Gasmarkt |
Berichten uit 2004 |
Toezichthouder DTe maakt in januari plannen bekend om de gasmarkt beter te laten functioneren. Volgens DTe werkt de gasmarkt nu niet goed, doordat er weinig importcapaciteit beschikbaar is voor nieuwe partijen op de markt. Deze visie wordt onderschreven door veel van de potentiële nieuwe toetreders, waaronder partijen die zelf gas produceren, zoals Total. Een van de oorzaken is dat het voor partijen onduidelijk is hoe veel van de gecontracteerde transportcapaciteit daadwerkelijk wordt gebruikt. Op dit gebied moet DTe tot meer transparantie komen. Een ander knelpunt is het feit dat in Nederland laagcalorisch gas wordt gebruikt. Importgas is bijna altijd hoogcalorisch; kwaliteitsconversie is mogelijk, maar zo duur dat het geïmporteerde aanbod daardoor al nauwelijks meer concurrerend kan zijn. DTe wil dit oplossen door een deel van de kwaliteitsconversiekosten te verrekenen in de transporttarieven. Een derde probleem is het gebrek aan leveringsflexibiliteit. De enige grote ‘flexibiliteitsbron’ in Nederland is het Groningenveld, maar daarvan kan alleen de grootste bestaande ‘wholesale’-leverancier, Gasunie Trade & Supply (GT&S), gebruik maken. Dit probleem wil DTe oplossen door het balanceringsregime van netbeheerder GT&S zo ruim mogelijk te maken. Handelaren klagen al lange tijd dat de balanceringseisen van GT&S onnodig streng zijn en feitelijk bedoeld zijn om de markt af te schermen voor de zusteronderneming van GT&S.
In een in juni openbaar gemaakt onderzoek naar de redenen rond de schaarste aan kwaliteitsconversiecapaciteit wordt geconcludeerd dat een gelijkblijvende inkoop & verkoopportfolio en de huidige invulling van het kleine veldenbeleid geen indicaties zijn voor het bewust achterhouden van grote hoeveelheden conversiecapaciteit. De huidige invulling van het kleine veldenbeleid heeft een grote invloed op de voor derden contractueel beschikbare conversiecapaciteit. Netwerkbeheerder Gas Transport and Services (GT&S) biedt de dienst kwaliteitsconversie aan shippers aan, waarmee ze H-gas kunnen laten verdunnen tot L-gas. Op deze manier kan geïmporteerd H-gas geschikt worden gemaakt voor invoeding op het L-gasnet en levering aan L-gas-afnemers. Tot en met 2008 is er echter geen kwaliteitsconversie meer te krijgen. DTe wilde daarom weten hoeveel capaciteit er precies was en of er mogelijk sprake was van ‘hoarding’, het achterhouden of gijzelen van capaciteit. De theoretische conversiecapaciteit is voor stikstofinjectie gelijk aan 32 miljard m3 per jaar en voor menging 27 miljard m3 per jaar. In 2002 en 2003 was de gerealiseerde kwaliteitsconversie respectievelijk 12 en 11 miljard m3 per jaar door menging en 17 en 16 miljard m3 per jaar door stikstofinjectie. Er zit derhalve een groot verschil tussen de theoretisch beschikbare capaciteit en de gerealiseerde kwaliteitsconversie. Deze wordt veroorzaakt door de hoeveelheid beschikbaar stikstof, H-gas en L-gas. Zo blijkt dat vooral in de flankmaanden de kwaliteitsconversie capaciteit beperkt wordt door gebrek aan stikstof. In de zomer ligt de beperking vooral in gebrek aan G- gas afzet en in de winter is er onvoldoende H-gas toevoer. Daarnaast waren er in 2003 een viertal beperkingen die een negatieve invloed hebben gehad op de gerealiseerde conversiecapaciteit in dat jaar. De mogelijkheden om de in de praktijk beschikbare conversiecapaciteit te vergroten, zitten m.n. in een betere benutting in de zomer, b.v. conversie in de zomer en vervolgens opslag.
DTe heeft in september het zogenaamde Methodebesluit Netten Gas Tweede Reguleringsperiode definitief vastgesteld. Het besluit geldt voor de jaren 2005 tot en met 2007 en kent een nieuwe tariefstructuur en maatstafconcurrentie. Uitgangspunt is dat afnemers gaan betalen voor daadwerkelijk gemaakte kosten. Hierbij verdwijnen historische kruissubsidies uit de tarieven en worden de gasnetten efficiënter beheerd en gebruikt. De maatstafconcurrentie houdt in dat transporttarieven worden vastgesteld op basis van de gemiddelde productiviteitsverbetering in de sector, dus niet zozeer op basis van de kosten van een individuele gasnetbeheerder. Dit moet leiden tot toenemende doelmatigheid in de sector.