Klimaatbeleid, -verandering

Berichten uit
2004

In april publiceren het Centraal Planbureau en het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) het rapport ‘Four futures for energy markets and climate change’. Daaruit blijkt dat er de komende 40 jaar voldoende gas en olie in de wereld is, maar de toenemende vraag naar energie zal wel leiden tot klimaatproblemen. De economische groei is de drijvende kracht achter de toename van het energiegebruik en de grootste stijging kan verwacht worden in de ontwikkelingslanden. De ontwikkelingslanden moeten daarom ook bijdragen leveren om de gevolgen voor het klimaat te bestrijden. De beperkingen aan de uitstoot moeten zelfs verder gaan dan de verplichtingen die landen hebben afgesproken in het Kyoto-protocol.

In april belooft VROM-staatssecretaris Van Geel zich tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in te zetten voor verdergaande internationale afspraken over de gevolgen van klimaatverandering. Mede met het oog op de internationale klimaatconferentie (CoP10) in Buenos Aires van 6-17 december 2004. Daarbij geldt dat de Europese Unie zal doorgaan met het uitvoeren van het klimaatbeleid en blijft aandringen bij Rusland op ratificatie van het Kyoto-protocol. Ook zal worden ingezet op intensivering van de samenwerking met ontwikkelingslanden. In samenwerking met de minister voor Ontwikkelingssamenwerking zal in december een conferentie worden georganiseerd: ‘Energy for Development’. Nederland vindt dat alle industrielanden gezamenlijk, inclusief de Verenigde Staten, emissiereducties moeten realiseren van gemiddeld 30% in 2020 ten opzichte van 1990. Ook ontwikkelingslanden zullen hieraan een bijdrage moeten leveren.

Ecofys en PricewaterhouseCoopers hebben in opdracht van SenterNovem een instrument ontwikkeld dat resulteerde in het zogenaamde klimaatmenu. In een tabel kan de lokale overheid haar ambities op verschillende gebieden van klimaatbeleid aangeven. Met deze gegevens wordt er een overzicht gegenereerd van de huidige situatie en van de gewenste uitkomst. Op basis daarvan kan men een klimaatbeleidsplan definiëren. Het instrument is sinds juni te vinden op de website European Climate Menu.

Uit een evaluatie van het klimaatbeleid voor de periode 1995-2002 in opdracht van VROM en in augustus door het onderzoeksbureau Ecofys gepubliceerd, blijkt dat het klimaatbeleid van de gebouwde omgeving effect heeft gehad. Bij de woningbouw en utiliteitsbouw is de CO2-uitstoot teruggedrongen met 4%. Zonder beleid waren de emissies ruim 7% hoger geweest. De CO2-reductie bij de woningbouw wordt geschat op 2.4 mln. ton CO2 en bij de utiliteitsbouw (bijvoorbeeld kantoren) 1,6 mln. ton CO2. Volgens de studie zijn de fiscale regelingen, zoals Regulerende Energie Belasting bij de woningbouw en de Energie Investerings-Aftrek bij de utiliteitsbouw, het meest effectief geweest. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer eenderde van de CO2-emissies in Nederland. Het klimaatbeleid van de gebouwde omgeving is gericht op het bevorderen van energiebesparing. Daarvoor zijn diverse instrumenten beschikbaar. Zo is voor de nieuwbouw de Energie Prestatie Norm (EPN) ingevoerd. Dit betreft minimumeisen voor een energiezuinig ontwerp van de woning. Voor bestaande woningen, inclusief de apparaten is onder meer de Energie Premie Regeling (EPR) ingesteld. De EPR is een subsidie voor energiebesparende maatregelen en energieadviezen in de woningbouw. Energiebesparende voorzieningen in de utiliteitsbouw worden ondersteund met de Energie Investeringsaftrek (EIA) en VAMIL (Regeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen).

In september wordt het rapport ‘Klimaatverandering Klimaatbeleid, Inzicht in keuzes’, dat in opdracht van de Tweede Kamer is samengesteld, gepresenteerd. Het blijkt dat de effecten van klimaatverandering steeds duidelijker zichtbaar worden. Nederland heeft een grotere kans op wateroverlast en lange droge perioden. Ook komt steeds meer vast te staan dat de mens verantwoordelijk is voor de klimaatverandering. Op basis van de uitkomst zal in de Kamer in november een discussie worden gehouden over het klimaatbeleid na 2012. Volgens de onderzoekers moet de uitstoot van zogenoemde broeikasgassen deze eeuw met 60 tot 80% worden teruggebracht om onherstelbare schade aan de menselijke leefomgeving te voorkomen. Het kabinet streeft naar vermindering van de uitstoot met 30% in 2020, vergeleken met 1990.

Uit een in oktober gepubliceerd proefschrift over extremen in het klimaat van Europa (auteur A. Klein Tank van het KNMI) blijkt dat het klimaat verruwt. De promovendus ziet in de veranderingen een nieuwe aanwijzing voor de menselijke invloed op het klimaat. Steeds vaker is het extreem warm. Daarbij is de toename van het aantal warme dagen groter dan de afname van het aantal koude dagen. Bovendien regent het de laatste jaren heviger. Voor zijn Europese onderzoek is gebruik gemaakt van dagelijkse metingen op meer dan 200 weerstations. Het is voor het eerst dat de veranderingen in extremen over heel Europa volgens een standaardmethode zijn bestudeerd. Dit maakt ook vergelijking met andere werelddelen mogelijk. Alle meteorologische diensten in Europa stelden gegevens beschikbaar. Het onderzoek biedt ook een klimaatscenario. Er is een heel kleine kans dat de Noord-Atlantische Golfstroom verzwakt. Dat zou in West-Europa leiden tot een abrupte en aanzienlijke daling van temperatuur. Uit berekeningen blijkt dat de veranderingen ook in dit geval alles behalve gelijkmatig verlopen. Als de Golfstroom het af laat weten, neemt vooral het aantal relatief zachte winterdagen af en worden de koelste zomerdagen nog koeler. De extremen blijven zoals ze zijn: de temperatuur op zowel de koudste winterdagen als op zeer hete zomerdagen verandert dan niet, aldus de Nederlandse onderzoeker.

Om te voorkomen dat er onomkeerbare schade wordt toegebracht aan de natuur stelt de EU in december als uitgangspunt dat de temperatuur op aarde niet meer dan 2 ºC mag toenemen ten opzichte van het pre-industriële niveau. Om onder die grens te blijven zijn volgens de Europese milieuministers mondiale reductiepercentages nodig tot 50% in 2050 ten opzichte van 1990. Ook vinden de milieuministers dat de scheepvaart en de luchtvaart een bijdrage moeten leveren. Half januari 2005 zal de Europese Commissie de resultaten van een studie naar de kosten en baten van het toekomstig klimaatbeleid presenteren. Op de Europese Voorjaarsraad in maart 2005 zullen de regeringsleiders spreken over het klimaatbeleid na 2012.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2004