Groene stroom |
Berichten uit 2004 |
Uit een bericht op Greenprices.nl in januari blijkt dat leveranciers van duurzame elektriciteit hogere prijzen rekenen. Durion, Echte Energie en Shell, die maandelijks hun tarieven aanpassen, hebben hun prijzen verhoogd voor consumenten die een nieuw contract met deze aanbieders afsluiten; bij bestaande klanten wordt de prijsstijging niet doorberekend. Een verdere stijging zit nog in het vat, want per 1 juli 2004 wordt de energiebelasting op groene stroom verhoogd naar van 3,57 naar 5,04 cent per kWh. Voor een gemiddeld huishouden, met een verbruik van 3500 kWh, scheelt dit zo’n € 52,- op de jaarlijkse energierekening. De energiebelasting voor grijze energie is 6,54 cent/ kWh. Bovendien wordt op 1 juli 2004 de markt voor grijze stroom geliberaliseerd, wat ook weer zijn effect op de prijzen zal hebben.
Volgens een EU-richtlijn blijkt in maart dat elektriciteitsaanbieders met ingang van 1 juli van dit jaar hun bijdrage aan duurzame bronnen moeten specificeren aan de klant, om zo duidelijk te maken hoeveel gewone (grijze) stroom de klant afneemt. Volgens een medewerker van adviesbureau Kiefer&Partners is dit de belangrijkste factor om de vrijwillige vraag naar groene stroom te stimuleren in de komende jaren. Vooral in landen waar het aandeel in groene stroom groot is, zoals Noorwegen, Zwitserland en Oostenrijk zal de methode vruchten afwerpen. In deze landen denkt men groene stoom af te nemen, terwijl er in werkelijkheid veel grijze stroom wordt geïmporteerd. De vrijwillige groene stroommarkt komt trager op gang dan bedoeld, hoewel er wereldwijd 3 mln. groene stroomklanten zijn, zo blijkt uit onderzoek van Rolf Wüstenhagen van de University St. Gallen. Het leeuwendeel komt uit Nederland, waar groene stroom ongeveer even duur is als grijze stroom. 30% van de Nederlandse huishoudens heeft groene stroom. In de EU is het percentage 1%.
Leveranciers van groene stroom beweren in mei dat in Nederland de hype om over te stappen van ‘gewone’ stroom naar groene, duurzame energie voorbij is. De hype is over omdat het prijsvoordeel op de groene stroom gaat verdwijnen. Volgens Greenprices.nl, een promotor van duurzame energie, gebruikt 2,8 mln. van alle huishoudens in Nederland groene stroom. Diverse ingewijden stellen dat groene stroom op de lange termijn best duurder worden dan gewone, grijze elektriciteit. Bij de grote 3 energiebedrijven (Nuon, Essent en Eneco) kunnen klanten die nu groene stroom hebben terug naar de grijze stroom als blijkt dat die goedkoper is. Daarvoor moet wel op de kleine lettertjes in het contract worden gelet.
De Algemene Rekenkamer concludeert in haar rapport Groene Stroom, dat op 9 juni is uitgebracht, dat de doelen die de overheid voor het groenestroombeleid heeft gesteld, onvoldoende op elkaar aansluiten en niet goed meetbaar zijn. De doelen voor het groenestroombeleid zijn door de jaren heen in verschillende termen geformuleerd door het ministerie van EZ. Soms zijn consumptiedoelen gesteld, bijvoorbeeld dat 6% van de in Nederland gebruikte elektriciteit in 2005 duurzaam moet worden opgewekt. Anderzijds zijn er productiedoelstellingen, bijvoorbeeld dat 17% van de in Nederland geproduceerde elektriciteit in 2020 duurzaam moet zijn. In sommige gevallen wordt helemaal niet duidelijk of er sprake is van een consumptie- of productiedoel. De Europese Commissie heeft inmiddels aangegeven dat voor de EU-doelstellingen naar het verbruik en niet naar de productie zal worden gekeken. Geïmporteerde groene stroom kan echter alleen bij de consumptie worden opgeteld als het exporterende land daar expliciet mee instemt. EZ-minister Brinkhorst vertrouwt erop dat in 2010 9% van de elektriciteit in Nederland volgens deze regels duurzaam zal zijn, zoals de EU voorschrijft. De Rekenkamer betwijfelt dit echter, aangezien het kabinet de fiscale stimulering van groene stroom onlangs heeft afgeschaft. Hoeveel nieuwe opwekkingscapaciteit tot stand zal komen door de nieuwe subsidieregeling Milieukwaliteit elektriciteitsproductie (MEP) is bovendien nog onduidelijk. Op advies van de Rekenkamer gaat Brinkhorst leveranciers overigens verplichten om zich tegenover klanten te verantwoorden over de samenstelling van de geleverde groene stroom. Consumenten hebben nu vaak geen inzicht in hoeveel groene stroom van welk type ze precies krijgen aangeleverd.
De milieuorganisatie Greenpeace waarschuwt in juni dat de markt voor ‘groene stroom’ instort als de energiemarkt per 1 juli vrij is. 40% van de Nederlandse huishoudens - 2,8 mln. gezinnen - neemt op dat moment groene stroom af. De Nederlandse energiebedrijven kunnen de behoefte aan duurzaam geproduceerde energie echter maar voor een derde dekken. Het ontbrekende deel moeten ze importeren uit het buitenland. De prijs van deze import gaat omhoog. In eerste instantie was geen sprake van belastingheffing op groene stroom, maar de overheid heeft haar beleid aangepast en heeft een heffing ingevoerd op duurzame energie uit het buitenland. Alleen groene stroom die uit Nederland komt, is nog vrijgesteld van belastingheffing. Omdat de Nederlandse energiebedrijven volgens Greenpeace te weinig hebben geïnvesteerd in projecten voor het opwekken van duurzame energie, dreigen consumenten een steeds hogere rekening voor groene stroom te krijgen. De kans is groot dat velen weer overschakelen op normale (‘grijze’) stroom. De Algemene Rekenkamer stelde onlangs al in een rapport vast dat de doelmatigheid van de nieuwe stimuleringsregeling voor de productie van groene stroom beter kan.
Stichting Natuur en Milieu (SNM) heeft in juli de meer dan 25 Nederlandse stroomleveranciers gevraagd wat de herkomst en milieuprestatie van de door hen geleverde elektriciteit. Per 1 juli jongstleden zijn consumenten en kleine bedrijven vrij in hun keuze van stroomleverancier. Diverse internetsites geven inzicht in prijsverschillen en leveringsvoorwaarden van de stroom die wordt aangeboden. De consumenteninformatie over de milieueffecten van de stroomproductie blijkt echter minimaal te zijn. Alleen de informatie over groene stroom acht SNM van een redelijke kwaliteit. Over de reguliere ‘grijze’ stroom is nauwelijks productinformatie beschikbaar. SNM wil van de stroomleveranciers gegevens ontvangen over de gebruikte brandstof(fen) per stroomproduct (gas, steenkool, kernenergie, organisch afval, huisvuil, zon, wind, verbranding van mest of diermeel). Verder zijn gegevens nodig over de uitstoot van het broeikasgas CO2 en de geproduceerde hoeveelheid kernafval per kilowattuur. De door SNM verzamelde informatie zal na 1 september 2004 via internet aan consumenten beschikbaar worden gesteld, zodat zij op een milieubewuste wijze hun stroomleverancier kunnen kiezen. Per 1 januari 2005 is een milieu-etiket voor stroom verplicht (stroometikettering).
De DTe publiceert vanaf 1 november overzichten op de website waarin leveranciers van groene stroom staan vermeld. Daarbij zijn de leveranciers gerangschikt van duur naar goedkoop. De toezichthouder maakt aan de hand van verschillende typen huishoudens inzichtelijk of er voor consumenten die groene stroom afnemen echt iets te kiezen valt. De overzichten van DTe zijn gebaseerd op de tariefgegevens die de groene stroomleveranciers verplicht bij de toezichthouder aanleveren. DTe heeft tot publicatie van de overzichten besloten omdat de overheid per 1 januari 2005 de korting op de energiebelasting voor groene stroom beëindigt. Dit kan een prijsverhogend effect hebben. Consumenten die naar aanleiding van deze verandering willen toetsen of hun huidige contract past bij hun profiel, kunnen hiervoor de overzichten raadplegen op de website van DTe.
De Consumentenbond vindt in november dat DTe met de prijsvergelijking van groene stroomaanbieders, een verkeerd signaal afgeeft. Vanaf 1 november geeft de DTe op de website een overzicht waarin leveranciers van groene stroom staan vermeld, gerangschikt van duur naar goedkoop. De Consumentenbond vindt het vreemd dat de DTe alleen prijsinformatie over groene stroom aanbiedt en stelt dat de overheid zich er herhaaldelijk over heeft uitgesproken dat liberalisering naast prijs ook gericht is op kwaliteit van dienstverlening en voorwaarden. Door deze elementen niet in de vergelijking te betrekken wordt het signaal gegeven dat prijs het enige is dat telt, aldus de consumentenorganisatie. Daarnaast vindt de bond dat het initiatief van de DTe de suggestie wekt dat er alleen voor groene stroom te kiezen is. De bond is bang dat consumenten het idee krijgen dat de leverancier die bij DTe bovenaan de lijst staat de beste keus is voor de betreffende consument.
Greenprices publiceert in december een rapport over de duurzame-energiemarkt, waaruit blijkt dat producenten van duurzame energie vaak groene stroom op de markt brengen, terwijl zij hun zogeheten groencertificaten al hebben verkocht aan producenten van gewone stroom. Hierdoor wordt elektriciteit twee keer als ‘groen’ verkocht. De structuur van de markt voor groene stroom werkt dergelijke dubbeltellingen in de hand. Zo verkopen Scandinavische producenten van waterkrachtstroom op grote schaal groencertificaten aan Nederlandse energiebedrijven, terwijl ze in eigen land hun stroom vaak als groen blijven verkopen. Het is echter niet duidelijk op welke schaal dubbeltellingen voorkomen. Voor de Europese statistieken heeft dit ook consequenties. De waterkrachtstroom die in landen als Noorwegen en Frankrijk wordt geproduceerd, en waarvan de certificaten aan Nederlandse bedrijven worden verkocht, wordt zowel door die landen als door Nederland meegeteld voor het halen van de Europese doelstellingen voor duurzame energie.