Wetgeving |
Berichten uit 2004 |
In februari is de Beschikking Nr. 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van kracht geworden voor alle EU-leden, betreffende een bewakingssysteem voor de uitstoot van broeikasgassen in de Gemeenschap en de uitvoering van het Protocol van Kyoto.
De Europese Commissie heeft Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Portugal en Zweden in april een tweede schriftelijke waarschuwing gestuurd, omdat ze de EU-wetgeving m.b.t. het bevorderen van het gebruik van laagzwavelige benzine en diesel, nog niet hebben toegepast. De bedoelde wetgeving beoogt de hoeveelheid zwavel in brandstof tot 10 mg/kg te verlagen en daarmee een bijdrage te leveren tot de beperking van de emissie door motorvoertuigen. De nationale wetgeving had op 30 juni 2003 moeten zijn ingevoerd. De Commissie heeft ook een eerste schriftelijke waarschuwing aan het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg en België verzonden wegens inbreuken op EU-wetgeving voor de bescherming van de ozonlaag. Uit verslagen die door het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg en België zijn ingediend, blijkt dat deze 3 lidstaten niet voldoen aan bepaalde gedetailleerde voorschriften om een eind te maken aan het gebruik en de emissie van chemische stoffen die de ozonlaag afbreken.
Volgens een in december door de EU-milieuministers aangenomen verordening krijgen milieuorganisaties in de Europese Unie veel meer mogelijkheden zich met wet- en regelgeving voor het milieu te bemoeien. Wel moet de verordening nog langs het Europees Parlement voordat het kracht van wet krijgt. Binnenkort volgt nog een Europese richtlijn, die door nationale parlementen op details kan worden ingevuld en aangevuld. Hierin zal met name de gang naar de rechter op nationaal niveau nader worden uitgewerkt. EU-voorzitter, VROM-staatssecretaris van Geel, kon hiervoor nog geen akkoord rond krijgen, maar opvolger Luxemburg heeft al aangekondigd dit in de eerste helft van 2005 snel weer op te pakken. Het publiek krijgt meer toegang tot informatie aangaande het milieu en mag ook structureel deelnemen aan het milieudebat. Het juridische aspect komt erop neer dat milieuorganisaties personen of publieke instanties voor de rechter kunnen dagen als het vermoeden bestaat dat die zich niet aan de milieuwetten houden. Deze conventie is reeds in 1998 door de toenmalige lidstaten van de Unie ondertekend, in het Deense Aarhus.