Algemeen |
Berichten uit 2004 |
VROM-staatssecretaris Van Geel vertegenwoordigt het kabinet op een conferentie over hernieuwbare energie in Bonn op 3 en 4 juni waar 120 landen zullen worden vertegenwoordigd. Tijdens de conferentie moeten er afspraken worden gemaakt over hoe hernieuwbare energie kan worden gestimuleerd. Hernieuwbare energie is energie uit waterkracht, biomassa, zon en wind en moet een bijdrage leveren om de uitstoot van CO2 te beperken. De conferentie moet ook invulling geven aan de afspraken die in Johannesburg (World Summit on Sustainable Development in 2002) zijn gemaakt. De Europese Unie heeft daar toen samen met een groep gelijkgezinde landen de Johannesburg Renewable Energy Coalition opgericht om hernieuwbare energie te bevorderen. De Europese Unie heeft zich tot doel gesteld om in 2010 12% hernieuwbare energie te produceren. Nederland zal tijdens het Europees voorzitterschap in de tweede helft van 2004 met een aantal initiatieven komen om hernieuwbare energie te stimuleren. Zo zal er op 19 en 20 oktober door de ministeries VROM, Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat een conferentie worden gehouden over duurzame mobiliteit en van 12-14 december organiseren de ministeries VROM en Buitenlandse Zaken de conferentie Energie voor Ontwikkeling. Van 30 september tot 1 oktober organiseert het ministerie van EZ een workshop over het stimuleren van windenergie.
Hoogwijk is op 12 maart gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op het onderzoek ‘On the global and regional potential of renewable energy sources’. Volgens de promovendus is windenergie bijna concurrerend met andere energiebronnen. Binnen 10 jaar kunnen wind en biomassa voldoende elektriciteit opwekken tegen lage kosten. Voor elektriciteit uit windenergie zijn de kosten momenteel al betrekkelijk laag. Als toekomstige energiebron heeft zonne-energie het grootste potentieel, stelt Hoogwijk, maar die bron is voorlopig niet op grote schaal tegen lage kosten beschikbaar. Zij denkt dat het tot 2050 kan duren voordat dat het geval is. Energie uit biomassa kan net als energie uit wind binnen enkele jaren goedkoop worden geproduceerd. De kosten van energie uit biomassa hangen vooral af van de technologische vooruitgang in de landbouw en de arbeidskosten.
In juni blijkt uit de resultaten van een aantal recente onderzoeken dat Nederland er met geen mogelijkheid in slaagt te voldoen aan zijn nationale en Europese doelstellingen voor de toepassing van duurzame energie. Het kabinetsbeleid op het gebied van duurzame energie schiet ernstig tekort. Zelfs als aan alle bestaande afspraken en beleidsvoornemens zou worden voldaan wordt de doelstelling van 5%, zoals neergelegd in de uitvoeringsnota Klimaatbeleid, niet gehaald. Hooguit 3% van de energiebehoeften voor transport, elektriciteit en verwarming zal worden gedekt door duurzame bronnen zoals windenergie, zonne-energie en omgevingswarmte. PDE denkt zelfs dat Nederland niet verder komt dan 1 of 2%.
Eind 2003 heeft Intomart in opdracht van Novem een onderzoek verricht naar de houding van Nederlanders ten opzichte van duurzame energie. Kern van de opdracht was een antwoord te krijgen op de vraag: Hoe denken Nederlanders over duurzame energie en hoe kunnen we hen beïnvloeden om meer gebruik te maken van duurzame energie toepassingen. Het onderzoek was een herhaling van een vergelijkbaar, in 2001 uitgevoerd onderzoek. De belangrijkste conclusies die in juli zijn gepresenteerd zijn: kennis en houding t.a.v. duurzame energie veranderen ten goede, maar het gedrag past zich moeizaam en te langzaam aan; de werkelijke bereidheid om offers te brengen voor het milieu is gering. Alles is goed, maar op veilige afstand van het eigen gezin en inkomen; zonne-energie en windenergie mogen zich verheugen in een hoge mate van populariteit. De consument verwacht veel meer actie van de overheid, maar deze wil de markt het werk laten doen; bio-energie wordt gezien als een goede duurzame energie optie, maar heeft te kampen met een gebrek aan kennis en informatie. Daar ligt een mogelijkheid bio-energie net zo geaccepteerd te krijgen als wind en zon. In de houding van Nederlanders ligt geen beperking meer om de toepassingen breedschalig te activeren.
Er is meer aandacht nodig voor de kansen en mogelijkheden voor een duurzame energievoorziening in woningen en gebouwen. In november krijgt VROM-staatssecretaris Van Geel een statement van deze strekking uitgereikt door vertegenwoordigers van een aantal vooraanstaande belangenorganisaties. In de zogeheten ‘Diligentiaverklaring’ zullen de organisaties Duurzame Energie Koepel, Projectbureau Duurzame Energie, Building Future (een samenwerkingsverband tussen ECN en TNO) en de Projectgroep Duurzame Energie (Projectontwikkeling Woningbouw) de staatssecretaris om meer actie vragen.