Prinsjesdag |
Berichten uit 2004 |
Volgens een bericht van het Centraal Planbureau in augustus kan de Nederlandse overheid rekenen op grotere inkomsten uit aardgaswinning dan een eerdere raming. De gasprijs is gekoppeld aan de olieprijs en nu deze zo hoog is, volgt de gasprijs vanzelf. Het CPB maakt jaarlijks ramingen voor de inkomsten van de staat. Deze cijfers worden onder meer gebruikt bij het opstellen van de miljoenennota, de begroting van de regering. In die berekeningen zijn de toekomstige inkomsten uit de aardgasvelden opgenomen. Het CPB is uitgegaan van een gemiddelde olieprijs van $ 34,22 per vat. Het is niet ondenkbaar dat het gemiddelde stijgt tot rond de $ 38 per vat. De extra inkomsten bedragen dan zo’n € 900 miljoen.
Bedrijven gaan vanaf 2005 fors meer energiebelasting betalen. Het kabinet wil boven op de al geplande verhoging van € 450 mln. aan energiebelasting nog enkele honderden miljoenen per jaar binnenhalen. Dat geld is nodig om de verlaging van de winstbelasting te financieren. De extra belastingverhoging op energie komt in plaats van een verhoging van de inkomstenbelasting van directeurgrootaandeelhouders. Het is wel de bedoeling om de glastuinbouw en kleine zelfstandigen te ontzien voor de gevolgen hiervan. VEMW is verklaard tegenstander van de forse lastenverzwaring. Verhoging van de energiebelasting vormde in het recente verleden onderdeel van ‘vergroening’ van belastingen. VEMW keert zich tegen het belasten van energiegebruik om daarmee tekorten in de schatkist op te vullen.
Uit de op Prinsjesdag gepresenteerde begroting blijkt dat het ministerie van EZ streeft naar een energiehuishouding die goed scoort op de thema’s economische efficiëntie, milieukwaliteit en voorzieningszekerheid. EZ vertaalt dat in het zorgen voor een goed werkende energiemarkt, het streven naar een duurzame energiehuishouding, en het handhaven van het niveau van voorzieningszekerheid op korte en lange termijn. Om leverings- en voorzieningszekerheid van gas en elektriciteit te garanderen zal in 2005 een aanvullend pakket van maatregelen worden gemaakt bovenop reeds bestaande wetgeving. De Mijnbouwwet wordt aangepast om een opslagmarkt voor gasflexibiliteit te faciliteren. EZ streeft ook naar de vorming van een regionale Europese markt met België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk. In 2005 wordt de ‘gasvisie’ aan de Tweede Kamer gepresenteerd; borging van de publieke belangen en tegelijkertijd effectieve concurrentie op de groothandelsmarkt staan hierin centraal. De liquiditeit en de transparantie van de gas- en elektriciteitsmarkt zal in 2005 een centrale positie innemen in het beleid van EZ om de werking van de markt te optimaliseren.
Het kabinet streeft naar een verbruiksaandeel duurzame elektriciteit van 9% in 2010. Nu is dat al 12%, maar slechts 3,3% daarvan komt uit binnenlandse productie. Het verbruiksaandeel duurzame energie moet 10% bedragen in 2020. Nu is dat 3,9%, waarvan 1,5% uit binnenlandse productie. De jaarlijkse verbetering van de energie efficiency moet oplopen van de huidige 1,2% naar 1,3%. In het in 2005 te verschijnen Energierapport zal het energiebesparingbeleid voor de langere termijn (na 2010) worden uitgewerkt. Voor grote industrie en energiesector geldt een absoluut plafond voor uitstoot van CO2 van 112 Mton in 2010. Vanaf 1 januari 2005 start voor deze groep het EU-ETS (European Union Emission Trading System). EZ verwacht in 2005 in het kader van Joint Implementation (JI) 12,1 Mton CO2 vast te leggen in contracten. Dat brengt de totaal aangekochte hoeveelheid op 29,2 Mton CO2. In 2006 zal de resterende 4,8 Mton worden aangekocht. Voor de bedrijven die niet onder het EU-ETS vallen, blijven convenanten, zoals de MJA (waarbinnen nu 29 sectoren meedoen), een belangrijke rol spelen. Het Convenant Benchmarking blijft van kracht, ook al overlapt de doelgroep hiervan sterk met de bedrijven die vanaf 2005 meedoen met het EU-ETS. De regeling EIA kent voor 2005 een geraamd budget van 177 mln. euro. Het kabinet zal in 2005 het EIA evalueren en dan mogelijk aanpassen. Er komt een nieuwe stimuleringsregeling, de Unieke Kansenregeling, bedoeld voor de stimulering van ‘energietransities’.
Uit het op Prinsjesdag gepresenteerde Belastingplan 2005 blijkt dat de Nederlandse Staat in 2004 naar schatting € 3,22 miljard zal ontvangen uit milileubelastingen. Het grootste deel daarvan, € 2,82 miljard, komt uit de opbrengst van de Energiebelasting (EB), de voormalige Reguliere Energie Belasting (REB). De opbrengst uit de EB moet in 2005 toenemen met € 605 mln., in 2006 moet daar € 78 mln. bij komen en in 2007 nog eens € 77 mln. De lastentoename die hierdoor ontstaat, wordt teruggesluisd middels een lagere vennootschapsbelasting voor bedrijven en een hogere heffingskorting voor huishoudens.