLinks, PvdA en SP willen de energiepremie ook behouden. Zij menen echter
dat er meer geld voor nodig is dan de regeringspartijen willen vrijmaken.