CO2- en NOx-emissiehandel |
Berichten uit 2005 |
Het Ministerie van VROM meldt op 7 januari dat de Nederlandse Emissieautoriteit aan 164 bedrijven een vergunning heeft verleend voor de emissie van CO2. Het emissiehandelsregister waarin de transacties met betrekking tot deze emissierechten worden geregistreerd is sinds januari operationeel. Uiterlijk 28 februari zullen de rechten zijn verleend zijn en kunnen deze worden overgedragen. Optimisten voorspellen dat er jaarlijks miljarden euro’s met de emissiehandel gemoeid zullen zijn. Voorzichtigere schattingen gaan in de richting van zo’n € 500 mln/jaar. Ten aanzien van de manier waarop en de voorwaarden waaronder de CO2-emissierechten zelf kunnen worden overgedragen, blijkt in de praktijk echter nog op niet alle punten duidelijkheid te bestaan.
De ministerraad heeft op voorstel van VROM-staatssecretaris Van Geel en EZ-minister Brinkhorst in februari besloten dat bedrijven vanaf eind 2005 ook emissierechten kunnen aankopen in ontwikkelingslanden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Ook kunnen bedrijven vanaf 2008 gelimiteerd (8%) emissierechten kopen in industrielanden buiten Europa. Het Europese emissiehandelssysteem, dat dit jaar van start is gegaan, richtte zich aanvankelijk alleen op de handel van emissierechten binnen de Europese Unie. De limiet van 8% betekent dat bedrijven deze projecten voor maximaal 8% mogen gebruiken om hun emissies terug te dringen. Andere emissiereducties moeten zij realiseren door maatregelen in eigen bedrijf of de aankoop van emissierechten binnen Europa.
Veel grote bedrijven laten in februari via de Raad van State weten ontevreden te zijn over de door VROM vastgestelde maxima voor de uitstoot van CO2. De grote energieproducenten Nuon, Essent, EPZ, Electrabel en E.on menen dat ze voor hun kolencentrales te weinig emissierechten hebben gekregen. Ook het chemische bedrijf DSM, aardappelverwerker Aviko, Gasunie, de cementindustrie ENCI, de universiteiten van Groningen en Utrecht en kleinere bedrijven als groenvoerdrogerijen en glastuinders protesteren tegen de toewijzing van de emissierechten. Deze vond echter plaats op aangifte van de bedrijven zelf. Groeiprognoses zijn meegerekend en de aangiftes van de bedrijven zijn door de overheid gecontroleerd. Als gevolg van het Kyoto-protocol, moeten bedrijven de uitstoot van CO2 afstemmen op de toegewezen hoeveelheid emissierechten. Bedrijven die minder CO2 uitstoten en dus emissierechten overhouden, mogen die te koop aanbieden aan producenten die te weinig rechten hebben. De uitspraak van de Raad van State wordt binnen een paar weken verwacht.
Het systeem voor emissiehandel voor stikstofoxiden (NOx) was oorspronkelijk gepland op 1 januari, maar start naar verwachting op 1 juli. Een aantal bedrijven had het monitoringsprotocol nog niet op orde. In het protocol wordt beschreven hoe de uitstoot van stikstofoxide gemeten moet worden en welke maatregelen een bedrijf zal nemen om de uitstoot te verminderen. Nederland mag volgens de door de Europese Commissie vastgestelde nationale plafonds in 2010 niet meer dan 260.000 ton aan stikstofoxide uitstoten. Bedrijven met installaties kleiner dan 30 MW thermisch vermogen die buiten het systeem willen blijven, moeten uiterlijk 4 maart een aanvraag voor ‘opt-out’ (ontheffing) indienen. De ontheffing is voorlopig alleen van toepassing op de eerste handelsperiode tot 1 januari 2008. Als een inrichting tussentijds groeit tot boven de 30 MW-grens, moet het alsnog een emissievergunning aanvragen, die nodig is om aan de emissiehandel mee te kunnen doen. Het bedrijfsleven, dat van meet af bij de besprekingen rondom de opt-out was betrokken, had graag een bovengrens van 40 ton gehad en is het ook niet eens met de beperking van de periode tot 2008. De invoering van het NOx-handelssysteem heeft grotendeels parallel gelopen met het handelssysteem voor CO2. Het ministerie van VROM heeft in februari echter prioriteit gegeven aan de invoering van de CO2-emissiehandel, omdat die moet voldoen aan Europese richtlijnen. De NOx-handel is daarentegen geen Europese verplichting.
Ongeveer 40 bedrijven die onder het CO2-emissierechtenstelsel vallen, hebben op 8 april van de Raad van State (RvS) gelijk gekregen in de zaak die zij hadden aangespannen over de handel in broeikasgassen. De bedrijven vinden dat ze te weinig emissierechten toegewezen hebben gekregen. De RvS stelt dat de regering bij de toewijzing van rechten niet met alle aspecten rekening heeft gehouden en was de toewijzing gebaseerd op de gemiddelde emissie van de jaren 2001 en 2002, waarvan alleen in gevallen als bijvoorbeeld groot onderhoud of calamiteiten kon worden afgeweken. Ook is aandacht besteed aan zowel bekende als onbekende nieuwkomers die na 2002 actief zijn geworden of zijn uitgebreid. Het blijkt dat de onbekende nieuwkomers minder kans maken op toewijzing van emissierechten. Volgens de RvS hebben de ministeries van VROM en EZ onvoldoende gemotiveerd waarom zij enkele bestaande bedrijven als ‘onbekende nieuwkomers’ beschouwen.
Al in oktober 2003 was door de VROM-staatssecretaris Van Geel en EZ-minister Brinkhorst het besluit genomen over de toewijzing van CO2-emissierechten. Van de 200 toewijzingen hebben vervolgens 50 bedrijven beroep ingesteld. In september wordt de einduitspraak van de RvS verwacht.
Het resultaat van 5 informatiebijeenkomsten van LTO (vereniging van regionale land- en tuinbouworganisaties), bezocht door 450 glastuinders, over de CO2-emissiehandel, is dat men gezamenlijk wil opereren in de handel van CO2-emissierechten. Ook geeft het merendeel van hen er de voorkeur aan om vanaf 2008 per gewas en per m2 te voldoen aan CO2-emissienormen. In 2008 mag de glastuinbouw gezamenlijk niet meer dan 6,5 Mton CO2 uitstoten; bij groei in areaal mag dat uitgroeien naar 7,1 Mton.
LTO Noord denkt eind mei dat tuinders nog niet bereid zijn om tekenen voor het zogenaamde OCAP-project (‘organic CO2 for the assimilation in plants’). In dit project wordt CO2 geleverd door Shell Pernis aan tuinders in het Westland, Zuid-Holland. De voorwaarden voor de levering van industriële CO2 is volgens LTO Noord echter op dit moment nog onvoordelig voor de tuinbouw, omdat er enige onzekerheid is over de emissierechten van CO2. De tuinders moeten betalen voor de geleverde CO2, terwijl de hoeveelheid die Shell daardoor niet hoeft te lozen ten goede komt aan dat bedrijf. Shell heeft herhaaldelijk laten weten niets te zien in verdeling van de rechten. LTO Noord acht de kans groot dat het project niet doorgaat, omdat de kosten voor de CO2 mogelijk hoger worden dan het stoken van aardgas. De projectleiding van OCAP gaat er echter van uit deze zomer te kunnen beginnen met de levering van het kooldioxidegas. Het leidingnet wordt in ieder geval volgens planning aangelegd.
De Europese Commissie (EC) zal eind juni een evaluatie van het Europese systeem voor emissiehandel (‘Emission Trading System’ of ETS) publiceren. De inhoud van die publicatie kan op termijn leiden tot een herziening van de richtlijn voor emissiehandel, inclusief een uitbreiding van het systeem naar nieuwe sectoren en uitstootgassen. Als een eerste stap is de Commissie van plan via het internet een enquête te houden onder 500 belanghebbenden. Volgens de Commissie omvat de evaluatie veel verschillende onderdelen zoals het functioneren van de markt, de harmonisatie van allocatiemethoden, de behandeling van nieuwe toetreders en de haalbaarheid van het uitbreiden naar nieuwe sectoren en uitstootgassen. Eventuele aanpassingen van de richtlijn die kunnen voortvloeien uit het onderzoek worden volgens de EC pas van kracht vanaf de derde handelsperiode, startend in 2013.
Eind juli ziet het er naar uit dat met de komst en de groei van de Oosteuropese markt de CO2-markt volwassen is geworden. In het afgelopen halfjaar is de prijs voor emissierechten gestegen tot bijna € 30/ton, bijna 5 keer zo hoog als in januari. Maar in de afgelopen week zijn de rechten bijna 20% minder waard geworden. De directe aanleiding voor de fikse prijsdaling ligt in Oost-Europa. Atlantik in Tsjechië is de eerste Oost-Europese makelaar op deze markt.
De handel in CO2-uitstootrechten is dit jaar sterk gestegen. In juli werden bijna 28,5 miljoen uitstootrechten verhandeld tegenover krap 6,5 miljoen rechten in januari. Een groeiend deel van de rechten wordt via de verschillende emissiebeurzen en -handelsplatforms verhandeld. In januari werden alle contracten onderhands verhandeld. In juli ging al meer dan de helft van de handel via de beurs.
De European Climate Exchange (ECX) heeft zich in nauwelijks drie maanden tijd opgewerkt tot de grootste emissiebeurs in Europa. De eerste maand werd er voor 1 miljoen ton aan CO2-rechten verhandeld, de derde maand was dat al rond de 12 miljoen ton. Sinds 22 april is op de ECX in totaal al ruim 19 miljoen ton aan emissierechten verkocht. Volgens een woordvoerder van de ECX vindt ongeveer 75% van alle beurshandel in emissierechten plaats via hen. In totaal is de handel op de ECX goed voor 31% van alle CO2-handel, inclusief de bilaterale OTC-contracten (OTC staat voor Over The Counter).
Volgens een bericht in het Financiële Dagblad begin augustus verdienen energieproducenten miljarden aan uitstootrechten voor CO2, die zij gratis hebben ontvangen. EZ vindt het echter redelijk dat elektriciteitsproducenten een deel van de CO2-prijs doorberekenen in de elektriciteitsprijs. De rechten zijn gratis toegekend en dat moet worden aanvaard. Het gevolg is wel dat sinds de invoering van de handel in CO2-emissierechten in de EU begin dit jaar, de elektriciteitsprijzen in Europa fors zijn gestegen. Marktwaarnemers en handelaren wijzen erop dat een en ander enorme ‘windfall profits’ oplevert voor de stroomproducenten. Sommige bedrijven, zoals de Nederlandse energieproducenten Nuon en Essent, ontkennen dat zij de CO2-prijs doorberekenen in de elektriciteitsprijs. Volgens de European Climate Exchange (ECX), het grootste CO2-handelsplatform in Europa, is de doorberekening in feite ook de bedoeling van het systeem. CO2 is nu eenmaal een van de componenten die de kostprijs van elektriciteit beïnvloeden. Wel stelt de ECX dat de uitstootrechten niet zonder meer gratis moeten worden toegekend aan de energiebedrijven. In de toekomst moet naar alternatieven gekeken worden zoals bijvoorbeeld het veilen van rechten.
Eind september verschijnt een ECN-rapport (CO2 price dynamics: The implications of EU emissions trading for the price of electricity) waarin wordt gesteld dat in Nederland, Duitsland, Frankrijk en België de elektriciteitsproducenten de prijs van CO2-rechten in hun stroomprijzen doorberekenen, ook al hebben ze die rechten grotendeels gratis verkregen. Dit was het rapport waarop EZ-minister Brinkhorst, die ook de opdrachtgever was, zich eerder baseerde bij zijn antwoorden op Kamervragen over de werking van het Europese emissiehandelssysteem (ETS of Emissions Trading System). Uit het onderzoek blijkt dat gemiddeld de prijs van de rechten voor 40-70 procent wordt doorberekend. Nog een opmerkelijke conclusie is dat het ETS een prijsbodem legt in de spothandel voor elektriciteit. Dit komt omdat elektriciteitsproducenten geen elektriciteit zullen bieden voor een prijs die ligt onder de marktprijs van de CO2-rechten die voor de productie van de elektriciteit nodig zijn. Het is dan voordeliger de rechten zelf te verkopen. Een hogere prijs voor de rechten impliceert dus onmiddellijk een hogere bodem in de spotprijzen van elektriciteit. Het rapport is ook zeer kritisch over de keuze die is gemaakt om de emissierechten gratis weg te geven. EZ-minister zag hierin de enige mogelijkheid om het ETS politiek geaccordeerd te krijgen. Volgens het rapport heeft dat echter wel gezorgd voor een grove weeffout in de opzet van het ETS. Als voorbeeld wordt in het rapport genoemd dat het weggeven van rechten het aantrekkelijk maakt om juist CO2-intensieve vormen van elektriciteitsopwekking te bouwen. Hoewel ook veilen geen ideale allocatiemethode is, heeft deze wel ten minste vier voordelen boven het gratis weggeven: (a) de elektriciteitsproducten genereren geen ‘windfall profits’; (b) elektriciteitsproducten krijgen daadwerkelijk een prikkel om CO2-zuinig te produceren; (c) overheden kunnen de opbrengsten van de veiling gebruiken om de nadelen te compenseren van een verhoging van de elektriciteitsprijs door het inprijzen van de CO2-rechtenprijs; (d) bestaande partijen en nieuwe toetreders worden hetzelfde behandeld.
Tijdens een EU-vergadering meldt VROM-staatssecretaris Van Geel half oktober dat bedrijven, die weinig CO2 uitstoten, eigenlijk niet mee hoeven doen met de handel in emissierechten. De Europese Unie moet hiervoor dan wel de regels aanpassen. Het probleem is dat zelfs bijvoorbeeld grote kassen onder het systeem vallen en voor zulke bedrijven zou het systeem van emissiehandel teveel papieren rompslomp en kosten met zich meebrengen. De Europese Commissie reageerde echter niet enthousiast op het verzoek van Van Geel en zegde alleen toe er nog eens naar te kijken.
Een alliantie van vier bedrijven zal vanaf november spothandel van CO2-emissierechten aanbieden via een elektronisch platform. In de spothandel kunnen via de elektronische weg emissierechten van eigenaar wisselen. De Nederlandse APX en de Britse UKPX treden op als ‘clearingpartners’. De alliantie bestaat uit New Values en STX Services (beide Nederlands) Sendeco2 (Spaans) en Vertis Environmental Finance (uit Tsjechië).