Biomassa |
Berichten uit 2004 |
Naar verwachting zullen de banken op 9 januari hun officiële goedkeuring geven aan het project Duurzame Energie Pluimveehouderij (DEP). Vervolgens zullen de aandeelhouders de financieringsvoorwaarden nog een keer beoordelen. Het DEP-project gaat formeel per 1 april 2004 van start. De aandeelhouders van de energiecentrale, waarin pluimveemest zal worden verwerkt, zijn Nuon, NCB Ontwikkeling, DEP, Austrian Energy &Environment en Eneco. De pluimveehouders zijn op de hoogte gebracht van de nieuwe startdatum van het DEP-project. De einddatum voor het project blijft 31december 2005 en vanaf 2006 moet de centrale beschikbaar zijn voor gebruik. Per1 januari is DEP omgedoopt tot BMC Moerdijk. BMC staat voor BioMassa Centrale. Om de leden pluimveehouders te informeren over de definitieve opzet van de centrale en de aanvoerorganisatie worden vier bijeenkomsten georganiseerd. Met Siemens wordt een startovereenkomst getekend zodat de bouwvoorbereidingen wel vanaf 1 januari kunnen beginnen. De werkzaamheden op de bouwlocatie gaan direct na de winterperiode van start.
EZ-minister Brinkhorst start in februari de Stuurgroep Bio-Energie Realisatie Koepel (BERK). BERK moet erop toezien dat de plannen voor meer duurzame energie uit biomassa ook echt uitgevoerd worden. De missie van BERK is om het aandeel van bio-energie aan de energieproductie fors te laten groeien. Bij de installatie benadrukte Brinkhorst het belang dat hij hecht aan samenwerking tussen natuurorganisaties, markt en overheid op het gebied van een duurzame energieproductie.
In februari meldt het ECN dat het instituut er in geslaagd is synthetisch aardgas te maken uit snippers van beukenhout. Een jarenlange studie is op laboratoriumschaal met succes bekroond. Volgens één van de onderzoekers is de kwaliteit van het gas zó hoog dat het direct het aardgasnet in kan. Het ECN claimt een wereldprimeur te hebben gescoord met het zogeheten ‘substitute natural gas’ (SNG) uit biomassa.
In het kader van het Novem-programma Nieuw EnergieOnderzoek (NEO) is een onderzoek uitgevoerd naar de status en het toekomstperspectief van het energieonderzoeksgebied ‘Vergassing van biomassa in superkritiek water’. Het rapport is geschreven door BTG en SPARQLE met medewerking met bijdragen van Universiteit Twente, ECN en TNO-MEP en in april gepubliceerd. Het energieonderzoeksbeleid in Nederland is door EZ vastgelegd in het EOS-rapport (EOS staat voor Energie Onderzoek Strategie). Alle energieonderzoeksthema’s zijn op basis van 2 criteria ingedeeld: 1. de bijdrage aan de duurzame energiehuishouding in 2030; en 2. de bestaande kennispositie in Nederland. Onderzoeksthema’s die op beide aspecten goed scoren zijn in 2002 als speerpunten benoemd.
In juli komt het Steunpunt Milieuvergunning Bio-energie naar buiten met het aanbod voor gemeenten en provincies om gratis ondersteuning te krijgen van deskundigen op het gebied van bio-energie. Gemeenten en provincies krijgen namelijk vaak vergunningaanvragen binnen voor bio-energie installaties, waarbij men niet altijd weet hoe zich als vergunningverlener op te stellen. Waar moet op worden gelet? En hoe kan er voor worden gezorgd dat een bedrijf snel duidelijkheid krijgt? SenterNovem is initiatiefnemer en organisator van het steunpunt. Zie ‘Kennis van collega’s’.
In de agrarische sector en voedingsmiddelenindustrie komen hoeveelheden organisch materiaal vrij die niet gebruikt worden voor menselijke consumptie. Nu wordt dat materiaal nog grotendeels afgevoerd naar de veevoederindustrie. Maar de reststromen kunnen, door vergisting, ook gebruikt worden voor het opwekken van warmte en elektriciteit. Een andere mogelijkheid is dat de stromen omgezet worden in zogenaamde biobrandstoffen, die minder schade aan het milieu toebrengen dan fossiele brandstoffen. Adviesbureau Grontmij heeft in opdracht van stichting Energie 2050 onderzocht welke industrieën geschikte reststromen voor vergisting produceren en de resultaten in juli gepresenteerd. In het onderzoek is niet alleen gekeken naar de samenstelling, maar bijvoorbeeld ook naar de beschikbare hoeveelheid materiaal. Het eerste vervolgonderzoek zal zich richten op de suikerindustrie, bierbrouwerijen, slachterijen en vleesverwerkers. Samen met de bedrijven wil Energie 2050 onderzoeken of het financieel aantrekkelijk is om bio-energie op te wekken uit hun restmateriaal. De stichting verwacht dat de mogelijkheden om bio-energie op te wekken de komende jaren zullen toenemen. Door een afnemende veestapel is er minder vraag naar reststromen als basis voor veevoeder. Tegelijkertijd is er, onder invloed van Europese richtlijnen, een groeiende vraag naar biobrandstoffen.
De Tweede Kamercommissie voor Financiën heeft 30 september 2004 in een besloten vergadering een wetsvoorstel tot wijziging van de accijnswet besproken, waarin het gaat om het opnemen van een vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag en de invoer van minerale oliën, andere dan koolwaterstoffen, die zijn bestemd voor gebruik als verwarmingsbrandstof. Door deze vrijstelling wordt de situatie van vóór 1 januari 2004 hersteld toen deze producten niet aan accijns werden onderworpen. In de memorie van toelichting bij het voorstel van wet implementatie richtlijn Energiebelastingen is gesteld dat, in overeenstemming met de Aanwijzingen voor de Regelgeving, de richtlijn in beginsel minimalistisch zou worden geïmplementeerd en dat de wetgeving alleen zou worden aangepast indien de richtlijn dat vereist. Het voorgaande geldt eveneens voor de in de Wet belastingen op milieugrondslag opgenomen energiebelasting. Doordat de energiebelasting voor minerale oliën wordt geheven als ware zij een accijns, wordt voor de genoemde producten ook voor de energiebelasting een vrijstelling gerealiseerd en wordt ook voor die belasting de situatie van vóór 1 januari 2004 hersteld. De vrijstelling wordt ingevolge het Europese recht mogelijk als een steunmaatregel gezien die dan ook als zodanig vooraf ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Deze zal de maatregel vervolgens beoordelen op de vraag of het geoorloofde steun betreft (mede in het licht van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu). Omdat deze vrijstelling is gebaseerd op specifieke vrijstellingsbepalingen uit de richtlijn, verwacht het Ministerie van Financiën dat de goedkeuring zal worden verleend. Met dit voorstel wordt gedeeltelijk voldaan aan het verzoek van het productschap MVO en het productschap Tuinbouw. Dit voorstel is echter alleen van toepassing op het gebruik van vloeibare biomassa, bijvoorbeeld gebruikt frituurvet, in ketelinstallaties voor warmteopwekking. Op het toepassen van biomassa in bio-WKK-installaties die zijn gebaseerd op verbrandingsmotoren blijft vooralsnog accijnsheffing van kracht.
Volgens een persbericht van het CBS in september staat koolzaad opnieuw in de belangstelling. In 2004 is, voor het tweede jaar op rij, het koolzaadareaal sterk gestegen. In 2004 is op ruim 1600 ha koolzaad verbouwd. In 2003 was dit nog zo’n 950 hectare en in 2002 werd op slechts 480 hectare koolzaad geteeld. Ondanks een lichte daling van de opbrengst per ha, is de totale koolzaadproductie tweederde hoger dan in 2003. Hiermee is de verwachte oogst van koolzaad 5,6 mln. kilo. De provincie Groningen is veruit het grootste productiegebied voor koolzaad. De populariteit van koolzaad is vooral toegenomen doordat het gewas steeds meer wordt gebruikt voor de productie van alternatieve brandstoffen voor auto’s.
In oktober wordt het symposium ‘Krijgt koolzaad weer een kans in Nederland’ gehouden bij het Van Hall Instituut in Leeuwarden. De belangrijkste boodschap is dat Nederland achterblijft bij de stimulering van de teelt van koolzaadolie, die gebruikt wordt voor het maken van biodiesel. De Nederlandse overheid wil dat volgend jaar 2% van de brandstof in het verkeer bestaat uit de zogenaamde hernieuwbare brandstof. De doelstelling loopt daarna op tot 5,75% in 2010. Op het symposium wordt gesteld dat de overheid wel belooft dat ze het gebruik fiscaal zal stimuleren, maar er is tot nu toe nog niets besloten. De sector wacht op zo’n besluit voor ze overgaat tot grotere investeringen. Ook Tweede-Kamerlid J. Spies (CDA) heeft kritiek op het uitblijven van verdere stimulering van de koolzaaDTeelt. Zij is stellig in haar mening dat ‘de accijnzen op koolzaadolie op korte termijn naar nul moeten’ en stoort zich eraan dat het besluit wordt opgehouden doordat de regering elders accijnzen wil verhogen, als de accijns op koolzaadolie naar nul zou gaan. Spies hekelde de opstelling van de Nederlandse samenleving bij het gebruik van biobrandstoffen. Slechts 5% van de burgers is bereid meer te betalen voor de duurdere biobrandstoffen.
Minister Veerman van het ministerie van Landbouw laat in november tijdens het door de Rabobank georganiseerde congres ‘Akkerbouw met een nieuwe horizon’, weten werk te gaan maken van de stimulering van biobrandstoffen uit landbouwgewassen. De grootschalige teelt van koolzaad en andere oliehoudende gewassen kan de akkerbouw in het Noorden nieuw toekomstperspectief bieden. Ook andere sprekers achten de stimulering van biobrandstoffen van essentieel belang voor de sector. Frankrijk, Groot-Brittannië en vooral Duitsland zijn al verder in de ontwikkeling en het gebruik van biobrandstoffen. Veerman wil zich op drie speerpunten richten: (wetenschappelijk) onderzoek, belastingmaatregelen en extra geld voor concrete projecten. Bijvoorbeeld een algehele accijnsvrijstelling voor biobrandstoffen. Tot dusver gaat de Nederlandse overheid niet verder dan het lage, ‘groene’ accijnstarief. Vooral in Duitsland heeft het gebruik van biobrandstoffen een enorme vlucht genomen sinds de regering de accijns daarop afschafte. Door het hele land kan bij honderden pompstations biodiesel getankt worden, de productie en verwerking biedt inmiddels tienduizenden mensen werk en de afzet bereikt binnen afzienbare tijd een mln. ton per jaar. Behalve een accijnsvrijstelling wil Veerman ook onderzoek in gang zetten naar een ‘bio-based economy’ in Nederland. Tot slot moet het gebruik van biobrandstoffen ook worden ondersteund vanuit het project Energy Valley, dat het noordelijke energiecluster rond de Gasunie moet ontwikkelen tot hét Europese kenniscentrum op energiegebied.
SenterNovem heeft een prijslijst biobrandstoffen ontwikkeld en in november een daarbijbehorende internet site gelanceerd. De lijst is bedoeld om aan iedere belanghebbende voldoende inzicht te geven in de prijzen en prijsontwikkelingen van deze brandstoffen, mede gelet op de wet Milieu Kwaliteit Elektriciteitsproductie 1 juli 2003 van kracht is geworden. Voor de elektriciteitsproductie middels de inzet van biobrandstoffen kan namelijk een vergoeding worden gegeven. De hoogte van deze vergoeding wordt voor een belangrijk deel bepaald door de prijs van de in te zetten brandstoffen. Typische stromen zijn diermeel, pluimveemest, snoeihout, mest, A-hout, sloophout, bio-olie, cacaobonen pindadoppen, pitten, zonnebloemkaft, vetten, rioolslib, kunststoffracties, etc.
Wim van Swaaij, hoogleraar chemische proceskunde aan de Universiteit van Twente, wordt in november bekroond met de gerenommeerde Koninklijke/Shellprijs. Van Swaaij stond aan de wieg van de roterende konusreactor, een machine die van plantaardige materie olie maakt. Volgens hem is de ‘aaibaarheid’ van biomassa, gewassen die worden verbrand voor de energievoorziening, kleiner dan die van zon en wind. Van Swaaij’s draaiboek komt rechtstreeks uit het lab: in de machine wordt organisch materiaal gegooid, de hitte (tot 600 °C) wordt afgegeven aan een bed van zand, de dampen die vrijkomen condenseren tot bio-olie. De aldus ontstane mineralen worden gescheiden en kunnen weer in de grond worden gestopt. Het zogenaamde snelle pyrolyse is een uitvinding van de laatste 15 jaar.
In het op 1 december openbaar gemaakte proefschrift van NWO-promovendus Veronika Domburg is onderzocht hoe gewassen multifunctioneel gebruikt kunnen worden. Door gewassen zowel voor energie als voor andere producten te gebruiken, wordt energie uit biomassa 5 keer goedkoper. Bovendien kunnen multifunctionele biomassasystemen een grotere rol spelen in de vermindering van broeikasgasemissies met een factor 5. Dornburg bestudeerde vele methodes en case studies voor multifunctioneel biomassagebruik. De verzamelde kennis is van belang voor het besluitvormingsproces omtrent het energie- en klimaatbeleid en de aanstaande herstructurering van landgebruik in (Oost-)Europa. Uit de economische evaluatie van grootschalige toepassingen van multifunctionele biomassasystemen blijkt dat de interacties tussen land-, materiaal- en energiemarkten een grote rol spelen en dat op dit gebied meer onderzoek nodig is. Gewassen als tarwe, hennep of populieren zijn een goede bron voor energie uit biomassa. Behalve energie leveren deze gewassen ook andere producten op. Zo kan wat er overblijft van tarwe na het oogsten van de graankorrels dienen als energiebron door verbranding in een biomassacentrale. Hennep biedt naast energie ook vezels voor vezelversterkte kunststoffen en textiel. Populierenhout geeft de mogelijkheid tot recycling van restmaterialen en het gebruik van deze restmaterialen tot energie. In verschillende stappen kan een populier verwerkt worden tot bijvoorbeeld pallets en vezelplaten en vervolgens tot methanol of elektriciteit.