Wind op zee

Berichten uit
2004

Vanaf januari tot en met 4 februari liggen de ontwerpbesluiten Near Shore Windpark (NSW) ter inzage. In deze periode kunnen bedenkingen tegen de ontwerpbesluiten naar voren gebracht worden. Het geplande Near Shore Windpark betreft een demonstratieproject op minimaal 8 kilometer uit de kust ter hoogte van de kuststrook tussen Castricum en Egmond aan Zee. Het park zal bestaan uit 36 permanente 2,75 MW windturbines. Er zijn vergunningen vereist van de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, en een vergunning op basis van de wet milieubeheer. De ontwerpbesluiten liggen ter inzage op de gemeentehuizen en bibliotheken van Bergen, Alkmaar, Castricum en Heiloo en bij de ministeries van EZ, VenW, VROM en LNV.

E-Connection, een projectontwikkelaar van windparken, meldt in januari dat er op 25 kilometer van de kust voor IJmuiden een windmolenpark met 60 windturbines komt. Het windpark moet vanaf 2005 operationeel zijn. De directeur van E-connection wijst erop dat het park aan belangrijke milieueisen voldoet: vrij uitzicht vanaf het strand en buiten de vogelroutes. Alle vergunningen voor bouw en exploitatie zijn rond. Er is alleen nog onduidelijkheid of een fiscale regeling van de overheid ook toepasbaar is voor een windpark dat zo ver uit de kust ligt.

Onderzoekers van de Wageningse en Utrechtse Universiteiten zeggen in februari dat grootschalige winning van windenergie op de Noordzee het klimaat langs de Nederlandse kust kunnen beïnvloeden. De aanleg van grote windmolenparken voor de Noordzeekust leidt ertoe dat het in de kustplaatsen minder gaat waaien en regenen. In 2020 zouden er genoeg molens moeten staan om 6000 MW per jaar te leveren. Klimaatverandering zou pas optreden als er windmolens geplaatst zijn die een gezamenlijke capaciteit van 25.000 tot 50.000 MW hebben. De onderzoekers verwachten ook dat de golfslag op de kust zal afnemen. Daarmee kunnen de kosten voor dure zandsuppleties worden verminderd. Er is echter nog veel onderzoek nodig om verdergaande conclusies te kunnen trekken.

De V&W-staatssecretaris verleent in maart een vergunning voor het plaatsen van 36 windturbines in de Noordzee tussen Egmond en Castricum, circa acht kilometer uit de kust. Dit zogeheten Near Shore Windpark (NSW) wordt in 2005 gebouwd door een consortium onder supervisie van Shell en Nuon. De turbines krijgen ieder een vermogen van 2,75 MW en zullen worden uitgerust met mistsignalering en signaleringen voor het vliegverkeer. Er waren diverse bezwaren tegen de bouw van het offshore windmolenpark, zoals horizonvervuiling en sterfte onder vogels door de rotorbladen van de turbines. De staatssecretaris vindt de schade aan het landschap en de natuur echter aanvaardbaar, omdat duurzame energieopwekking op zee van groot maatschappelijk nut is.

In april wordt de Nota Ruimte gepresenteerd. In de Nota staat onder meer dat provincies en gemeenten een grens moeten trekken om de kustplaatsen waarbuiten in principe een bouwverbod geldt. Voor locaties op zee streeft het kabinet naar een opwekkingsvermogen van 6000 MW windenergie in 2020, naast de 1500 MW op het land. Daarvoor zijn binnen de 12-mijlszone plaatsen voor Egmond, IJmond en de Rotterdamse Haven aangewezen. Buiten deze zone mogen windturbines staan, met uitzondering van wingebieden van bouwgrondstoffen, scheepvaartroutes en defensieoefenterreinen. De 5 ecologisch waardevolle gebieden in de territoriale wateren zijn niet uitgesloten als bouwlocatie als er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van groot openbaar belang. Het Rijk beslist in deze gebieden of de bouw is toegestaan.

ECN sluit in mei met de presentatie van het rapport ‘Offshore Wind energy: the Road to Maturity’ het E.E.T.-project Dutch Offshore Wind Energy Converter (DOWEC) na 4 jaar af. De resultaten van het onderzoek zijn zeer positief maar toch blijven veel onzekerheden bestaan. Het DOWEC-project is uitgevoerd met E.E.T.-subsidie van het Ministerie van EZ, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Meer informatie over het DOWEC-project, een samenwerkingsproject van de partners ECN, Technische Universiteit Delft, Ballast Nedam, Van Oord ACZ, LM Glasfiber en de penvoerder NEG Micon Holland staat op de website.

EZ-minister Brinkhorst vraagt de Tweede Kamer in juli extra tijd om de vergunningverlening voor windturbineparken op zee rond te krijgen. De minister verwacht de Kamer in september verder te kunnen informeren. Oppositiepartij PvdA klaagde eerder dat investeerders in offshore windmolenparken zich terughoudend blijven opstellen door de stroperige besluitvorming rond het vergunningenstelsel voor de parken. Nederland dreigt hierdoor bedrijvigheid mis te lopen, omdat omringende landen wel vaart zetten achter de ontwikkeling van de parken, aldus PvdA-kamerlid Diederik Samsom.

De Raad van State heeft in juli het vergunningenstelsel voor de plaatsing van off-shore windparken met een negatief advies aan het kabinet teruggestuurd. Een eenduidig beleid voor windenergie op zee lijkt daardoor nog niet te bestaan. De Nederlandse windindustrie krijgt hierdoor een flinke terugslag en zal volgens belanghebbenden investeerders afschrikken. Er zijn tot nu toe twee vergunningen afgegeven voor offshore windparken. Op 11 kilometer uit de kust bij Egmond gaan Shell en Nuon bouwen aan een park met 36 windturbines, en op 24 km uit de kust van IJmuiden gaat EConnection een park van zestig turbines bouwen. Na deze twee vergunningen is het proces stil gevallen. Sinds eind 2001 heeft de Nederlandse overheid geen vergunningaanvragen meer in behandeling genomen, in afwachting van een wijziging van de Wet Beheer Rijkswaterstaatwerken en een nieuw vergunningenstelsel. Dat laatste is nu dus door de Raad van State afgekeurd.

Het windpark voor de kust van IJmuiden (Q7-WP) zal pas vanaf de zomer van 2006 stroom aan het net leveren. Aanvankelijk zouden de windmolens al in 2005 gaan draaien, maar dan begint de bouw pas. De vertraging heeft te maken met het feit dat projectontwikkelaar E-Connection de financiering niet rond kon krijgen, omdat een aantal investeerders afhaakte. De totale investering in het park bedraagt € 287 miljoen. De investeerders Econcern en EIH maakten in december bekend alle rechten en vergunningen te hebben overgenomen en daarmee komt de realisatie van het windpark weer in zicht. Het windpark van 120 MW moet genoeg stroom leveren voor 125.000 huishoudens en komt 23 kilometer voor de kust bij IJmuiden te liggen. Ook Shell en Nuon werken aan een windpark voor de kust van Egmond. Dat staat veel dichter bij land dan de windturbines van Econcern en EIH.



Terug naar thema Duurzame energie 2004