Energiebeleid: duurzame energie, energiebesparing, leveringszekerheid

Berichten uit
2004

In mei wordt het rapport ‘Dutch energy policies from a European perspective: Major developments in 2003’ van ECN Beleidsstudies gepubliceerd, waarin een overzicht wordt gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van energiebeleid. Het laat zien dat binnen Nederland een duidelijk verschuiving gaande is van een nationale energievisie naar een meer Europees georiënteerd beleid.

De EU Energie-commissaris De Palacio stelt in mei dat de bouw van windmolens, zonnecollectoren en andere alternatieve energiebronnen niet snel genoeg gaat. Onder meer Nederland moet een tandje bijzetten. Zonder extra inspanning haalt Europa niet het doel om in 2010 22% van de stroom door alternatieve bronnen te laten opwekken. Op basis van cijfers uit 2001 komt Europa volgens de Europese Commissie nauwelijks tot 18 of 19%. De Palacio sprak zijn waardering uit voor de inspanningen van Spanje, Duitsland en Finland. Deze landen halen inmiddels meer stroom uit alternatieve bronnen dan beoogd. Absolute achterblijvers zijn Griekenland en Portugal. Nederland heeft dit jaar al negen grote windmolens neergezet op de Maasvlakte. Volgend jaar volgen nog zestig grote turbines in de Noordzee bij IJmuiden. De Europees commissaris wil ook biobrandstoffen blijven stimuleren. Biobrandstoffen zijn combinaties van benzine met bijvoorbeeld een scheutje alcohol of koolzaad. VROM-staatssecretaris Van Geel pleitte al eens voor een belastingvoordeel op deze brandstof. In Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Frankrijk, Italië, Engeland en Zweden bestaan die kortingen al.

De Europese Ministers van Economische Zaken, onder wie Brinkhorst, hebben in juni een politiek akkoord bereikt over het recht grenzen te stellen aan het energiegebruik van nieuwe types elektrische apparaten. De eventuele Europese normen moeten stroomvretende apparaten als cd-spelers en televisies weren. EU Energie-commissaris De Palacio heeft ook voorgesteld om de EU-landen te verplichten 1% energie per jaar te besparen. Over die doelstelling zijn de nationale ministers echter terughoudend, zodat de Eurocommissaris zich beperkt tot een voortgangsrapport. In het najaar zal de Europese Unie onder Nederlands voorzitterschap verder aan het onderwerp werken.

EZ-minister Brinkhorst laat in september weten dat Nederland het voorstel voor nieuwe Europese regelgeving op het gebied van energie-efficiëntie van de agenda heeft gehaald, omdat er prioriteit is voor regelgeving met betrekking tot de leveringszekerheid van de elektriciteitsvoorziening en de energie-infrastructuur. Het voorstel van de Europese Commissie beoogt dat de lidstaten besparingsmaatregelen gaan invoeren die moeten leiden tot een verlaging van 1% van hun energiegebruik. Sommige leden van het parlement zijn bezorgd dat de regelgeving zal leiden tot verstoring van de geliberaliseerde Europese markt.

EZ-Minister Brinkhorst zei in september, in zijn rol als voorzitter van de Europese Energieraad, tegen de energiecommissie van het Europees Parlement dat het ontwikkelen van een stabiel klimaat voor private investeringen de sleutel is voor leveringszekerheid van elektriciteit in de Europese Unie. Het is volgens hem gebleken dat zowel het Europees Parlement als de regeringen van de lidstaten ‘weerzin hebben’ tegen de voorgestelde EU wet die tot doel heeft leveringszekerheid en investeringen in infrastructuur te promoten. Ook vindt hij dat het politieke belang van leveringszekerheid in de gaten moet worden gehouden. Hij zei tenslotte dat leveringszekerheid niet gereduceerd moet worden tot een nationaal eigenbelang, daar de lidstaten onderdeel uitmaken van de Europese markt.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2004