Wetgeving

Berichten uit
2004

In de nota van wijziging van de Interventiewet die EZ-minister Brinkhorst in januari naar de Tweede Kamer heeft gestuurd staat te lezen dat het eigendom van de energienetten in handen komt van de bedrijven die de netten hebben aangelegd. Er was onduidelijkheid ontstaan over het eigendom van de distributienetten nadat de Hoge Raad in juni 2003 bepaalde dat energienetwerken onroerende goederen zijn en dat de eigenaar van die goederen niet het energiebedrijf maar de eigenaar van de grond is. De nota van wijziging moet die onduidelijkheden wegnemen en regelt ook nog een aantal andere belangrijke zaken, zoals het begrip economisch eigendom. Een juiste definitie van economisch eigendom speelt een grote rol in de Interventiewet die eind vorig jaar naar de Kamer is gestuurd. Ook wordt duidelijkheid gegeven over de bevoegdheden van de toezichthouder DTe en het ministerie van EZ. Het opstellen van algemeen verbindende voorwaarden dient in alle gevallen door het ministerie te gebeuren. Een vierde onderwerp betreft de registratie van storingen. Netbeheerders moeten er voor zorgen dat consumenten storingen in de stroom- en gaslevering op eenvoudige wijze kunnen melden. Ook kan de minister volgens de nieuwe wetswijziging regels stellen over ‘de wijze waarop producenten, handelaren, leveranciers of netbeheerders transportcapaciteit of productiecapaciteit beschikbaar stellen. In het wetsvoorstel staat niet langer een datum waarop de privatisering van de energienetten kan beginnen (privatisering zou oorspronkelijk 1 juli 2004 van start gaan). Ook opgenomen is een wijziging van het Burgerlijk Wetboek waarmee de regeling over consumentenkoop ook van toepassing is op gas en elektriciteit. Ten slotte is in de wet opgenomen dat de tarieven van netbeheerders gebaseerd moeten zijn op de gemaakte kosten.

In het wetgevingsoverleg over de Gaswet en de Elektriciteitswet gaat de EZ-minister Brinkhorst akkoord met een amendement die het instellen van een elektriciteits- en gasbeurs wettelijk gaat regelen. Dit betekent dat in de komende jaren een gasbeurs zal worden opgericht in Nederland. De parlementsleden waren wel bezorgd om de handelshoeveelheid op de beurs. Voor de liquiditeit van de beurs is het van belang dat er voldoende wordt verhandeld, iets dat het afgelopen jaar bij de APX in het geding is geweest. Volgens de minister is het inderdaad van belang dat de beurs wordt gebruikt en geaccepteerd. Mogelijk betekent dit dat leveranciers worden verplicht een deel van hun gas te verhandelen via de beurs. De minister drong erop aan hier nog nader invulling aan te geven.

EZ-Minister Brinkhorst heeft in maart een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd waarin wordt voorgesteld de implementatie van EU-richtlijnen sneller te laten verlopen. Het gaat hierbij met name om besluiten op het terrein van energie, post en telecommunicatie. Het parlement moet zo vroeg mogelijk worden betrokken bij de keuzes die in Europa worden gemaakt. Tijdens de totstandkoming van de EG-regeling worden de door het Nederlandse kabinet gemaakte keuzes voor implementatie aan het parlement voorgelegd.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2004