Energiebedrijven: privatisering, liberalisering, splitsing netwerken

Berichten uit
2004
Januari

Op 18 december 2003 heeft de overdracht van de aandelen van regionaal netbeheerder Transportnet Zuid-Holland (TZH) aan TenneT (de Nederlandse Transmission System Operator (TSO) en beheerder van het landelijk hoogspanningsnet) plaatsgevonden. Daarmee is TenneT in het bezit gekomen van 680 km hoogspanningsverbindingen (500 km 150kV-net en 180 km 380 kV-net) en 21 schakelstations in Zuid-Holland. De werkzaamheden van TZH worden voortgezet onder de naam TenneT Zuid-Holland. TZH zal zo spoedig mogelijk worden geïntegreerd binnen TenneT. De overname betreft de gehele onderneming. Mede vanwege de toename van werkzaamheden bij TenneT zal er geen sprake zijn van gedwongen ontslagen. TenneT heeft hiermee circa 40% van het landelijk transportnet in eigendom. Het overige deel is in handen van vijf energiebedrijven. Het is de ambitie van TenneT ook deze netten uit oogpunt van kwaliteit en efficiency onder één noemer te brengen zodat bewaking, onderhoud en investeringen centraal kunnen worden aangestuurd. TenneT betaalt € 249 mln. voor TZH inclusief de uitstaande en rentedragende schulden van TZH ter waarde van € 80 mln.

In het in januari door de Algemene Energieraad (AER) uitgebracht advies ‘Net Nog Niet’ wordt een beroep gedaan op de nationale politiek om de besluitvorming over de organisatie en het eigendom van energienetten in Nederland te nemen in het kader van de Europese ontwikkelingen. Dit Europese perspectief is met name van belang bij de beleidskeuzes voor de sector als geheel (productie/transport/verkoop) waarover de Raad binnenkort, op verzoek van minister Brinkhorst, advies zal uitbrengen. Een besluit over de netten zou naar de mening van de Raad moeten worden uitgesteld tot er meer duidelijkheid is over deze beleidskeuzes. De Raad ziet geen reden om een besluit over de netten te koppelen aan de geplande vrijmaking van de markt voor kleinverbruikers per 1 juli 2004. De Energieraad komt eerder dan voorzien met dit advies over de netten omdat de minister heeft aangegeven begin 2004 met voorstellen over de energienetten naar de Tweede Kamer te komen. De Raad miste tot nu toe een dergelijke analyse in de politieke discussie. Ook bepleit de Raad een tweesporenbenadering te volgen voor de wijze waarop de publieke belangen worden geborgd. De twee instrumenten om de publieke belangen te borgen zijn overheidseigendom en regelgeving/toezicht. Deze twee kunnen en moeten functioneren als communicerende vaten. De Raad heeft 5 opties voor de organisatie en het eigendom van de netten geïdentificeerd. Deze opties variëren van 100% privatiseren tot 100% publiek eigendom, zoals een erfpachtconstructie, een concessie-constructie en een zogenaamde ‘golden share’ constructie. De AER vindt het in verband met de onzekerheden over de toekomstige Europese ontwikkelingen raadzaam te streven naar een ‘no regret’-beleid.

In januari presenteerde Cap Gemini Ernst & Young voor het vijfde achtereenvolgende jaar op het onderzoeksrapport Trends in Energy. Voor Trends in Energy 2003 is de midzakelijke markt middels een vragenlijst benaderd om in kaart te kunnen brengen hoe men de opening van de markt heeft ervaren. Daarnaast spelen duurzame energie en duurzaam ondernemen een belangrijke rol. De transportcapaciteit is volgens Trends in Energy in Nederland met zowel een uitgebreid, als een goed onderhouden, gas en stroomnetwerk prima in orde. De productiecapaciteit voor stroom is een ander verhaal. Sinds 1996 is er geen significante productiecapaciteit bijgebouwd, behalve zo’n 680 MW wind waarvan de beschikbaarheid net zo betrouwbaar is als de weersvoorspelling. De totale productiecapaciteit voor stroom in Nederland schommelt sinds 1996 rond de 20 GW. Terwijl het verbruik al meer dan 20 jaar met 2,7% stabiel groeit, en in 2002 zelfs een ‘al time high’ piekverbruik van 15 GW mochten waarnemen, was er echter in 2002 een veel lagere groei van het jaarverbruik van 1% gezien. Niettemin is de reserve capaciteit nog steeds aan het afnemen. Of dit erg is, kan men zich afvragen. Nederland kan tot circa 25% stroom importeren. Een deel van de stroom (16%) wordt momenteel inderdaad geïmporteerd. Sinds de zomer van 2003, waarin door TenneT code rood werd afgekondigd wegens koelwaterproblemen, zijn er niet alleen prijsexplosies (factor 40 tot 60) geweest op de APX maar heeft ook geresulteerd in het structurele effect dat tijdens de piekuren rond 17.00 uur de stroomprijs op de spotmarkt maanden achtereen een factor 3 tot 4 hoger geweest dan normaal.

Februari

Uit een in februari door het CBS uitgebrachte studie over het gedrag van de energiebedrijven op de vrije markt blijkt dat de zeven grootste energiebedrijven uit 1997 (door fusies teruggebracht tot 5 in 2001) in de eerste fase van de liberalisering hun marktaandeel verder hebben uitgebreid. Tussen 1998 en 2000 vergrootten zij hun marktaandeel van 74% naar 88%. In 2001 daalde dit licht tot 85%. Sinds het liberaliseringproces op gang kwam, is een sterke stijging zichtbaar van het bruto bedrijfsresultaat, zo stelt het CBS. In de periode 1998- 2001 is een stijging van 34% genoteerd. Hun aandeel in het totale bedrijfsresultaat van de branche steeg van 49% in 1998 tot 74% in 2001. De totale omzet van elektriciteit, gas en warm water aan eindgebruikers steeg in de periode 1999-2001 jaarlijks met gemiddeld 9% als een gevolg van hogere prijzen voor gas en stroom. Bij de gereguleerde markt voor de midden- en kleinverbruikers is in dezelfde periode voor zowel gas als elektriciteit sprake geweest van prijsstijgingen. In 2000 en 2001 is ongeveer 30% van het totale verbruik vrij verkocht. De werkgelegenheid bij de energiebedrijven is in de eerste fase van de liberalisering door fusies en overnames sterk teruggelopen. In 1997 hadden de energiebedrijven 38.538 werknemers in dienst. In 2000 was het personeelsbestand uitgedund tot 32.953. Ook daarna heeft de daling zich licht voorgezet, aldus het CBS.

Maart

De bestuursvoorzitter van Halderen van Nuon stelt in maart dat het weghalen van de netten bij de Nederlandse stroombedrijven op termijn werkgelegenheid kan kosten en nadelig zal uitpakken voor het investeringsklimaat. Ook dreigt hoogwaardige, technologische kennis te verwateren. Volgens een uitgelekte voorstel van het ministerie van EZ mag alleen de handelstak van de stroombedrijven door de eigenaren (gemeenten en provincies) worden verkocht. De netten moeten in hun geheel van deze commerciële takken worden afgesplitst en in publieke handen blijven. De Nuon-bestuursvoorzitter stelt dat deze handelswijzen getuigt van kortetermijn politiek, die in andere Europese landen niet wordt gevoerd. Door de afsplitsing hebben de grote stroombedrijven in Nederland op termijn nauwelijks kansen op het Europese speelveld, meent hij. Het netbeheer levert de energiebedrijven een gestage stroom aan inkomsten op en vormt daarmee een stabiele factor voor de financiële positie van de bedrijven. Als die wegvalt, wordt ook de ruimte kleiner om bijvoorbeeld te investeren in nieuwe stroomcentrales in Nederland. Beleggers zullen niet trappelen om in zo’n energiebedrijf te investeren, omdat het risicoprofiel dan aanzienlijk groter is. Bovendien is de kans aanzienlijk groter dat de bedrijven in handen komen van de grote Europese spelers, zoals het Duitse E.on.

In maart wordt uit verschillende betrouwbare bronnen in Den Haag vernomen dat EZ-minister Brinkhorst heeft besloten dat de netwerken van de energiebedrijven definitief moeten worden afgesplitst. Bij eventuele privatisering van de gas- en elektriciteitsbedrijven moeten de netwerken in publieke handen blijven. Brinkhorst zal over zijn besluit binnenkort een brief aan de Tweede Kamer sturen. De minister buigt zich nog over de vraag wanneer de afsplitsing een feit moet zijn. Daarvan hangt af op welke termijn de overblijvende handelspoten van de nutsbedrijven geprivatiseerd kunnen worden. De afsplitsing houdt in dat Nuon, Essent, Eneco en Delta hun hoogspanningsnetten (van 150 en 110 kilovolt) overdragen aan TenneT. Dit staatsbedrijf beheert al de landelijke hoogspanningsnetten van 380 en 220 kilovolt. De regionale netten van de 4 energiebedrijven moeten worden ondergebracht in nieuwe netwerkbedrijven.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW maakt in maart duidelijk dat het niet wil dat Nederland besluit om energiebedrijven te privatiseren en dan de distributienetten van de bedrijven los te maken. In dat geval loopt Nederland een groot risico om in Europa te duur te worden wat betreft energie. VNO-NCW dringt er bij EZ-minister Brinkhorst op aan om éérst de belofte van een geliberaliseerde Europese elektriciteitsmarkt waar te maken. Dat betekent dat de minister geen eenzijdige, nationale onomkeerbare stappen moet zetten met afscheiding van distributienetten en privatisering. De minister komt binnenkort met zijn visie over (verdere) liberalisering en privatisering van de energiesector. VNO-NCW wijst er op dat zakelijke afnemers tot op heden onvoldoende hebben kunnen profiteren van de liberalisering van de energiemarkt in Noordwest Europa. Nationale stappen met afscheiding van distributienetten en privatisering zetten de deur wagenwijd open voor overname van nu nog Nederlandse energiebedrijven en levering van elektriciteit door buitenlandse stroomgiganten.

April

De Gasunie meldt in april bij monde van hoofddirecteur G. Verberg tegen de afsplitsing te zijn van de gasnetten van energiebedrijven als Eneco en Nuon. Daardoor krijgen deze bedrijven volgens hem een achterstand op buitenlandse bedrijven die actief zijn in Nederland. Die bezitten weliswaar eveneens geen netten in Nederland, maar worden wel gesteund door een machtige moedermaatschappij. Wil Gasunie in de toekomst blijven leveren aan Nederlandse bedrijven zonder netwerken, dan eist het extra bankgaranties. Een buitenlands bedrijf krijgt daarentegen een garantie van het moederbedrijf dat buiten Nederland wel distributienetten bezit. Bovendien moeten bedrijven zonder distributienetten geld lenen tegen een hogere rente. Standard & Poor’s verlaagde onlangs al de kredietwaardigheid van de Nederlandse energiebedrijven.

De aandeelhouders van de 3 grootste energiebedrijven, Essent, Nuon en Eneco hebben in april de Universiteit van Tilburg opdracht gegeven om te onderzoeken of de splitsing van energiebedrijven en hun elektriciteitsnetwerken juridisch houdbaar is. De provinciale en gemeentelijke aandeelhouders trekken gezamenlijk ten strijde tegen splitsing van de regionale energiebedrijven. De regering eist van de regionale energiebedrijven dat zij uiterlijk in 2006 hun netten afstoten. De netten, die vele miljarden waard zijn, moeten van de regering vooralsnog in overheidshanden blijven. De overige activiteiten van de bedrijven mogen worden geprivatiseerd. De aandeelhouders vrezen echter dat de gedwongen opsplitsing van de bedrijven zal leiden tot waardeverlies.

Mei

De Nederlandse energiebedrijven lijken te berusten in het gegeven dat de politiek het leveringsbedrijf en netwerkbedrijf zal splitsen. De topmannen van Essent, Nuon en Eneco pleiten er in mei bij de politiek voor om dit besluit nog 2 jaar uit te stellen. Vrijwel de voltallige, traditionele energiesector is en blijft tegen de voorgenomen splitsing van de energiebedrijven. Dat bleek tijdens een Ronde Tafelgesprek dat adviesbureau Accenture organiseerde en waar ook vertegenwoordigers van de PvdA en VVD bij aanwezig waren. Deze waren echter niet te vermurwen en blijven voorstanders van de splitsing van leveringsbedrijf en netwerkbedrijf in 2 aparte, los van elkaar staande ondernemingen. De topmannen van de Nederlandse energiebedrijven hebben liever dat de politiek zich inspant voor een betere groothandelsmarkt, dan dat men zich bezighoudt met het afsplitsen van de netten. De overheid zou moeten nadenken over instrumenten om de handel te bevorderen.

Juni

Directeur-generaal Lankhorst van het miniserie van EZ meldt in juni tijdens de jaarvergadering van de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW)dat in 2005 kan worden gestart met een vorm van marktkoppeling (een systeem waarbij stroomverkeer over de interconnectoren in normale omstandigheden vrij is en in tijden van capaciteitsproblemen gereguleerd wordt) tussen de energiemarkten van Nederland, Duitsland, Frankrijk en Nederland. Er ligt nu een ‘memorandum of understanding’, waarin de landelijk netbeheerders en overheden zich binden aan het idee. Marktkoppeling verbetert de liquiditeit op de markt, de transparantie en de prijsvorming. Lankhorst gelooft niet in het nut van het verder uitbreiden van de fysieke capaciteit van de interconnectoren, tegen de zin van werkgeversvereniging VNO-NCW, die daar al wel voor pleit. Het idee van de marktkoppeling is de dag na de jaarvergadering door EZ-minister Brinkhorst ter sprake gebracht tijdens de raad van Europese ministers van Energie in Luxemburg.

In juni wordt duidelijk dat de branchevereniging voor energiebedrijven EnergieNed zal worden gereorganiseerd. Eén van de redenen is dat de leden van EnergieNed hebben aangegeven dat ze de contributie aan de organisatie willen verminderen. Ook sluit de positie van EnergieNed niet meer goed aan bij de wensen van de leden. Dat komt onder meer doordat de liberalisering van de energiemarkten voor kleinverbruikers bijna een feit is. EnergieNed moet in de toekomst daarom een pure belangenbehartiger worden. Volgens ingewijden is de crisis bij EnergieNed echter veel groter dan door de woordvoerder wordt aangegeven. Er zou zelfs getwijfeld worden aan het bestaansrecht van de club.

Juli

In juli heeft de Nederlandse Gasunie de transportpoot van het bedrijf afgesplitst en ondergebracht in de nieuwe landelijke gasnetbeheerder Gas Transport Services (GT&S). Hiermee voldoet het gasbedrijf aan de Europese regelgeving die voorschrijft dat de productie en transport niet in één hand mogen zijn. De netbeheerder moet het nationale gastransportnet beheren en verder ontwikkelen. Daarnaast zal GT&S het gas van de energiebedrijven over het leidingnet transporteren. De tarieven hiervoor zijn vastgesteld door de toezichthouder DTe. Het onderhoud en beheer van de installaties blijven in handen van de Gasunie. De wet schrijft niet voor dat deze activiteiten ook moeten worden afgesplitst. De oprichting van GT&S vloeit voort uit de nieuwe Implementatie- en Interventiewet (I&I-wet) voor de energiesector.

Augustus

In augustus maakt de DTe bekend dat de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, TenneT, in 2005 en 2006 € 43,7 mln. zal investeren in een uitbreiding van het hoogspanningsnet (van 150 kV naar 380 kV) tussen Diemen, Oostzaan en Beverwijk. De uitbreiding (verzwaring) van het hoogspanningsnet is nodig om de leveringszekerheid in de regio Amsterdam veilig te stellen. De vraag naar elektriciteit zal de komende jaren fors toenemen in de Randstad. De doelmatigheidskorting (de zogenaamde x-factor) voor TenneT wordt door DTe berekend op basis van de behaalde omzet. Zo wordt ervoor gezorgd dat TenneT bij fluctuaties van de hoeveelheid getransporteerde elektriciteit over het hoogspanningsnetwerk geen overwinsten, of juist grote verliezen maakt. Hierdoor kan TenneT uitbreidingsinvesteringen in het hoogspanningsnet niet automatisch uit haar inkomsten financieren. Daarom staat DTe toe dat TenneT de lasten van deze grootschalige investering betaalt uit de opbrengsten van de veiling van de importcapaciteit uit het buitenland. Het bewaken van de leveringszekerheid op de energiemarkt is een belangrijke prioriteit voor DTe. Doordat er steeds meer huizen in de regio Amsterdam worden gebouwd en het aantal bedrijven groeit, is een uitbreiding van het hoogspanningsnet noodzakelijk om de leveringzekerheid in de nabije toekomst te waarborgen. Daarnaast krijgen producenten, die op grote afstand van de Randstad elektriciteit produceren, door de verzwaring meer mogelijkheden hun elektriciteit op het net te plaatsen. Dit verbetert niet alleen de marktwerking, maar zorgt tevens voor een toename in (import) capaciteit waardoor de voorzieningzekerheid toeneemt.

In augustus bereiden de Nederlandse energiebedrijven Essent en Eneco juridische stappen voor tegen het beleidsvoornemen van EZ-minister Brinkhorst om de bedrijven op te splitsen. De gedwongen splitsing in een net- en een leveringsbedrijf zorgt volgens Essent voor ‘rechtsongelijkheid ten opzichte van andere Europese energiebedrijven’, die niet gesplitst worden. Ook is er sprake van ‘aspecten van onteigening’. EZ wil met de splitsing voorkomen dat energiebedrijven misbruik maken van hun netbedrijf. Volgens de wet moet er in een vrije markt ‘onafhankelijk netbeheer zijn’, waardoor meerdere aanbieders tegen dezelfde voorwaarden toegang hebben tot het distributienetwerk. De energiebedrijven zeggen dat een geïntegreerd bedrijf goedkoper is en minder storingen heeft. Onderdeel van de splitsing is een verbod om het netwerkbedrijf te verkopen aan buitenlandse partijen. Splitsing kan echter alleen als het algemeen belang in het geding is. Andere landen houden het bij regulering en toezicht. Volgens een woordvoerster van EZ zal eind 2004 een plan van aanpak naar de Tweede Kamer worden gestuurd, waarin staat hoe EZ de splitsing wil realiseren.

September

Uit de ontwerpbegroting van EZ blijkt in september dat de minister van Economische Zaken in 2005 een hernieuwde poging zal doen om het gasgebouw in lijn te brengen met een interne Europese markt en de publieke belangen (kleine velden beleid, gasbaten) zeker te stellen. De herstructurering van het ‘gasgebouw’, de publiek-private samenwerking tussen Shell, Exxon en de Staat, was in 2003 op niets uitgelopen.

Ondanks de liberalisering van de elektriciteit- en gasmarkt boeren de vier grote energiebedrijven (Essent, Eneco, Nuon en Delta) nog uitstekend. Dat blijkt uit een vergelijking door het Financiële Dagblad van de halfjaarresultaten die in september openbaar zijn gemaakt. Van de grote vier draait de kleinste, Delta, het best. Zowel de nettowinstmarge als de brutomarge is bij het Zeeuwse bedrijf het hoogst. Het bedrijfsresultaat klom naar 75 mln. euro, goed voor een operationele marge van 15%. De grootste twee, Essent en Nuon, halen beide 10%; Eneco zit daar met 13,2% tussen in. Nieuwkomer Energiebedrijf.com haalt 8,5%, bij een omzet die 2,2% is van die van Essent (€ 79 om € 3600 mln.). Het sectorgemiddeld is 10%. Zowel Nuon als Essent oriënteren zich op groei in het buitenland. In eigen land is verdere groei niet meer mogelijk.

Oktober

In oktober meldt het Financiële Dagblad dat de wet die de splitsing van energiebedrijven moet regelen maanden vertraging op zal lopen. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat EZ de omstreden splitsingswet dit najaar zou presenteren. De wet is voor de jaarwisseling wel klaar, maar moet dan nog naar de Raad van State. Daardoor kan het definitieve wetsvoorstel pas rond maart 2005 aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd. Met de splitsing van de energiebedrijven wil EZ-minister Brinkhorst de concurrentie op de energiemarkt bevorderen. Als de netten geen eigendom meer zijn van de leveringsbedrijven, dan krijgen alternatieve aanbieders beter toegang tot de netten. Consumenten zouden daarvan moeten profiteren via lagere tarieven. EZ presenteert medio oktober wel zijn plan van aanpak, waarin staat hoe de splitsing van de energiebedrijven vorm moet krijgen. Het beleidsvoornemen van de EZ-minister om de energiebedrijven te splitsen in een leveringsbedrijf en een netwerkbedrijf stuit echter op veel verzet van de betrokken ondernemingen, maar EZ stelt dat de splitsing zelf niet meer ter discussie staat. Wel onderzoekt EZ nog de financiële consequenties van de splitsing, omdat de meeste netwerken zijn verkocht aan Amerikaanse investeringsmaatschappijen. De netten worden vervolgens weer geleased en die constructie levert de energiebedrijven weer fiscale voordelen op. Als EZ splitsing afdwingt, moeten de bedrijven die zogenaamde ‘cross border’-leasecontracten afkopen en dat gaat de sector miljarden kosten.

In oktober blijken de meeste energiebedrijven sceptisch te zijn over het plan van de EZ-minister Brinkhorst om provincies en gemeenten toestemming te geven hun belang in stroom- en gasnetten te verkopen. De meerderheid van de aandelen moet volgens Brinkhorst wel in overheidshanden blijven. Het energiebedrijf in Eindhoven en omstreken, NRE, beoordeelt de stap als één van de weinigen als positief. Essent vindt het een onzalig plan. Eneco, Nuon en kleinere bedrijven, vinden echter ook dat de energiebedrijven in zijn geheel moeten worden geprivatiseerd. De Federatie van Energiebedrijven, EnergieNed, wil dat de minister geen onomkeerbare besluiten neemt en afwacht hoe de Europese markt zich ontwikkelt en verbaast zich over het feit dat de minister voorbijgaat aan het advies van de Algemene Energieraad dat eerder dit jaar verscheen. De AER adviseerde voorlopig geen onomkeerbare stappen te zetten. Volgens EnergieNed zijn er geen initiatieven in andere EU-landen bekend om de netten van commerciële activiteiten van de energiebedrijven volledig en van overheidswege te splitsen.

De beheerders van de Europese transportnetten streven ernaar de beschikbare transportcapaciteit op de internationale verbindingen maximaal te laten benutten door marktpartijen. Verbetering is mogelijk door investeringen en samenwerking, aldus de beheerder van het hoogspanningsnet, TenneT, in een persbericht van 5 oktober. De beschikbare import- en exportcapaciteit van Nederland wordt mede bepaald door omstandigheden in onze buurlanden. In het document ‘Ontwikkeling van import- en exportcapaciteit voor de markt’ geeft TenneT aan hoe de beschikbare transportcapaciteit op onze internationale verbindingen zich naar verwachting in de komende jaren zal ontwikkelen en welke omstandigheden daarbij een rol spelen.

November

EZ-minister Brinkhorst heeft in november met Shell en Esso op hoofdlijnen overeenstemming bereikt over de voorgenomen herstructurering van de transportactiviteiten van Gasunie. Door deze herstructurering zullen het transportbedrijf en het handelsbedrijf juridisch volledig worden ontvlochten. De Staat zal het belang van beide maatschappijen (die nu ieder een 25% belang in het transportbedrijf van Gasunie hebben) van hen overnemen en het volledige belang in het transportbedrijf verwerven. Onder het transportbedrijf valt ook de netbeheerder van het landelijk gastransportnet. Het bedrag dat hiermee is gemoeid bedraagt 2,78 mld. euro. Na de herstructurering zal het transportbedrijf van Gasunie niet langer deel uitmaken van de samenwerking tussen de Staat, Shell en ExxonMobil zoals deze sinds 1963 heeft bestaan op het gebied van de productie, het transport en de verkoop van Nederlands aardgas (het zogenoemde Gasgebouw). De samenwerking in het Gasgebouw zal verder voorlopig niet wijzigen. De Staat zal vanaf 1 januari 2005 het volledige belang in het transportbedrijf van Gasunie verkrijgen hetgeen naar verwachting medio 2005 met terugwerkende kracht zal worden gerealiseerd. Vanaf dat moment zal het transportbedrijf van Gasunie volledig onafhankelijk opereren van de belangen in productie, handel en levering. Bij het transportbedrijf van Gasunie werken ongeveer 1400 van de 1520 mensen van Gasunie. Het transportbedrijf en het handelsbedrijf blijven gevestigd in Groningen.

De door EZ-minister Brinkhorst gewenste splitsing van de energiebedrijven, die de afgelopen tijd de gemoederen danig bezighield, zal op 8 december besproken worden met de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer tijdens een Algemeen Overleg. Brinkhorst wil dat alle energiebedrijven zich voor 2007 hebben opgesplitst in een netwerkgedeelte en een commercieel gedeelte. In de Tweede Kamer lijkt een compromis te ontstaan tussen de drie grote partijen VVD, CDA en PVDA over een iets andere invulling van de splitsing dan Brinkhorst voorstaat. Splitsing zou daarbij alleen nodig zijn indien de aandeelhouders de intentie hebben om het energiebedrijf te vervreemden.

Het Landelijk Medenzeggenschapsplatform Energiedistributiebedrijven (LME) beweert in het in november gepubliceerde rapport ‘Energiesector op dood spoor’ dat de gedwongen splitsing van de energiebedrijven gaat 2000 tot 3000 banen kosten. Om de presentatie van het rapport kracht bij te zetten heeft het platform een protestactie georganiseerd, waarvoor 3000 werknemers uit de energiesector zich verzamelen op het Plein tegenover het Binnenhof in Den Haag. De 3000 actievoerders moeten symbool staan voor de 3000 banen die volgens het energieplatform op het punt staan te verdwijnen. Het kabinet wil energiebedrijven voor 2007 splitsen in enerzijds een netwerkbedrijf en anderzijds een productie- en leveringsbedrijf. Een en ander is conform de afspraken van de Europese Commissie. EZ-minister Brinkhorst vindt dat een onafhankelijke positie van de stroom- en gasnetten beter is voor de concurrentie en uiteindelijk ook voor de portemonaie van de consument. Het energieplatform weerlegt de argumenten van de minister in zijn rapport. Volgens de LME leidt de splitsing tot een slechtere financiële positie van de Nederlandse bedrijven met als gevolg dat ze worden overgenomen door buitenlandse bedrijven. Dit resulteert volgens de LME op termijn in banenverlies.

December

In december wordt over een voorstel van de energiesector gesproken om splitsing van de energiebedrijven voorkomen. Het is voor het eerst dat EZ-minister Brinkhorst ruimte biedt aan de energiebedrijven om over de splitsing te onderhandelen. De minister is van plan de bedrijven te splitsen in een onafhankelijk netbedrijf en een commercieel leveringsbedrijf. De sector is fel tegen splitsing, omdat men bang is dat de splitsing de kredietwaardigheid en het concurrentievermogen van de bedrijven zal aantasten. De energiebedrijven hebben volgens bronnen toegezegd de overheid meer invloed te geven op de energiedistributienetwerken en tevens de verhandelbaarheid van elektriciteit en gas te helpen vergroten. Later in de maand december wordt over de splitsing gedebatteerd in de Tweede Kamer. Uit het debat blijkt dat de minister van de Tweede Kamer brede politieke steun krijgt om, ondanks de weerstand van de betrokken ondernemingen, de energiebedrijven op te splitsen. Wel is er bij de Kamerleden bezorgdheid over de uitwerking van het splitsingplan. Vooral over de gevolgen voor de Cross Border Leases (CBL’s) moet nader onderzoek worden gedaan. De minister staat nog steeds open voor alternatieven die leiden tot dezelfde effecten als splitsing, maar heeft ze nog niet gehoord. Hij pleit verder voor meer invloed van de (gemeentelijke) aandeelhouders in de energiebedrijven. Ook de Kamer staat achter meer mogelijkheden voor gemeenten om belangrijke beslissingen van energiebedrijven te beïnvloeden. Het gaat dan bijvoorbeeld om plannen voor buitenlandse expansie. De distributienetwerken moeten onafhankelijk worden gemaakt van de bedrijven die de energie leveren. Alleen zo wordt volgens Brinkhorst mogelijk dat de netten open zullen staan voor concurrerende aanbieders van energie. De energiebedrijven denken dat ze zonder de netwerken economisch minder sterk staan in de Europese markt. In het buitenland bestaat niet de verplichting om het netwerkbedrijf af te zonderen van het energieconcern. Van eerlijke concurrentie is daarom volgens hen geen sprake.



Terug naar thema Elektriciteits- en gasmarkt 2004