Kernenergie weer bespreekbaar |
Berichten uit 2004 |
EZ-minister Brinkhorst vindt dat ‘Europa’ de optie voor kernenergie moet openhouden. Een energievoorziening gebaseerd op kolen, gas en alternatieve energie acht hij ‘te kwetsbaar’. Dit heeft hij bij Eurocommissaris Loyola de Palacio en zijn collega-ministers van EZ ‘enkele malen aangekaart’. In Nederland, dat later dit jaar voorzitter wordt van de EU, ijvert Brinkhorst niet voor kernenergie. ‘In Nederland is daar geen draagvlak voor’, zegt een woordvoerder van EZ. ‘De minister probeert ook niet om dat te vergroten’. Regeringspartijen CDA en VVD staan positief tegenover kernenergie. ‘We redden het niet met alleen zonne- en windenergie’, stelt energiewoordvoerder Jos Hessels van het CDA. ‘Wel moet het afvalprobleem tot acceptabele proporties worden teruggebracht. Maar wij denken dat dit op vrij korte termijn gaat lukken.’
Volgens een in maart gepubliceerd plan van de Rotterdamse projectontwikkelaar Benno Wiersma (directeur van het zonnepanelenbedrijf Synergie) moet Nederland een tweede kerncentrale krijgen. Het gaat om een 10 MW hoge temperatuur reactor (HTR) die bijvoorbeeld een grootgebruiker als Hoogovens of bedrijventerreinen moet bedienen van stroom en warmte. De projectontwikkelaar werkt onder andere samen met ECN om een plan te ontwikkelen voor de bouw van een kleine kernreactor en zal binnenkort een vergunningaanvraag indienen bij het ministerie van VROM.
Uit een afstudeeronderzoek van Brian Boer, student van de TU Delft, gepubliceerd in juli, blijkt dat een HTR kan worden ingezet om in combinatie met windenergie een constante energieproductie voor afnemers te waarborgen. Daarnaast is nagegaan of dit commercieel en technisch haalbaar is. De energieproductie van de HTR kan snel worden aangepast aan de wisselende productie van een groot offshore windpark. Inzet van de reactor als achtervang voor windenergie is daarom in technisch opzicht geen probleem. Met de combinatie van kern- en windenergie zou de gehele CO2-emissie door elektriciteitsopwekking vermeden kunnen worden. De economische haalbaarheid is berekend door de kosten van beide energiebronnen te vergelijken.
De bouw van moderne kerncentrales is veruit de minst dure maatregel voor het kabinet om de leveringszekerheid van energie te vergroten. Dat blijkt uit een in maart gepubliceerde studie van het Centraal Planbureau (CPB) waarin een kosten-batenanalyse is uitgevoerd voor 7 opties om de kosten van stroomuitval te beperken. Het CPB concludeert dat het goedkoper is om af en toe een stroomuitval te tolereren, dan kabinetsmaatregelen te treffen om elektriciteitsstoringen uit te sluiten.
Het Rathenau Instituut, dat zich tot doel stelt maatschappelijke discussies te stimuleren, heeft in mei een rapport uitgebracht over de voordelen en nadelen van kernenergie. Internationaal is het besef doorgedrongen dat het gebruik van aardgas en steenkolen voor de opwekking van elektriciteit tot klimaatverandering leidt. De uitstoot van het broeikasgas CO2 moet worden teruggedrongen en kernenergie is één van de mogelijkheden om daaraan een bijdrage te leveren. De vraag naar elektriciteit stijgt bovendien wereldwijd, met name in China en andere Aziatische landen. Of kernenergie toekomst heeft, zal volgens het Rathenau-rapport vooral van 2 zaken afhankelijk zijn,: het kernafvalvraagstuk en de prijs van kernstroom. Nederland doet er in elk geval verstandig aan om kernenergie als optie voor de toekomst open te houden. Over 5 tot 10 jaar kan dat al aan de orde zijn, als elektriciteitscentrales moeten worden vervangen en bijgebouwd.
Tijdens het beleidsdebat in mei over het onderdeel milieubeheer van de VROM-begroting blijkt een meerderheid (VVD en CDA) in de Eerste Kamer kernenergie boven andere vormen van energieopwekking te verkiezen. Daarom moet het besluit om de kerncentrale Borssele in 2013 te sluiten worden herzien. De VROM-staatssecretaris Van Geel zei zich gebonden te voelen aan het kabinetsbesluit inzake Borssele, maar liet tevens weten dat hij geen principiële tegenstander is van kernenergie. Maar hij hield de Eerste Kamer nog wel andere zorgen voor.
Emeritus hoogleraar energievoorziening R.W.J. Kouffeld pleit in augustus voor een reeks van kleinere kerncentrales in ons land. Volgens hem zijn die veilig en kan het kernafval veilig worden opgeborgen. Vrees voor misbruik van splijtbaar materiaal door terroristen heeft hij niet. De Stichting Kernvisie, die de toepassing van kernenergie in Nederland weer bespreekbaar wil maken, heeft inmiddels een plan ontwikkeld voor de realisatie van een eerste kleine kerncentrale met een capaciteit van 20 MW. Probleem is dat er in de Tweede Kamer, behalve bij de fracties van VVD en LPF, erg weinig draagvlak is voor kernenergie. Kouffeld stelt echter dat er weinig alternatieven zijn, omdat milieuvriendelijke energiebronnen - zon, wind, biomassa, waterkracht - bij lange na niet aan de energievraag kunnen voldoen. Bovendien komt er snel een tekort aan fossiele brandstoffen, mede door sterk groeiende economieën als China en India.
Voorafgaand aan een conferentie over energiepolitiek van de PvdA in oktober heeft het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stichting (WBS), een uitgebreid onderzoek uitgebracht over energieopties voor de 21ste eeuw. Kernenergie wordt daarin nadrukkelijk als optie genoemd. Naast de nadelen van kernenergie, zoals de kans op ongevallen met kerncentrales, het kernafvalprobleem en de verspreiding van kernwapens, worden ook de voordelen genoemd, zoals de beperkte uitstoot van broeikasgassen én de langdurige beschikbaarheid van kernenergie als elektriciteitsbron. De auteur van het hoofdstuk over kernenergie sluit niet uit dat de maatschappelijke aanvaardbaarheid van kernenergie toeneemt. Voorbeelden zijn Finland (een nieuwe kerncentrale wordt gebouwd) en Zwitserland (stopt niet met kernenergie). Toepassing van kernenergie hangt volgens de WBS-werkgroep sterk af van de acceptatie van technologische vernieuwingen zoals de ontwikkeling van veilige centrales en het verkorten van de levensduur van radioactief afval.
Uit in oktober gepresenteerde resultaten van een onderzoek dat TNS NIPO uitvoerde in opdracht van Nuon blijkt dat het gebruik van kernenergie voor het opwekken van elektriciteit het minst populair is bij Nederlanders. Duurzame energie geniet de grootste voorkeur. Nuon wilde weten hoe de klanten denken over kernenergie in vergelijking met andere energiebronnen. Zes op de 10 Nederlanders staan negatief (33%) tot zeer negatief (25%) tegenover kernenergie. 17% staat positief of heel positief tegenover kernenergie. Hoewel kernenergie voor veel mensen een negatieve betekenis heeft, groeit het draagvlak voor kernenergie wanneer er een link wordt gelegd met het broeikaseffect. Ook de prijs van elektriciteit, opgewekt met kerncentrales is van invloed op het oordeel van Nederlanders over kernenergie. Als de prijs van kernstroom de helft goedkoper zou zijn dan stroom uit andere bronnen, dan neemt de voorkeursterk toe: van 6% naar 30%. 5 op de 10 respondenten vinden het niet acceptabel als Nederland wel kernenergie uit buitenlandse kerncentrales importeert, maar niet bereid is om in eigen land een kerncentrale te bouwen. Windenergie is het populairst, gevolgd door zonne-energie en waterkracht. 8 van de 10 Nederlanders vinden dat de energievoorziening in Nederland op de lange termijn moet worden veiliggesteld door te investeren in duurzame energiebronnen.
In antwoord op vragen uit de Tweede Kamer (Herben, LPF) meldt EZ-minister Brinkhorst dat ongeveer 4 tot 6% van de energieconsumptie in ons land is afkomstig van kerncentrales in het buitenland. De minister heeft echter geen inzicht in de contracten die de stroomproducenten afsluiten in het buitenland, maar het is wel bekend hoeveel stroom geïmporteerd wordt uit Duitsland, Frankrijk en België en hoeveel procent van de stroom in die landen wordt opgewekt met kernenergie. LPF dringt er bij Brinkhorst op aan om meer geld uit te trekken voor onderzoek naar kernenergie, omdat bij het splijten van de atomen niet het broeikasgas CO2 vrij komt. Brinkhorst wil daar niet aan, maar wil wel doorgaan met het bestaande onderzoek naar kernenergie dat circa € 9 mln. per jaar kost.