CO2- en NOx-emissiehandel |
Berichten uit 2004 |
Over de hoeveelheid CO2 die de industrie mag uitstoten van 2005-2007 is in januari een principeakkoord bereikt tussen regering en industrie, aldus een brief van EZ-minister Brinkhorst aan werkgeversorganisatie VNO-NCW. Afgesproken is dat de industrie per jaar 115 mln. ton CO2 mag uitstoten. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat grenzen worden gesteld aan de uitstoot van het broeikasgas CO2 door fabrieken en stroomcentrales. Het bijzondere aan de nieuwe afspraken is dat bedrijven er ook aan mogen voldoen door uitstootrechten aan te kopen. Andersom kunnen zij uitstootrechten verkopen als zij hun reductiedoelstellingen overtreffen. Het akkoord is onderdeel van de voorbereidingen die Nederland treft om te voldoen aan de Europese emissiehandelsrichtlijn, die op 1 januari 2005 ingaat. In februari komt er nog een nationaal allocatieplan, waarbij per industriële installatie (‘inrichting’) uitstootrechten worden toegekend.
In januari heeft de Europese Commissie de richtlijnen voor monitoring van de CO2-emissies aangenomen in het EU Emissiehandelprogramma. De nieuw aangenomen richtlijnen zullen van toepassing zijn op alle installaties die deelnemen in het emissiehandelssysteem zoals die voor de productie van elektriciteit en warmte, en voor de productie van staal, glas, cement en pulp. De richtlijnen omvatten naast een algemeen gedeelte over monitoring en rapportage ook gedetailleerde methoden om de emissies in de betreffende sectoren vast te stellen. Ecofys heeft samen met FIELD (Foundation for International Environmental Law and Development), KPMG en TÜV Rheinland de richtlijnen opgesteld. Het Europese emissiehandelssysteem moet op 1 januari 2005 van start gaan.
Tussen de 80 en de 100 bedrijven uit de energiesector en de industrie hebben in maart bezwaar aangetekend tegen de hoeveelheid CO2-emissierechten die EZ heeft toegekend. De ondernemingen willen meer koolstofdioxide uitstoten in de komende jaren omdat ze vrezen voor hun concurrentiepositie. Nederland telt 350 installaties van 20 MW of meer. Hiervan mogen 120 centrales kiezen om niet mee te doen met de emissiehandel omdat deze installaties minder dan 25.000 ton CO2 uitstoten. De kosten van de CO2-handel wegen voor deze bedrijven niet op tegen de baten, meent de overheid. Vier industriële brancheorganisaties hebben schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de toewijzing van de CO2-uitstootrechten aan de industrie en de energiesector: EnergieNed namens de stroomproducenten, VNCI namens de chemische industrie, VNPI namens de papierbedrijven en de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Daarnaast hebben de stroomproducenten Eon, Electrabel, Nuon en Essent ieder voor zich bezwaar gemaakt tegen de toekenning van de rechten voor hun installaties.
VROM-staatssecretaris Van Geel heeft in mei bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend dat de handel in broeikasgassen mogelijk maakt (wijziging van de Wet milieubeheer en enige andere wetten in verband met de invoering van een hoofdstuk inzake handel in emissierechten en de instelling van een emissieautoriteit). Hij heeft de Tweede Kamer gevraagd om een snelle behandeling, omdat Europese wetgeving verplicht dat het handelssysteem in 2005 in werking is. Emissiehandel is een nieuw instrument om de uitstoot van broeikasgassen op een economisch voordelige manier terug te dringen. Bovendien biedt de emissiehandel flexibiliteit en keuzevrijheid aan bedrijven. Een bedrijf kan zelf de afweging maken op welke wijze de reductie wordt gehaald, hetzij door maatregelen in het eigen bedrijf, hetzij door de reducties van een ander bedrijf te kopen. Om dit handelssysteem tijdig te kunnen laten functioneren dienen de bedrijven te kunnen beschikken over emissierechten. De toewijzing van deze rechten moet volgens Europese wetgeving voor 1 oktober plaatsvinden. Hiervoor is inmiddels een nationaal toewijzingsplan opgesteld (Nationaal Allocatie Plan).
Uit een in juni gepubliceerd onderzoek dat de LogicaCMG heeft laten verrichten door een onafhankelijk bureau blijkt dat bijna de helft van de Europese bedrijven niet klaar is voor de CO2-emissiehandel, die 1 januari 2005 in werking treedt. Nederlandse bedrijven steken echter gunstig af bij bedrijven in andere landen: hier is 71% is bezig met de voorbereidingen en 77% verwacht op 1 januari ook daadwerkelijk te kunnen voldoen aan de nieuwe wetgeving. Uit het onderzoek blijkt verder dat 40% van de bedrijven verwacht dat het emissiebeleid een negatief effect heeft op de winst, terwijl 16% een tegenovergesteld effect verwacht. Aan het onderzoek deden 250 bedrijven mee uit zeven landen (Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, België, Spanje, Italië en Nederland).
De Nederlandse overheid gaat 9 contracten tekenen voor de aankoop van CO2-reductie (‘carbon credits’). Totaal gaat het om 4 mln. ton CO2. Dit is het in augustus bekend geworden resultaat van de vierde tender van Carbon Credits onderdeel Erupt/JI. Doel van deze regeling is het reduceren van de emissie van broeikasgassen door het aankopen van CO2-reducties uit projecten in Midden- en Oost-Europa van Nederlandse bedrijven die daar investeren in duurzame energie. Voor de vijfde tender moeten definitieve voorstellen uiterlijk op 7 oktober 2004 worden ingediend. Op 8 september 2004 organiseert SenterNovem een informatiebijeenkomst over deze vijfde tender (Carboncredits.nl).
Uit een in augustus uitgebracht onderzoek van Ernst & Young (‘The European Union Emissions Trading Scheme: A challenge for industry or just an illusion?’) blijkt dat de prijzen van aardgas en elektriciteit voor bedrijven flink zullen stijgen door de handel in rechten om broeikasgassen te mogen uitstoten. Ook consumenten gaan waarschijnlijk meer betalen. EZ heeft grote industriële concerns uitstootbeperkingen opgelegd. Als ze meer willen uitstoten dan is toegestaan, kunnen ze ‘rechten’ kopen van andere ondernemingen. Dit systeem gaat op 1 januari 2005 in. Als bedrijven te veel broeikasgassen produceren, krijgen ze een forse boete.
In een brief aan de Tweede Kamer, verstuurd in september, vraagt EZ-minister Brinkhorst de Europese Commissie om Nederlandse bedrijven een uitzonderingspositie te geven voor de richtlijn CO2-emissiehandel. De ruime Haagse interpretatie van de richtlijn zet Nederlandse bedrijven nu op achterstand ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten. Hij wil samen met de VROM-staatssecretaris een verzoek indienen voor een zogenoemde ‘opt-out’ van de richtlijn voor bepaalde installaties. Daarbij gaat het om installaties voor de opwekking van energie die door een verschil van interpretatie in Nederland wel onder de richtlijn vallen, maar in andere landen niet. Daardoor zijn bedrijven met deze installaties aan emissiebeperkingen onderworpen die hun buitenlandse concurrenten niet kennen. Bij de omzetting van de richtlijn in nationale wetgeving blijkt Nederland andere definities van verbrandingsinstallaties te hebben gehanteerd dan andere landen. De Europese richtlijn voor emissiehandel biedt aan lidstaten de mogelijkheid om bedrijven die in principe in aanmerking komen voor emissiehandel, tijdelijk uit te sluiten van het systeem. Die uitsluiting, alleen geldig voor de periode 2005-2007 wordt ‘opt-out’ of ‘opting-out’ genoemd.
In september heeft VROM-staatssecretaris Van Geel het eerste monitoringsprotocol uitgereikt dat door de NEA is goedgekeurd. In zo’n protocol beschrijft een bedrijf per installatie hoe het de NOx-emissie meet of bepaalt en hoe het de totale CO2-emissie van het bedrijf bepaalt. Het monitoringsprotocol beschrijft ook het datamanagementsysteem en specificeert wie binnen de organisatie waarvoor verantwoordelijk is en hoe men de kwaliteit van het datamanagementsysteem wil waarborgen. Bedrijven moeten hun eigen monitoringsprotocol ontwikkelen - op basis van vastgestelde eisen - en dat indienen bij de NEA. Het monitoringsprotocol is het belangrijkste onderdeel van de aanvraag van een emissievergunning. Deze vergunning is verplicht vanaf het moment dat de emissiehandel van start gaat. Bedrijven mogen zonder vergunning geen NOx- en CO2-emissies uitstoten. De NEA controleert hoeveel NOx en CO2 bedrijven uitstoten en of bedrijven die meer uitstoten dan is toegestaan, wel voldoende emissierechten bezitten. Ook legt de NEA sancties op aan bedrijven die verzuimen hun tekort aan emissierechten aan te vullen en keurt daarnaast de monitoringsprotocollen goed.
Europees commissaris voor energiezaken, Loyola de Palacio zegt in september dat de Europese Unie het emissieschema voor CO2 moet heroverwegen voor het geval Rusland het Kyoto-protocol niet ratificeert. Daarbij gaat ze ervan uit dat de concurrentiepositie van de Europese industrie nadelig wordt beïnvloed als de Russische bedrijven zich niets van uitstootregels hoeven aan te trekken en daardoor minder productiekosten hoeven te maken. Op 1 januari moet in de Europese Unie het schema voor de handel in emissierechten in werking gaan. Daarbij krijgt de industrie de mogelijkheid uitstootrechten bij te kopen, of te verkopen. Per saldo zou hierdoor de vervuiling moeten worden beperkt. Als Rusland niet voor het eind van dit jaar de milieuovereenkomsten van Kyoto ratificeert, is het de vraag of het plan voor de handel in emissierechten in de EU onverkort gehandhaafd kan blijven.
In september lijkt de concurrentiestrijd om handel in CO2-uitstootrechten te zijn begonnen. Verschillende personen claimen de grootste CO2-emissierechtenbeurs te worden, zoals bijvoorbeeld de in oprichting zijnde European Climate Exchange (ECX), of de nieuwe emissierechtenbeurs Climex. 1 januari 2005 moet het Europese emissiehandelssysteem (ETS) van start gaan, waarmee een nieuwe omvangrijke financiële markt ontstaat. Alle grote uitstoters van het broeikasgas CO2 - met name producenten van energie, metaal, chemie, papier en cement - krijgen van hun nationale overheid een vaststaande hoeveelheid emissierechten toegekend. Zij kunnen die rechten voor zich zelf houden, maar ook verkopen of rechten bijkopen al naar gelang hun behoefte, wat afhangt van het feit of de bedrijven in staat zijn energie te besparen en zo hun uitstoot te verminderen. Maar ook externe omstandigheden kunnen invloed hebben.
De Europese Commissie heeft in september ingestemd met het ‘opting-out’ verzoek van negentig kleinere bedrijven met een CO2-uitstoot onder de 25 kiloton per jaar om te mogen afhaken bij de eerste fase van de emissiehandel, die op 1 januari aanstaande van start gaat. De door de Nederlandse overheid verplichte deelname zou te veel werk (en kosten) van ze vergen. De 90 bedrijven hoeven pas in de volgende fase van de handel (vanaf 2008) mee te doen. De ervaring die dan is opgebouwd met het handelssysteem, zal er dan waarschijnlijk voor zorgen dat de kosten/moeite van deelname beduidend lager zullen zijn. De bedrijven die onder de opting-out-regeling vallen weer gewoon onder het reguliere klimaatbeleid van convenanten en regelgeving. Wellicht krijgen ze wel te maken met aanscherpingen.
In oktober blijken al 228 bedrijven monitoringsprotocollen te hebben ingediend voor emissiehandel. Geïnteresseerde bedrijven konden tot 1 oktober plannen indienen om op tijd een vergunning te hebben voor deelname aan de emissiehandel. Het monitoringsprotocol beschrijft hoe een bedrijf de jaarlijkse emissies bepaalt. Op basis van vastgestelde eisen kunnen bedrijven hun specifieke monitoringsprotocol ontwikkelen en indienen bij de Nederlandse Emissieautoriteit. Het monitoringsprotocol is daarmee ook de aanvraag voor een emissievergunning. Deze vergunning is verplicht om per januari 2005 mee te kunnen doen met de emissiehandel. De Nederlandse Emissieautoriteit controleert hoeveel NOx en CO2 bedrijven uitstoten en of bedrijven, die meer uitstoten, over voldoende extra emissierechten beschikken. De Nederlandse Emissieautoriteit kan boetes opleggen aan die bedrijven die meer uitstoten dan de emissierechten die ze hebben. Emissiehandel is een nieuw instrument om de uitstoot van broeikasgassen en NOx op een economisch voordelige manier terug te dringen. Een bedrijf kan zelf de afweging maken op welke wijze de reductie wordt gehaald: hetzij door maatregelen in eigen bedrijf, hetzij door de reducties in de vorm van emissierechten van een ander bedrijf te kopen. In oktober wordt de wettelijke regeling voor emissiehandel gepubliceerd in het Staatsblad. Op 28 september heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor CO2-emissiehandel aanvaard. Het wetsvoorstel voor NOx-emissiehandel is inmiddels naar de Tweede Kamer gestuurd. Nederland is gehouden aan internationale afspraken om de uitstoot van broeikasgassen en verzurende stoffen terug te dringen. Volgens het Kyoto protocol is Nederland verplicht om de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, in de periode 2008-2012 met 6% terug te dringen ten opzichte van 1990. Volgens Europese afspraken mag in 2010 de grote industrie niet meer dan 55.000 ton NOx uitstoten, terwijl de uitstoot nu nog 90.000 ton bedraagt.
De Europese handel in emissierechten voor de uitstoot van CO2 is in de eerste week van oktober uitgekomen op een volume van 670.000 ton aan uitstoot, vergeleken met 370.000 ton in de week daarvoor. Volgens een analist van Point Carbon, dat de handel reguleert, is de toename het gevolg van de toezegging van Rusland om het Kyoto-protocol te tekenen. Daardoor is het veel waarschijnlijker geworden dat de Europese allocatie van uitstootrechten wordt doorgezet.
De ministerraad heeft in oktober op voorstel van VROM-staatssecretaris Van Geel ingestemd met toezending van het besluit voor NOx-emissiehandel naar de Raad van State voor een spoedadvies. Het kabinet wil dat bedrijven in Nederland zo snel mogelijk na 1 januari 2005 kunnen starten met de handel in NOx-emissierechten. De handel in emissierechten voor NOx is in Nederland noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de internationale verplichtingen, die op basis van de Europese NEC-richtlijn (National Emission Ceilings) gelden. Deze richtlijn legt Nederland een nationaal emissieplafond op van 260 kiloton voor NOx, waaraan uiterlijk in 2010 moet worden voldaan. Dit betekent dat grote industriële bedrijven in 2010 maximaal 55 kiloton NOx mogen uitstoten. De handel in NOx-emissierechten maakt het mogelijk om dat op een kosteneffectieve manier te bereiken. Het kabinet wil dat de betrokken bedrijven zo snel mogelijk na 1 januari 2005 met de handel in NOx-emissierechten kunnen beginnen omdat dan zoveel mogelijk kan worden aangesloten bij de handel in CO2-emissierechten. Het handelssysteem van CO2-emissierechten gaat per 1 januari 2005 van start.
350 bedrijven krijgen in oktober een brief toegestuurd met daarin het definitieve aantal toegewezen emissierechten per bedrijf in de eerste handelsperiode van drie jaar. Ook vinden bedrijven een vertrouwelijke toelichting op het berekende aantal emissierechten en de eventuele wijzigingen daarin. Vanwege twee zogenoemde ‘opt-out’-regelingen, zullen waarschijnlijk 200 Nederlandse bedrijven uiteindelijk gaan deelnemen aan het Europese systeem voor CO2- emissiehandel. Van de 350 bedrijven hebben 93 een CO2-uitstoot van minder dan 25 kiloton toestemming van de Europese Commissie om tot 2008 buiten het emissiehandelssysteem te mogen blijven. Nog eens 49 bedrijven willen gebruik maken van deze ‘opt out’ voor kleine emittenten, terwijl wellicht een tiental (grotere) bedrijven gebruik kan maken van de mogelijkheid om wegens aangetoond concurrentienadeel buiten het systeem te blijven. Beide laatste groepen moeten nog wachten op Europese toestemming en krijgen een zogenoemde ‘voorwaardelijke toewijzing’. Uiterlijk 28 februari 2005 zal de Nederlandse Emissieautoriteit het toewijzingsbesluit uitvoeren.
In het evaluatierapport van het grootschalige demonstratieproject emissiehandel dat van april tot oktober heeft plaatsgevonden (‘Op weg naar de markt’) wordt gemeld dat de Nederlandse overheid klaar is voor de invoering van het CO2-emissiehandelssysteem op 1 januari 2005 en dat wordt gewerkt aan spoedige invoering van de NOx-emissiehandel. Ook het bedrijfsleven is voldoende voorbereid op zowel CO2- als NOx-emissiehandel. Met het demonstratieproject werd de handel in CO2 en NOx zo goed mogelijk gesimuleerd. Aan het project hebben 25 bedrijven deelgenomen. Uit het rapport blijkt dat de Nederlandse wet- en regelgeving voor de CO2-emissiehandel tijdig is ingevoerd en op 1 januari 2005 in werking kan treden. Ook zal het merendeel van de deelnemende bedrijven voor 1 januari een vergunning hebben en is het emissiehandelsregister tijdig operationeel.
Met nog ruim een week te gaan voor de start van de Europese emissiehandel (ETS) heeft de Europese Unie in december het laatste deel van de wetgeving goedgekeurd. De wetstekst zal leiden tot de oprichting van een registratiesysteem voor emissierechten, dat dient als een online platform voor bedrijven. Het systeem moet bedrijven bijstaan in het beheer van hun emissierechten en de emissiehandel in het algemeen. Het EU-brede registratiesysteem bevat voor alle 12.000 installaties in het ETS een digitaal account met de emissierechten dat online kan worden beheerd en bekeken. Het systeem staat bovendien toe dat partijen hun ‘credits’ van de flexibele mechanismen (CDM en JI) kunnen importeren in hun account. De goedkeuring voor dit registratiesysteem komt op een moment dat het Europese Milieu Agentschap (EEA) stelt dat Europa de doelstelling van emissiereductie zal halen. De 15 landen die meedoen zitten gezamenlijk op een koers van 8,8% emissiereductie in 2008-2012. Wel hangt het behalen van deze doelstelling af van uitgezet beleid en nog te implementeren maatregelen. Bovendien kan het in gevaar komen door de toenemende emissie van de transportsector. Verder waarschuwt het EEA dat Denemarken, Italië, Portugal, Spanje en Duitsland mogelijk hun doelstelling niet halen. Als bepaalde landen niet meer reduceren dan hun officiële doelstelling kan de EU op z’n best hopen op een reductie van 6,5%. De beste reductieprestaties worden geleverd door Frankrijk, Griekenland, Ierland, Zweden en Groot-Brittannië.