Luchtvervuiling, -kwaliteit

Berichten uit
2004

In oktober waarschuwt VROM-staatssecretaris Van Geel dat Nederland de door de EU voorgeschreven verbetering van de luchtkwaliteit niet op tijd voor elkaar krijgt. Een en ander wordt door de staatssecretaris duidelijk gemaakt naar aanleiding van een brief waarin hij gemeenten en provincies nog eens uitlegt wat hun rol in het luchtbeleid is. Het is nu zaak om de meest gevoelige plekken aan te pakken en de Europese Commissie nog eens duidelijk te maken dat meer tijd nodig is. De Europese normen voor verbetering van de luchtkwaliteit dateren uit 1999. Ook toen heeft Nederland ervoor gewaarschuwd dat de doelstellingen voor 2010 geen kans van slagen hebben en dat de lat te hoog is gelegd. De staatssecretaris maakt zich in de brief sterk voor een prioriteitenstelling bij de uitvoering van het Besluit luchtkwaliteit: die moet zich eerst en vooral richten op plekken waar mensen langere tijd verblijven, waar veel mensen zijn die extra vatbaar zijn voor de gezondheidseffecten van luchtvervuiling en waar mensen zich meer dan gemiddeld inspannen.

Uit de eerste resultaten van het instrument Ozone Monitoring Instrument (OMI), dat de luchtvervuiling en zonnestraling gedetailleerd heeft gemeten, blijkt dat vrijwel iedere dag de lucht boven de Randstad het meest vervuilde deel van Nederland is. Maar de variaties van dag tot dag en van stad tot stad zijn groot. De resultaten van het deze zomer gelanceerde OMI zijn in november bij het KNMI in De Bilt bekendgemaakt. Ook blijkt uit de metingen dat vervuiling bij zonnig weer lang blijft hangen (smog). In de metingen is het gat in de ozonlaag volgens wetenschappers van het KNMI goed zichtbaar. Een maand geleden bleek dat milieusatelliet Envisat ook al een smerig beeld van Nederland liet zien. De concentratie van stikstofdioxide (NO2) in de lucht boven de Randstad bleek volgens de satellietopnamen tot de hoogste in de wereld te behoren. OMI is door Nederland en Finland ontwikkeld. Naast broeikasgassen zoals ozon meet OMI ook luchtvervuilende stoffen in de lucht, zoals stikstofdioxide en fijn stof (smog). Het KNMI, dat het OMI-project wetenschappelijk leidt, kan nu iedere dag de hele aarde op stadsniveau in kaart brengen. De satellietmetingen vullen de grondmetingen van het RIVM aan. Door de samenwerking komt het KNMI waarschijnlijk over 2 à 3 jaar met een dagelijkse verwachting van de luchtvervuiling. Ook werkt het instituut aan een zonnekrachtverwachting. Een hoge zonnekracht met veel UV-straling is een belangrijke risicofactor voor huidkanker.

Het ECN maakt in december bekend een uniek meetsysteem voor luchtverontreiniging te hebben ontwikkeld, waarvoor wereldwijd veel belangstelling bestaat. Er zijn al zijn 3 prototypen verkocht aan de het Amerikaanse onderzoeksinstituut Environmental Protection Agency.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2004