Netwerken voor gas en elektriciteit: privatisering, splitsing |
Berichten uit 2004 |
De AER stelt in het in januari gepubliceerde advies ‘Net nog niet’ aan de regering dat de energienetten in Nederland voorlopig in publieke handen moeten blijven. Het is nog te vroeg om een beslissing te nemen over de privatisering van de stroom- en gasnetten. De AER doet een beroep op de nationale politiek om besluitvorming over liberalisering van de netten op te schorten. De Energieraad zal in maart een advies uitbrengen over de te nemen beleidskeuzes voor de hele elektriciteitssector in Europees perspectief.
EZ-Minister Brinkhorst zal zich bij zijn besluit over de energienetten niet laten beïnvloeden door een mogelijke miljardenschade voor de energiebedrijven, omdat hij vindt dat het publieke belang dat met de netten is gemoeid, zwaarder weegt dan de financiële belangen van de energiebedrijven. De minister reageert hiermee op een in januari gevoerd pleidooi van energiebedrijf Essent om af te zien van plannen om het eigendom van de stroom- en gasnetten in handen van de Staat te brengen. Volgens Essent kost een dergelijke gedwongen afsplitsing van de stroomnetten de bedrijven miljarden en heeft gedwongen verkoop van de netten negatieve gevolgen voor de vele ‘cross-border leases’ die Nederlandse nutsbedrijven hebben afgesloten. Onder die contracten zijn vrijwel alle Nederlandse gas- en stroomnetten, maar ook andere infrastructuur, zoals elektriciteitscentrales en spoorwegen, overgedragen aan Amerikaanse investeerders en daarna teruggehuurd.
Een lijst met bedrijven waaraan gemeenten en provincies hun aandelen in energiebedrijven mogen verkopen, is een van de opties die het ministerie van EZ in januari bestudeert. Een andere optie is een ‘negatieve lijst’ met daarop bedrijven waaraan de aandeelhouders hun belangen niet mogen verkopen. EZ-minister neemt binnenkort een beslissing over wat de aandeelhouders met hun belangen mogen doen. Op 12 of 13 maart komt hij met zijn ‘privatiseringsbrief’.
In februari wil een meerderheid van de Tweede Kamer het Nederlandse hoogspanningsnet nationaliseren. In maart zal EZ-minister Brinkhorst zijn plannen voor de energiemarkt presenteren, waarin mede op advies van de AER de splitsing van de energiebedrijven en de stroomnetten voorop zal staan. Het stroomnet is nu grotendeels in handen van de energiebedrijven Essent, Nuon, Eneco en Delta. Privatiseren van de stroommarkt mag van de grootste Tweede-Kamerfracties alleen als het stroomnet in handen van de overheid blijft. Energiebedrijven waren er fel op tegen dat hun stroomnet wordt afgenomen, omdat het netwerk hun voornaamste inkomstenbron is, maar Nuon en Essent lieten onlangs blijken niet langer tegenstand te bieden aan een eventuele overdracht van een deel van het hoogspanningsnet.
Provincies en gemeenten zullen voorlopig niet de aandelen kunnen verkopen die ze hebben in energiebedrijven, zoals bijvoorbeeld Nuon en Essent. EZ-minister Brinkhorst vindt dat met een beslissing hierover moet worden gewacht. Bestuurders van lagere overheden voelen veelal wel voor verkoop van de aandelen, omdat ze als aandeelhouders nauwelijks invloed kunnen uitoefenen op het energiebeleid van de maatschappijen en met de verkoop geld willen vrij maken voor andere investeringen.
Eén van de aanbevelingen van het in maart gepubliceerde advies ‘Behoedzaam Stroomopwaarts’, dat de AER in maart openbaar maakt, is dat het niet verstandig is om de netwerken langs eigendomslijnen af te splitsen van de energieconcerns. EZ-minister Brinkhorst zal de Kamer eind maart voorstellen om de netten juist wel van de energiebedrijven af te splitsen. Langs die weg wil hij het probleem oplossen dat energiebedrijven nu niet kunnen worden geprivatiseerd omdat de Kamer niet wil dat de netten in handen van private eigenaars komen. Volgens de AER zijn de netten belangrijk voor de energiebedrijven om minder goede jaren door te kunnen komen. De netwerken maken voor ongeveer tweederde deel uit van de balans en zorgen voor stabiele inkomsten. Zonder netten is een bedrijf een makkelijker overnameprooi voor buitenlandse energiebedrijven. De AER vindt dat de Nederlandse overheid goed moet kijken wat er in de omringende landen gebeurt en geen afwijkend beleid moet voeren. Het Nederlandse beleid moet robuust zijn voor onverwachte en ongewenste ontwikkelingen, zoals een toename van de marktconcentratie. In navolging op zijn eigen eerdere advies ‘Net nog niet’ stelt de AER dat, zolang er geen zekerheid is over de effectiviteit van regelgeving en toezicht, bepaalde publieke belangen voorlopig alleen voldoende geborgd kunnen worden met een vorm van overheidseigendom. De reacties van de energiesector op het advies zijn verdeeld. Essent en Nuon staan welwillend tegenover het pleidooi van de AER om de netten niet af te splitsen. Zonder netten zijn ze veel minder goed in staat om te investeren in productiecapaciteit en netten, en dat zou de voorzieningszekerheid aan kunnen tasten. Het Belgische bedrijf Electrabel is geen eigenaar van Nederlandse netten, maar wil wel graag dat de netten worden afgesplitst. Hetzelfde wil Energiebedrijf.com, dat geen netten en geen centrales heeft, en drijft op het verhandelen van stroom. Werkgeversorganisatie VNO-NCW sluit zich aan bij het standpunt van de bestaande energiebedrijven, omdat volgens deze organisatie verplichte afscheiding van de netten de deur wagenwijd openzet voor overname van Nederlandse energiebedrijven en levering van elektriciteit door buitenlandse stroomgiganten. En volgens ondernemersorganisatie MKB-Nederland is afsplitsing van de netten in het belang van de klant.
In maart tekent zich binnen het kabinet overeenstemming af over de toekomst van de energiebedrijven. De EZ-minister Brinkhorst wil dat de netwerkbedrijven worden ondergebracht in juridisch en economisch volkomen zelfstandige ondernemingen. De aandelen daarvan zouden voorlopig bij de huidige aandeelhouders, provincies en gemeenten, moeten blijven. De meeste energiebedrijven zijn mordicus tegen een dergelijke afsplitsing, omdat die de financierbaarheid van de overblijvende activiteiten (handel en productie) zou aantasten.
De door EZ-minister Brinkhorst in maart aan de Tweede Kamer voorgestelde splitsing van energiebedrijven moet per 1 januari 2007 bij wet geregeld zijn. In de week daarvoor besloot het kabinet de nutsbedrijven te splitsen in enerzijds een netwerkbedrijf en anderzijds een bedrijf dat de energie levert. Brinkhorst denkt dat alleen zo eerlijke concurrentie in een vrije energiemarkt mogelijk is en gaat daarmee een stap verder dan de Europese regelgeving voorschrijft en wat in andere Europese is voorgesteld. De energiebedrijven zelf denken dat kan worden volstaan met een ‘juridische afsplitsing’ waarbij de zeggenschap over de netwerken los staat van de zeggenschap over de levering van gas of stroom. Brinkhorst wil echter dat ook de aandelen van de netwerkbedrijven terechtkomen bij investeerders (banken, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen) die volledig los staan van de leveringsbedrijven. Provincies en gemeenten mogen hun aandelen in de energiebedrijven voorlopig nog niet verkopen en krijgen pas na de splitsing van de bedrijven de mogelijkheid de aandelen te verkopen.
Uit een in april door EZ uitgebracht onderzoek naar het gevaar op stroomuitval blijkt dat EZ geen maatregelen zal nemen om een mogelijk tekort aan elektriciteitsproductiecapaciteit via marktinterventie op te lossen. Maatregelen die het bouwen van extra stroomcentrales bevorderen, zijn te duur of verstoren de vrije markt, Het onderzoek was ingesteld nadat in de hete zomer van 2003 door een tekort aan koelwater het licht langdurig dreigde uit te vallen. Uit diverse studies is al gebleken dat vanaf 2007 de kans op stroomuitval in Nederland sterk toeneemt. Ook import uit Duitsland en Frankrijk is geen oplossing, omdat ook deze landen kampen met een tekort aan centrales. Vanwege de onzekerheid die samenhangt met bijvoorbeeld overheidsbeleid durven investeerders geen geld te steken in de bouw van een nieuwe centrale. Het idee is om TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnetwerk, de opdracht te geven om namens de overheid extra centrales bij te bouwen, indien commerciële investeerders nog langer wachten om zelf een centrale te bouwen. De verplichting voor energiebedrijven om meer stroom in te kopen dan zij daadwerkelijk aan klanten verkopen is te duur voor de afnemers. Een voorstel voor subsidie is afgewezen omdat het te duur en marktverstorend zou zijn. Mogelijk kan TenneT verplicht worden om extra stroom elders in te kopen, maar ook deze variant is duur. EZ is verder van mening dat de vrije markt zijn werk maar moet doen.
In een overleg in de Tweede Kamer met de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken in april zegt de EZ-minister Brinkhorst dat de geplande overdracht van het economisch eigendom van de Nederlandse regionale energienetwerken naar de netbeheerders niet doorgaat. De betreffende artikelen blijven wel in de zogenaamde I&I-wet (Interventie & Implementatiewet) staan, maar ze zullen niet in werking treden. In de nieuwe energiewet wordt met name het toezicht op de energiebedrijven geregeld. Het overdragen van het economische eigendom aan de netbeheerder was bedoeld om de onafhankelijkheid van die netbeheerder te waarborgen. Die kan dan zelf beslissingen nemen over bijvoorbeeld de vraag hoeveel er in het netwerk geïnvesteerd moet worden. Nu ligt het eigendom van de netten nog vaak elders in de holding waarvan het netwerkbedrijf deel uitmaakt.
Europees Commissaris Monti van onder meer Mededingingszaken heeft in mei tegen Brinkhorst gezegd dat de Europese Commissie voorstander is van opsplitsing van energiebedrijven tot op eigendomsniveau. De reden dat het standpunt van de Commissie niet is opgenomen in wetgeving komt door de onderhandelingsmacht van grote landen als Frankrijk en Duitsland. Die waren tegen en daarom was er ook geen meerderheid in de Europese Raad van Energieministers te vinden. Nu staat in de Europese richtlijn dat energienetwerken tot op juridisch niveau moeten worden afgesplitst. Ze zitten dan in een aparte vennootschap maar kunnen nog deel uitmaken van dezelfde holding als een leverancier of producent van stroom of gas.
In het vervolgdebat over de Implementatie- en Interventiewet (I&I-wet), dat eind mei in de Tweede Kamer werd gehouden, kwam naar voren dat energiebedrijven moeten ophouden zich in te graven tegen de splitsingsplannen. De boodschap was dat ze hun energie beter kunnen steken in het aanpassen van hun positionering. De EZ-minister Brinkhorst onderschrijft de oproep van het Kamerlid De Krom (VVD) dat het niet verstandig zou zijn als de energiebedrijven persisteren in hun ‘bunkerhouding’. De Krom vroeg ook naar de stellingname van de minister op het terrein van de Europese ontwikkelingen i.v.m. het Nederlandse EU-voorzitterschap per 1 juli. Daarin zal de minister zowel de splitsing als de interconnectie aan de orde stellen. Het amendement dat Hessels (CDA) had ingediend tegen de I&I-wet wordt aangepast, zodanig dat de minister de bevoegdheid krijgt om de beleidskaders voor het vaststellen van tarieven en voorwaarden uit te vaardigen. Hessels vond dat de minister teveel bevoegdheden van DTe naar zichzelf toetrok, hetgeen de onafhankelijkheid zou aantasten. Daar staat tegenover dat er een zware ‘voorhangprocedure’ komt. De minister wil dat de nieuwe wetgeving op 1 juli van kracht wordt.
Het Platform Versnelling Energieliberalisering (PVE) wordt per 1 juli opgeheven. Het PVE werd in juni 2000 opgericht om te zorgen voor een soepele overgang naar een vrije energiemarkt. Volgens het PVE zijn er weinig landen in Europa waarin een energieklant zo snel kan overstappen naar de leverancier van zijn keuze. De basis van die snelheid en effectiviteit ligt in goede marktprocedures en de automatisering daarvan. Het Platform heeft de marktprocedures voor de vrije gas- en elektriciteitsmarkten ontwikkeld en heeft geconstateerd dat de procedures goed werken in het reeds enkele jaren vrije deel van de energiemarkt. Ze constateert ook dat de automatisering van de procedures in de afgelopen periode voortvarend ter hand is genomen door de energiebedrijven en ziet de opening van de energiemarkt op 1 juli dan ook met vertrouwen tegemoet. De energiebranche heeft besloten de kwaliteit van administratieve informatie-uitwisseling onderling te waarborgen en deze verantwoordelijkheid uit te laten voeren door de organisatie B’con. De belangrijkste taken zijn het verwerken van nieuwe of gewijzigde wetten, sectorafspraken en berichten, het signaleren en oplossen van interpretatieverschillen en onvoorziene situaties in regelingen en codes, het voorbereiden en uitvoeren van sectorbrede ketentesten als systemen moeten worden aangepast en het monitoren (en verbeteren) van kwaliteit van informatie-uitwisseling van administratieve processen tussen bedrijven. Nederland loopt hiermee voorop ten opzichte van andere Europese landen.
EZ-minister Brinkhorst heeft in juni namens het kabinet de notitie ‘Visie op markttoezicht’ naar de Tweede Kamer gestuurd. De notitie bevat het standpunt over markttoezichthouders in Nederland (NMa, DTe, Vervoerkamer, Zorgautoriteit i.o., OPTA en AFM) met een overzicht van de functie, taken en verantwoordelijkheden van markttoezichthouders, de relatie tussen markttoezichthouders onderling en met de rijksoverheid, de juridische instrumenten en de kosten en baten van de markttoezichthouders geanalyseerd. De overheid laat weliswaar meer over aan de markt, maar daar waar de overheid een eigen rol heeft, moet deze nadrukkelijker worden ingevuld. De overheid stelt zo de publieke belangen zeker door het formuleren van heldere randvoorwaarden voor marktpartijen en door toezicht te houden op de naleving van deze spelregels.
In augustus bereiden de Nederlandse energiebedrijven Essent en Eneco juridische stappen voor tegen het voornemen van EZ-minister Brinkhorst om de bedrijven op te splitsen. De gedwongen splitsing in een net- en leveringsbedrijf zorgt volgens Essent voor rechtsongelijkheid ten opzichte van andere Europese energiebedrijven die niet gesplitst worden. Ook is er sprake van ‘aspecten van onteigening’. Onderdeel van de splitsing is een verbod om het netwerkbedrijf te verkopen aan buitenlandse partijen. Dat zou op gespannen voet staan met de vrijheid van kapitaalsverkeer en met de vrijheid van vestiging. Splitsing kan alleen als het algemeen belang in het geding is. Het feit dat Nederland in Europa het enige land is dat tot splitsing wil overgaan, zou aantonen dat het ook anders kan. De energiebedrijven zeggen dat een geïntegreerd bedrijf goedkoper is en minder storingen heeft. Nuon en Delta wachten de ontwikkelingen eerst af. Brinkhorst stuurt eind dit jaar een plan van aanpak naar de Kamer.
In oktober blijkt dat de wet die de splitsing van energiebedrijven moet regelen maanden vertraging oploopt. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat EZ de omstreden splitsingswet dit najaar zou presenteren. EZ geeft in het plan van aanpak weer hoe de splitsing van bedrijven als Nuon, Essent en Eneco vorm moet krijgen. Het beleidsvoornemen van EZ-minister Brinkhorst om de energiebedrijven te splitsen in een leveringsbedrijf en een netwerkbedrijf stuit op veel verzet van de betrokken ondernemingen. EZ bevestigt dat het plan van aanpak ‘geen nieuwe lijn’ uitdraagt: splitsing blijft het uitgangspunt. Gemeentelijke en provinciale overheden zijn eigenaar van de energiebedrijven. Met de splitsing van de energiebedrijven wil Brinkhorst de concurrentie op de energiemarkt bevorderen. Als de netten geen eigendom meer zijn van de leveringsbedrijven, dan krijgen alternatieve aanbieders beter toegang tot de netten. Consumenten zouden daarvan moeten profiteren via lagere tarieven. Volgens de energiebedrijven heeft splitsing echter grote financiële consequenties, omdat de meeste netwerken zijn verkocht aan Amerikaanse investeringsmaatschappijen en vervolgens weer worden verhuurd volgens ‘cross-border’ lease-contracten. Die constructie levert de energiebedrijven fiscale voordelen op. Als EZ splitsing afdwingt, moeten de bedrijven die contracten afkopen, en dat gaat de sector miljarden gaat kosten. Het plan van aanpak van EZ inventariseert alle financiële consequenties.
In een brief over nut en noodzaak van de splitsing en de consequenties daarvan schrijft de EZ-minister Brinkhorst in oktober dat het gelijktijdig bezitten van aandelen in netbeheerders en in leverings-, handels- en productiebedrijven van gas en elektriciteit met ingang van 1 januari 2007 wordt verboden. Het betekent dat netbeheerders en commerciële activiteiten tot het aandeelhoudersniveau zullen worden gescheiden. Wel zullen de huidige publieke aandeelhouders van regionale energiebedrijven (provincies en gemeenten) hun aandelen in beide soorten bedrijven mogen houden. Doel van het voorstel is om te voorkomen dat energiebedrijven via invloed op het netbeheer oneigenlijke concurrentievoordelen zouden kunnen hebben. Brinkhorst gaat met zijn voorstel verder dan de Europese richtlijnen voor elektriciteit en gas, die slechts een juridische scheiding tussen beide soorten bedrijven voorschrijven. De minister wil door de volledige scheiding voorkomen dat energiebedrijven in de toekomst geïntegreerd (inclusief netwerk) worden overgenomen.
In antwoord op vragen van de vakbond CNV Publieke Zaak stelt EZ-minister Brinkhorst in oktober dat geen van de huidige Nederlandse energiebedrijven zal overleven op de Europese geliberaliseerde markt. Zelfs een ‘nationale kampioen’, ontstaan door een fusie van de belangrijkste spelers op de Nederlandse markt, zou volgens Brinkhorst het hoofd niet boven water kunnen houden. Een nadeel van één grote Nederlandse speler zou bovendien zijn dat er niet wordt geconcurreerd op de markt. CNV-secretaris Kruithof wilde van Brinkhorst weten hoe de werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden zich zullen ontwikkelen bij de energiebedrijven, die nu nog in handen zijn van gemeenten en provincies. De gevolgen van de liberalisering zijn volgens de minister echter moeilijk in te schatten. Hij sluit niet uit dat er arbeidsplaatsen naar het buitenland verdwijnen, hoewel dit volgens hem allerminst zeker is. Wat betreft de arbeidsvoorwaarden zijn buitenlandse bedrijven gebonden aan de Nederlandse wet- en regelgeving.
De Europese Commissie heeft in oktober officiële klachten gestuurd naar 18 lidstaten die de markten voor gas en elektriciteit nog niet volledig hebben opengesteld voor concurrentie. Nederland hoort samen met Frankrijk, Denemarken, Hongarije, Oostenrijk en Slovenië tot de EU-lidstaten die de liberalisering al wel compleet hebben doorgevoerd. Cyprus heeft de elektriciteitsmarkt wel geopend, maar heeft een uitzondering voor de liberalisering van de gasmarkt. Als de ontbrekende landen op korte termijn geen veranderingen doorvoeren, dreigt EU Energie-commissaris De Palacio met een rechtszaak voor het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. De markten voor gas en elektriciteit moeten in principe al vanaf juli volledig open zijn voor grote klanten uit het bedrijfsleven. Voor de consumentenmarkt geldt een liberalisering vanaf juli 2007.
In een gezamenlijke brandbrief aan EZ-minister Brinkhorst hebben de energiebedrijven Eneco, Nuon, Essent en Delta eind oktober laten weten dat de regering niet kan verbieden dat binnenlandse en buitenlandse energiebedrijven zich alsnog inkopen in de afgesplitste netwerkbedrijven. Brinkhorst wil voorkomen dat de netwerkbedrijven na de splitsing weer in handen komen van binnenlandse of buitenlandse energiebedrijven. Dat geeft volgens de minister de beste garantie dat alle leveranciers toegang krijgen tot de netten. Volgens de brandbrief is het uitsluiten van bepaalde partijen van de verwerving van aandelen in netbeheerders een verboden beperking van het vrij verkeer van kapitaal. Grote energiebedrijven als het Franse EdF, het Belgische Electrabel en het Duitse E.on zullen deels eigenaar kunnen worden van delen van het Nederlandse regionale elektriciteitsnet.
Een eind oktober gepubliceerd rapport van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA staat kritisch tegenover het beleid van EZ-minister Brinkhorst, die de energiebedrijven wil splitsen. De minister wil bedrijven als Nuon en Eneco worden gesplitst in een deel dat de stroom levert en een deel dat het distributienet in handen heeft. Eerlijke concurrentie in de energiemarkt is volgens de minister alleen mogelijk als het eigendom van de distributienetten overgaat in andere handen, zodat meerdere leveranciers er zonder belemmeringen op terecht kunnen. Volgens het CDA-rapport is een onafhankelijke opstelling van de netbeheerder ook te bereiken door strenge regels en goed toezicht. Deze uitkomst lijkt in het voordeel van de traditionele energiebedrijven, die vrezen dat de waarde van de ondernemingen flink zal dalen als Nederland bij de liberalisering van de energiemarkt een stap verder gaat dan andere Europese landen. Ook is dit van belang voor gemeenten en provincies, want zij zijn de aandeelhouders van de energiebedrijven. De CDA-fractie in de Tweede Kamer heeft zich ook steeds kritisch opgesteld tegenover een volledige splitsing van de energiebedrijven, maar kan ermee leven als Brinkhorst overtuigend aantoont dat de splitsing absoluut noodzakelijk is. VVD en PvdA steunen het beleid van Brinkhorst wel.
Twee onderzoekers (Teus van Eck en Hans Rödel) aan de TU Delft zijn bezig met een promotieonderzoek naar de werking van de Europese stroommarkt. Volgens hen dreigt Europa miljarden euro’s te verspillen met de aanleg van nieuwe ‘interconnectiecapaciteit’. Zowel de Europese Commissie als de Nederlandse regering streeft naar een forse uitbreiding van de grensoverschrijdende stroomverbindingen. Dat is geldverspilling, omdat het transport van stroom over grote afstanden onrendabel is door de netverliezen. Hun kritiek wordt onderschreven door de UCTE, de Europese organisatie van landelijke hoogspanningsnetbeheerders. Op de Europese Top in Barcelona in 2002 heeft de Raad van Ministers bepaald dat de lidstaten in 2005 een ‘interconnectieniveau’ moeten hebben dat overeenkomt met ten minste 10% van hun stroomopwekcapaciteit. Uitbreiding van de stroomverbindingen is volgens de Commissie nodig om de concurrentie op de Europese markt te vergroten en ook om de betrouwbaarheid van het systeem te bevorderen. In een aantal EU-landen is op dit moment ‘geen effectieve concurrentie’ op de elektriciteitsmarkt, stelt de Commissie vast in een ‘mededeling’ aan het Europees Parlement en de Raad. Door meer verbindingen met het buitenland zouden de monopolisten er in die landen meer concurrentie bij krijgen. Voor de afnemers zouden de keuzemogelijkheden worden vergroot. Maar Van Eck is het daar niet mee eens en stelt dat het werkelijke probleem wordt omzeild. Als de Commissie vindt dat de concurrentie in sommige landen niet van de grond komt, moeten ze de monopolies in die landen aanpakken. Verlaat de doodlopende weg van het steeds verder uitbreiden van de internationale elektriciteitsverbindingen. Zorg dat de markt goed functioneert. Dan zijn de bestaande verbindingen meer dan voldoende.
In november maakt EZ bekend at de Nederlandse staat de resterende aandelen van het gastransportbedrijf van de Gasunie koopt van de oliemaatschappijen Shell en Esso voor € 2,78 mld. Het handelsbedrijf van de Gasunie blijft in handen van beide olieconcerns en de staat. De staat wordt nu volledig eigenaar van het gastransportbedrijf Gasunie Technology & Assets inclusief landelijk gasnetbeheerder Gas Transport Services (GT&S). Het ministerie van EZ verwacht medio 2005 de koop af te ronden. Vorig jaar braken Shell en Esso de onderhandelingen met de staat over verkoop van hun beider 25%-belang in het transportbedrijf nog af. Voor de 1400 werknemers van de transportpoot en de 120 werknemers van het handelsbedrijf van de Gasunie heeft de overname geen gevolgen.