Allocatieplannen

Berichten uit
2004

In februari is een samenvatting van het ontwerp-allocatieplan voor de verdeling van CO2-emissierechten (Nationaal Allocatieplan of NAP) in de Staatscourant gepubliceerd. Belanghebbenden kunnen tot en met 14 maart op de inhoud van het ontwerpplan te reageren, waarbij ze zowel op de berekeningsmethodiek als op hun eigen toewijzing mogen ingaan. Uiterlijk 31 maart moet de Nederlandse regering het definitieve voorstel voor het NAP aan de Europese Commissie voorleggen. Dan breekt een periode van 3 maanden aan voor commentaar op de plannen door de Commissie en de lidstaten. Op basis van het dan goedgekeurde NAP volgt uiterlijk 1 oktober 2004 het definitieve toewijzingsbesluit. Het plan bevat de voornemens van EZ en VROM voor de toewijzing van de emissierechten en is de eerste stap om uiteindelijk te komen tot de verlening van rechten aan bedrijven die vanaf 1 januari 2005 zullen deelnemen aan het Europese systeem voor emissiehandel. Het plan bevat tevens de uitgangspunten voor deze toewijzing, zoals de Nederlandse CO2- doelstellingen uitgewerkt voor de sectoren industrie (inclusief elektriciteitssector), landbouw, verkeer en vervoer en de gebouwde omgeving (de ‘streefwaarden’). Daarnaast bevat het plan de gehanteerde procedure voor de toewijzing en verlening van de rechten en de rekenregels die zijn toegepast om tot een verdeling van de rechten te komen.

Uit het ontwerpplan van februari blijkt dat staalbedrijf Corus, energiecentrales en olieraffinaderijen in Nederland de komende jaren het meeste CO2 mogen uitstoten: ruim 10,5 Mton CO2. De Amercentrale van Essent in Geertruidenberg heeft bijna 7 Mton CO2-rechten. Bij elkaar mogen de energiesector en industrie jaarlijks samen ruim 94,1 Mton CO2 uitstoten. Een nieuw op te richten Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA) moet de bedrijven gaan controleren. Als dreigt dat ze meer CO2 uit gaan stoten dan waar ze recht op hebben, trekt de NEA aan de bel. Dan moeten er rechten bijgekocht worden. Doen ze dit niet, dan volgt een boete van € 40 per ton CO2. De spotprijs van een ton CO2 ligt nu zo rond de € 13. De verwachting is dat vanaf 2005 een handel in emissierechten op grote schaal in de EU mogelijk zal zijn.

Al in maart lijkt het er steeds meer op dat diverse EU-lidstaten de deadline voor het inleveren van het Nationaal Allocatieplan (NAP) niet zullen halen. In het NAP moeten de lidstaten aangeven hoeveel CO2-rechten worden toebedeeld aan de deelnemende bedrijven. Tot nu toe hebben alleen Ierland, Denemarken, Finland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland een NAP ingediend. De meeste landen lopen zo ver achter dat het niet waarschijnlijk is dat ze de deadline van 31 maart zullen halen. De Europese Commissie heeft gedreigd met juridische stappen als lidstaten te laat zijn, maar ook daarmee kan de Europese Commissie niet zorgen voor handhaving van de huidige, krappe planning van het EU-emissierechtensysteem.

Uit een brief van EZ-minister Brinkhorst die hij in maart naar de Kamer heeft gestuurd blijkt dat het Nationaal Allocatieplan (NAP) pas op 16 april naar Brussel zal worden gestuurd. Volgens de Europese richtlijn van het Emission Trading System (ETS) moeten de EU-lidstaten hun NAP uiterlijk voor 1 april ter goedkeuring naar de Europese Commissie zenden. Reden voor het uitstel is dat de betrokken ministeries meer tijd nodig hebben om de inspraak te verwerken die de betrokken bedrijven hebben ingebracht op het ontwerp-NAP, dat op 26 februari is uitgebracht. Behalve Nederland zijn er nog meer landen die hebben aangekondigd de oorspronkelijke deadline niet te zullen halen. Brinkhorst doet in de brief ook verslag van de reacties op de ‘inspraakversie’ van het NAP. In totaal zijn er 137 reacties ontvangen. Het merendeel kwam van de betrokken bedrijven en enkele reacties waren afkomstig van brancheverenigingen. De reacties hebben betrekking op de inspraaktermijn, het te krappe plafond van 115 Mton/jaar voor de eerste periode, en het feit dat niet alle bedrijven die wel onder de Richtlijn vallen, zijn opgenomen in het allocatieplan. Er zijn ook diverse bezwaren ontvangen tegen de rekenregels zelf en de toepassing daarvan. De Tweede Kamer houdt op 31 maart een debat over het onderwerp emissiehandel. Het NAP zal dan zeker onderwerp van gesprek zijn. De Europese Commissie heeft zichzelf drie maanden de tijd gegeven om de NAP’s te bestuderen. Deze periode kan ook door de lidstaten worden gebruikt om elkaars NAP’s te bekritiseren. Een inlevering later dan 1 april betekent dat er minder tijd overblijft voor bestudering ervan. Alleen Oostenrijk, Denemarken, Finland, Duitsland en Ierland hebben hun NAP op tijd ingeleverd. Het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Portugal hebben wel voorlopige plannen gepubliceerd. De overige lidstaten hebben nog weinig of niets aan hun NAP gedaan.

In een brief van EZ-minister Brinkhorst eind juni verstuurd aan de Tweede Kamer is onder druk van de Europese Commissie gesteld dat het Nederlandse NAP wordt aangepast. De bewindsman heeft de totaal te verdelen emissierechten voor de Nederlandse industrie- en energiesector verlaagd van 115 mln. naar 112 mln. ton CO2, nog voordat de Commissie formeel een oordeel heeft geveld over de rechtmatigheid van de 115 mln. ton. Brinkhorst wil de verlaging realiseren door het beperken van de reserve voor ‘onbekende nieuwkomers’ en voor de gevolgen van juridische procedures in te krimpen van 4 mln. naar 2,5 mln. ton. Daarnaast ziet hij af van het storten van ongebruikte emissierechten in de ‘pot’ voor onbekende en bekende nieuwkomers. De minister heeft de Commissie ook laten weten een positief besluit te verwachten over het Nederlandse verzoek om kleine bedrijven in de 1e handelsperiode buiten de emissiehandel te houden. Tevens zegt de minister ervan uit te gaan dat de plannen van andere lidstaten net zo kritisch worden beoordeeld als de Nederlandse.

De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan 8 nationale toewijzingsplannen voor CO2-emissierechten. Vijf plannen, van Denemarken, Ierland, Nederland, Slovenië en Zweden, zijn onvoorwaardelijk aanvaard. Drie andere, van Oostenrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, zijn goedgekeurd mits daarin bepaalde technische wijzigingen worden aangebracht. In de nationale toewijzingsplannen wordt de hoeveelheid CO2-emissierechten aangegeven die de lidstaten zullen toewijzen aan energie-intensieve industriële installaties, zodat deze met ingang van januari 2005 aan de handel in emissierechten kunnen deelnemen. Het besluit, dat in juni is bekendgemaakt, zorgt ervoor dat meer dan 5000 installaties - op een totaal van naar schatting 12.000 in de EU25 - van de regeling gebruik kunnen maken. Deze installaties krijgen meer dan 40% toegewezen van de hoeveelheid emissierechten die naar verwachting in omloop zal worden gebracht. De EU-regeling voor de handel in emissierechten zal ervoor zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen in de energiesector en de industriële sector wordt teruggedrongen tegen de laagste kosten voor de economie, en de EU en haar lidstaten helpen hun emissiedoelstellingen te realiseren.

In augustus heeft EZ de kennisgeving ‘vaststelling Allocatieplan CO2-emissierechten 2005 t/m 2007’ gepubliceerd in de Staatscourant. Hiermee samenhangend heeft het ministerie van VROM de kennisgeving ‘ontwerp nationaal toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten 2005 – 2007’ gepubliceerd. Het Allocatieplan CO2-emissierechten geeft criteria voor de toewijzing van broeikasgasemissierechten en duidt het totale aantal broeikasgasemissierechten aan dat de bewindslieden van EZ en VROM voor de planperiode 2005 tot en met 2007 voornemens zijn toe te wijzen, en het aantal rechten dat als reserve wordt aangehouden voor eventuele nieuwe bedrijven die in deze periode opstarten en die CO2 zullen gaan uitstoten. Het ontwerpbesluit Nationale toewijzing broeikasgasemissierechten stelt het totale aantal broeikasgasemissierechten vast dat voor de planperiode 2005 tot en met 2007 wordt toegewezen, en het aantal rechten dat als reserve wordt aangehouden voor eventuele nieuwe bedrijven die in deze periode opstarten en die CO2 zullen gaan uitstoten. Het belangrijkste onderdeel van het ontwerpbesluit vormt de toewijzing van het aantal broeikasgasemissierechten dat voor inrichtingen elk jaar in de planperiode wordt verleend door de Nederlandse emissieautoriteit (NEA). Bij het ontwerpbesluit is daartoe een bijlage opgenomen die het bijbehorende aantal emissierechten vermeld. In de bijlage zijn eveneens de inrichtingen opgenomen waarvoor Nederland als lidstaat de Europese Commissie heeft verzocht om ze voor de eerste planperiode buiten de richtlijn te houden. De kennisgeving is bedoeld om de inspraak per afzonderlijke inrichting mogelijk te maken op de concrete toepassing van de algemene criteria voor de toewijzing van emissierechten. Hiertoe dient men binnen 4 weken na de dag van publicatie een zienswijze in te dienen.

De Europese Commissie heeft eind oktober de nationale allocatieplannen (NAP) goedgekeurd van zes lidstaten voor de uitstoot van CO2 in de komende jaren. Twee landen, Frankrijk en Finland, kregen een voorwaardelijke goedkeuring. Nederland kreeg in juli al het groene licht samen met vijf andere landen. Drie landen, waaronder Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, moesten in juli hun NAP bijwerken. Er zijn nu 24 plannen binnen, Griekenland uitgezonderd. In veel landen zijn de verwachtingen voor de komende jaren hoog, waarmee ze hopen ruimte voor hun industrie te creëren, zodat deze geen emissierechten hoeft te kopen op de markt. Echter wordt door de Commissie consequent een streep door die verwachtingen gehaald, omdat ze neerkomen op een vorm van staatssteun. Frankrijk moet bijvoorbeeld voor de komende drie jaar 4,5 mln. ton CO2-uitstoot van zijn oorspronkelijke plan aftrekken anders krijgt het geen goedkeuring. Duitsland is niet akkoord met de wensen van de Commissie en heeft inmiddels een rechtszaak aangespannen.



Terug naar thema Overheid en energiebeleid 2004