Transitie

Berichten uit
2004

In een brief aan de Tweede Kamer in april schrijft EZ-minister Brinkhorst over de ambitie om in de Nederlandse samenleving een schone, betaalbare en zekere energiehuishouding te ontwikkelen. In de afgelopen 2 jaren hebben bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de overheid samen gekeken op welke wijze dat kan worden gerealiseerd. In het rapport ‘Innovatie in het energiebeleid’ zijn strategische ambities voor 2020 geformuleerd, en transitiepaden en experimenten vastgesteld. Uitgangspunt hierbij is niet alleen het verduurzamen van de Nederlandse energiehuishouding, maar ook het verbeteren van de concurrentiepositie door het stimuleren van innovaties in het Nederlandse bedrijfsleven. De eerste fase is nu afgerond en er zijn 5 hoofdroutes geformuleerd waarlangs het energiebeleid op lange termijn wordt uitgezet.

Om de risico’s voor de Nederlandse energievoorziening zoveel mogelijk te spreiden, om klimaatverandering te voorkomen en om arme landen toegang tot een moderne energievoorziening te verschaffen, moeten alle opties om energie op te wekken, opengehouden worden. Dat geldt ook voor kernenergie, al verdienen andere opties zoals energiebesparing, en inzet van hernieuwbare energiebronnen, veruit de voorkeur. Dit is één van de conclusies in het oktober gepubliceerde WBS-rapport ‘Energievoorziening van de 21e eeuw van een werkgroep binnen de Landelijke werkgroep Milieu en Energie (LME) die de energieproblematiek in de komende decennia op mondiaal, Europees en nationaal niveau heeft bestudeerd. Onder anderen heeft milieudeskundige en medewerker van het ECN Heleen de Coninck op persoonlijke titel intensief aan het rapport meegewerkt. Zij stelt dat ‘De verwachtingen en inschattingen voor de energievoorziening in de 21e eeuw zorgwekkend zijn. De beschikbaarheid van fossiele brandstoffen, met name olie en gas, zal verminderen, en in de loop van de 21ste eeuw zullen voorraden uitgeput zijn. De uitstoot van CO2 uit de verbranding van fossiele brandstoffen, vooral door de voorlopig niet oprakende kolen, dreigt het klimaat sneller te veranderen dan de natuur en de mensheid kunnen verdragen. Het energiegebruik zal deze eeuw waarschijnlijk met een factor 3 toenemen, waarbij de grootste stijging in ontwikkelingslanden zit. Tegelijkertijd hebben 1,6 miljard mensen op de wereld geen toegang tot een moderne energievoorziening en vormt ‘energiearmoede’ nog altijd een belangrijke barrière voor economische ontwikkeling. Allemaal redenen om uit te zien naar een veel efficiëntere energievoorziening met minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. De conclusie van de auteurs is dat de Nederlandse regering op een portfolio van energieopties moet inzetten, en niet slechts op één of enkele opties. Deze portfolio moet bestaan uit een mix van energiebesparing en verbetering van energie-efficiency, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, een schoon gebruik van fossiele brandstoffen, incl. CO2-opslag, maar ook de mogelijkheid van kernsplijting mag niet uitgesloten worden. De uitkomsten van het onderzoek kunnen op de website van de Wiardi Beckman Stichting geraadpleegd worden.

In december publiceren de AER en de VROM-raad een gezamenlijk advies aan EZ-minister Brinkhorst en VROM-staatssecretaris Van Geel. Volgens het advies moet de overheid duidelijke keuzes maken in een nieuw energiebeleid dat meer dan voorheen op duurzaamheid is gericht. Nederland moet vooral aan de slag met zijn sterke kanten en specifieke omstandigheden. Daardoor krijgt het bedrijfsleven kansen om een vooraanstaande rol te spelen op de groeiende wereldmarkt van duurzame energie. Tot de sterke punten van Nederland rekenen beide adviesraden onder meer gastechnologie, toepassingen van biomassa en ondergrondse opslag van CO2. De overheid moet een leidende rol spelen in de samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen, consumenten en maatschappelijke organisaties. Ook moet er een energietransitiefonds komen waarmee op lange termijn voldoende geld voor het energiebeleid beschikbaar blijft. Voor 2005 heeft de regering € 850 mln. uitgetrokken voor energietransitie, maar de vraag is of dit bedrag voldoende is. Meer geld is nodig voor demonstratieprojecten en marktintroductie.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2004