Staatssecretaris Van Geel wil klimaat- en luchtbeleid integreren |
Berichten uit 2003 |
Op 25 november maakt staatssecretaris Van Geel van Milieu op een symposium over de toekomst van het luchtbeleid bekend het klimaat- en luchtbeleid te willen integreren. De bestrijding van luchtverontreiniging en het tegengaan van klimaatveranderingen moeten worden samengevoegd tot één beleid. Van Geel denkt dat een gecombineerde aanpak kan, omdat luchtverontreiniging en klimaatverandering dezelfde hoofdbron hebben: verbranding van fossiele brandstof. Zo’n geďntegreerde aanpak is volgens hem nodig omdat het steeds moeilijker wordt de milieudoelstellingen te halen: 'al het laaghangende fruit is al geplukt.'
Deskundigen steunen de visie van de staatssecretaris op het symposium, maar zij wijzen ook op ongewenste effecten. Zo leidt volgens TNO de bestrijding van roetdeeltjes wel tot een betere luchtkwaliteit, maar ook tot een stijging van temperatuur omdat roet warmte absorbeert. Bij minder roetdeeltjes is dus meer inspanning nodig voor de reductie van broeikasgassen.
De CO2-reductie die Van Geel nastreeft, wordt voor de helft in het binnenland uitgevoerd en voor de helft met maatregelen elders in Europa gerealiseerd. TNO gaat ervan uit dat het beter is voor de aanpak van luchtverontreiniging in Nederland als alle maatregelen in Nederland zouden worden genomen.Dat is echter volgens een studie van het Centraal Planbureau (CPB) ook veel duurder.
Het RIVM beaamt dat het aanpakken van broeikasgassen automatisch leidt tot het verminderen van stoffen die luchtverontreiniging veroorzaken, zoals roet, fijn stof en aërosolen. Ze hebben veel effect op elkaar en kunnen dus met elkaar in verband worden gebracht. Maar broeikasgassen verspreiden zich mondiaal, terwijl luchtverontreinigende stoffen meer een lokaal of regionaal probleem zijn. Dat maakt het lastig om tot geďntegreerd beleid te komen.