Gewijzigde Elektriciteitswet en Gaswet naar Tweede Kamer |
Berichten uit 2003 |
Op 15 december stuurt minister Brinkhorst van EZ wetsvoorstellen voor wijziging van de Elektriciteitswet en de Gaswet naar de Tweede Kamer. De wijzigingen zijn geïnstigeerd door de implementatie van EU-richtlijnen en bedoeld om het toezicht op het netbeheer aan te scherpen. Het doel van de wijziging is het versterken van de positie van consumenten op de geliberaliseerde Europese markt voor elektriciteit en gas.
De minister schrijft in zijn toelichting bij het wetsvoorstel dat hij er zeer bewust voor kiest om de algemene eisen uit de Europese richtlijnen nader in te vullen. Die invulling bestaat uit concrete maatregelen die zich richten op de betrouwbaarheid van het transport van elektriciteit en gas, de handhaving van de Elektriciteitswet en de Gaswet, en op de mogelijkheid om snel doeltreffende voorzieningen te kunnen treffen ingeval van tekortkomingen in het netbeheer. Publieke belangen als de beschikbaarheid van energie tegen aanvaardbare prijzen, leveringszekerheid, kwaliteit en veiligheid en marktordening en toezicht zijn in deze wetten volgens de minister beter gewaarborgd.
In het wetsvoorstel worden ook de bevoegdheden van de minister van EZ en de toezichthouder DTe aangescherpt en verduidelijkt. De minister zal op een aantal punten de ruimte voor de toezichthouder vastleggen in ministeriële regelingen. Hiermee wordt het helderder dat de minister de verantwoordelijkheid draagt voor beleid en regelgeving en dat DTe uitvoert en toeziet op de naleving van de regelgeving.
DTe krijgt meer bevoegdheden en zal daardoor slagvaardiger invulling geven aan zijn handhavingstaak. De maximale boete voor de categorie zware overtredingen wordt 10% van de omzet van de betrokken onderneming. Verder bevat het wetsvoorstel aangekondigde wijzigingen zoals het verschaffen van informatie door stroomleveranciers aan hun afnemers over de brandstofmix die voor de stroomopwekking is gebruikt en de daarbij behorende milieukwaliteit van de geleverde elektriciteit.
Voor de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten worden aanvullende waarborgen opgenomen. Zo wordt een nieuw tariefreguleringssysteem ingevoerd. Goede netkwaliteit wordt daarin beloond met hogere toegestane nettarieven, terwijl minder goede netkwaliteit leidt tot een korting op die tarieven. Daarnaast worden netbeheerders ertoe verplicht om te beschikken over een toereikend kwaliteitsbeheersingssysteem. Elke twee jaar moeten zij dit vastleggen in een openbaar kwaliteitsplan.
De switchverplichting van een netbeheerder, die het mogelijk maakt dat afnemers desgewenst van leverancier kunnen wisselen, wordt in de wet opgenomen. De DTe kan deze verplichting via bestuurlijke boetes handhaven. Het economisch eigendom van het netwerk moet bij de netbeheerder berusten. Hierdoor is het onafhankelijk netbeheer beter gewaarborgd en is de netbeheerder beter toegerust om zijn wettelijke taak uit te oefenen. Verder krijgt de overheid extra mogelijkheden om in te grijpen in het geval van tekortkomingen in het netbeheer. EZ kan een zogenaamde stille curator aanstellen die tijdelijk het bestuur van een netbeheerder kan overnemen.