Emissies en emissiehandel |
Berichten uit 2004 |
In januari heeft de Europese Commissie de richtlijnen voor monitoring van de CO2-emissies aangenomen in het EU-emissiehandelssysteem. Gedurende 2003 werden de voorgestelde richtlijnen in verschillende fasen beoordeeld door vertegenwoordigers van industrie en ministeries van de EU landen. De definitieve ‘Monitoring and Reporting Guidelines’ zullen beschikbaar zijn op de websites van (DG Environment). De nieuw aangenomen richtlijnen zullen van toepassing zijn op alle installaties die deelnemen in het emissiehandelssysteem zoals die voor de productie van elektriciteit en warmte, en voor de productie van staal, glas, cement en pulp. De richtlijnen omvatten een algemeen gedeelte over monitoring en rapportage als ook gedetailleerde methoden om de emissies in de betreffende sectoren vast te stellen. De implementatie van de richtlijnen is verplicht voor alle deelnemende bedrijven.
De milieuministers van de Unie hebben in maart, ondanks verzet van Italië en het Europese bedrijfsleven, besloten dat de Unie moet vasthouden aan de afspraak om in de periode 2008-2012 de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. In hun halfjaarlijkse vergadering met het oog op het komende Nederlandse EU-voorzitterschap stellen ondernemers uit de Europese industrie echter dat Europese beleidsmakers hard bezig zijn de industrie uit Europa te verdrijven. Oorzaken van de dreigende vlucht zijn stroomprijsstijgingen door de liberalisering van de energiesector en de eenzijdige CO2-uitstoot reductie doelstelling in het kader van het ‘Kyoto’-protocol. Daarmee verwordt de ‘Lissabon’- ambitie om de Unie in tien jaar de meest dynamische en competitieve kenniseconomie te maken tot een utopie. De VROM-staatssecretaris Van Geel, is tevreden dat Unie toch doorzet.
In maart willen de Europese ministers van milieu dat de Europese Commissie met voorstellen komt om in internationaal verband de uitstoot van broeikasgassen bij de luchtvaart terug te dringen. Daarnaast moeten de landen van de Europese Unie energiebelasting gaan heffen op kerosine voor vluchten in de EU. VROM-staatssecretaris Van Geel is een voorstander van energiebelasting op kerosine. Eerder had hij al gepleit voor een belasting op vliegtickets. Hij vindt dat de negatieve milieueffecten van vliegen in de prijs moeten worden verrekend. Er wordt tenslotte ook accijns geheven op benzine en diesel. De internationale luchtvaart is tot op heden vrijgesteld van de verplichtingen uit het Kyoto Protocol.
In april heeft het Europees Parlement in eerste lezing een compromis bereikt met de Raad van de Europese Unie over de zogenaamde ‘Linking Directive’. Hiermee worden de projectmechanismen Clean Development Mechanismen (CDM) en Joint Implementation (JI) gekoppeld aan de Europese richtlijn voor handel in emissierechten zoals die per 1 januari 2005 van start gaat (de ‘Richtlijn Emissiehandel’). Dit betekent dat bedrijven emissiecredits die verkregen kunnen worden uit projecten in ontwikkelingslanden (CDM) of industrielanden (JI) om kunnen laten zetten in emissierechten en verhandelen in het Europese emissiehandelssysteem. Door de koppeling ontstaat er organisatorisch één en dezelfde markt voor CDM-, JI- en Europese CO2-emissierechten.
Uit een in juli gepresenteerd overzicht blijkt dat de CO2-uitstoot met 0,5 procentpunt is verminderd. In Nederland was sprake van een daling met 1,1 procentpunt. Enkele oorzaken zijn het toenemend gebruik van gas als brandstof voor elektriciteitscentrales (ten koste van kolen en olie), en een dalend energiegebruik als gevolg van de verslechterde economie. In 2001 steeg de uitstoot in de vijftien toenmalige EU-lidstaten nog met 1,3 procentpunt ten opzichte van 2000. Dat jaar liet een stijging met 0,2 procentpunt zien in vergelijking met 1999. Nederland dient in 2012 in totaal 6% minder gassen uit te stoten in vergelijking met 1990.
Vertegenwoordigers van de auto-industrie, milieu- en consumentenorganisaties en de overheid concluderen op de Europese conferentie ‘Energy in Motion’ in Amsterdam in oktober dat snel gezamenlijke Europese actie nodig is om transport milieuvriendelijker te maken. Het is technisch mogelijk zijn om in 2015 de uitstoot van schadelijke gassen van auto’s tot ‘bijna nul’ te reduceren. Strenge emissie-eisen die voor de eerste helft van 2005 worden vastgesteld moeten hieraan bijdragen.
Uit de in oktober gepubliceerde IEA-publicatie World Energy Outlook 2004 blijkt de vraag naar energie tussen nu en 2030 met bijna 60% zal toenemen. Tweederde daarvan komt voor rekening van landen als China in India. De uitstoot van het broeikasgas CO2 zal daardoor jaarlijks met 1,7% stijgen, waarvan het grootste deel zal worden uitgestoten door de niet-westerse landen. In het rapport wordt uiteengezet wat de effecten van deze toename kunnen zijn. Onder bepaalde voorwaarden kan de vraag naar energie in 2030 echter 10% lager uitvallen dan in de huidige prognoses. Er wordt ook gesteld dat de wereld met de huidige energiebronnen nog zeker enkele tientallen jaren uit de voeten kan. Bovendien is er voldoende geld beschikbaar voor investeringen die voor de toenemende energiebehoefte nodig zijn. Het IEA gaat uit van een bedrag van ongeveer $ 16 biljoen.