Rol DTe en NMa

Berichten uit
2004

DTe stelt in een in maart afgerond onderzoek vast dat de liquiditeit van de Nederlandse elektriciteitsmarkt tot en met januari 2004 enigszins is verslechterd, waarbij aangetekend dat deze in 2002 al zorgwekkend klein was. De maatregelen die door DTe zijn voorgesteld, en die de EZ-minister Brinkhorst voornemens is te gaan implementeren en realiseren om de liquiditeit op korte termijn te verbeteren, zijn: vergroten van de importcapaciteit; meer spreiding in veiling voor importcapaciteit; verbetering werking onbalansmarkt voor gas; vermindering kredietrisico van marktpartijen; structurele monitoring wholesalemarkt elektriciteit; en meer markttransparantie elektriciteitsmarkt. Een andere idee van DTe betreft het beschikbaar stellen van productievermogen aan marktpartijen via zogenaamde ‘virtual power plants’. Daarmee kan het productieoligopolie worden aangepakt, hoewel de minister hierover enigszins terughoudend is, omdat dit direct ingrijpt in de marktstructuur en het investeringsklimaat daarmee beïnvloedt. De minister ondersteunt wel het idee om de Europese ervaringen met ‘virtual power plants’ in kaart te brengen.

In mei wordt de Implementatie- en Interventiewet in het parlement behandeld. In de dan geldende energiewetten is het nog de DTe die de transporttarieven voor stroom en gas goedkeurt en de regels beoordeelt die netbeheerders met elkaar afspreken om het vervoer goed te laten verlopen en hun opstelling richting de klant. EZ-minister Brinkhorst wil die bevoegdheden naar zich toetrekken. De Tweede Kamer heeft echter een amendement ingediend die de bevoegdheid voor het beoordelen van de plannen van netbeheerders toch weer bij de DTe legt. Dat vindt de minister onaanvaardbaar, want de bevoegdheidsoverdracht naar EZ past in zijn visie van ‘sterke markt en sterke overheid’.

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft in juli invallen gedaan bij de energiebedrijven Nuon, Essent, Delta en Eneco. De NMa vermoedt dat de bedrijven de mededingingswet overtreden. De kartelautoriteit deed de invallen op basis van tips en klachten. Voorafgaand aan de liberalisering op 1 juli had de toezichthouder aangegeven streng te zullen toezien op de marktopenstelling. Het Tweede Kamerlid Crone (PvdA) heeft 2 weken later vragen gesteld over de inval, maar de EZ-minister Brinkhorst wil niet zeggen van welke inbreuk op de Mededingingswet de energiebedrijven specifiek worden verdacht. Hij wil alleen maar kwijt dat het onderzoek van de NMa betrekking heeft op zowel de zakelijke markt als op de consumentenmarkt: ‘De NMa heeft op basis van verschillende aanwijzingen het vermoeden dat de betreffende ondernemingen in strijd met de Mededingingswet hebben gehandeld. Overtredingen van de Mededingingswet zijn bijvoorbeeld prijsafspraken en marktverdelingsafspraken. Nader onderzoek zal uit moeten wijzen of er daadwerkelijk sprake is van overtredingen van de Mededingingswet’, aldus de minister.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2004