Energiemarkt |
Berichten uit 2005 |
EZ-minister Brinkhorst en zijn Belgische collega minister Verwilghen spreken op 7 maart middels een Memorandum van Overeenstemming (MOU) af dat ze zich zullen inspannen voor een Europese energiemarkt. Het MOU treedt per direct in werking en heeft als doel om de onderlinge samenwerking en interconnectie op elektriciteitsgebied tussen beide landen te verbeteren. Tegelijk wordt een overeenkomst tussen België en Frankrijk gesloten. Deze overeenkomsten bieden een goede basis om de obstakels voor een regionale Europese elektriciteitsmarkt aan te pakken. Door middel van het MOU wordt een forum opgericht, waarin de netbeheerders, overheden en toezichthouders vertegenwoordigd zijn. Tijdens een eerste bijeenkomst (in het voorjaar van 2005) met Nederland, België, Frankrijk en Luxemburg worden per obstakel werkgroepen ingesteld. De MOU loopt vooruit op de komende Europese richtlijn voor de Voorzieningszekerheid van elektriciteit. Het sluit ook direct aan bij het initiatief van de Europese Commissie om regionale markten te structureren en obstakels voor marktwerking weg te nemen. Nederland heeft enkele jaren geleden al met Noorwegen een MOU gesloten. Ook met Duitsland wordt momenteel intensief gesproken over betere samenwerking ter optimale benutting van de interconnectoren.
De Europese Commissie (EC) wil het liefst nog vóór het einde van juli van zoveel mogelijk partijen commentaar ontvangen op de stand van zaken binnen de Europese gas- en elektriciteitsmarkt Op basis van de commentaren zal de EC het jaarlijkse rapport opstellen over de markt tegen het einde van 2005. De Europese Commissie zal zich dit keer niet alleen richten op het vergelijken van de lidstaten, maar vooral aangeven of er meer acties moeten komen om tot een Europese energiemarkt te komen.
De Europees Commissaris van Mededinging Kroes, is in juni een breed onderzoek begonnen naar kartelpraktijken in de retailbanken-, de verzekerings- en de energiemarkt in de Europese Unie. In de energiemarkt valt de klemtoon op de grote continentale markten voor gas- en elektriciteit in landen als Frankrijk en Duitsland. Grootverbruikers klagen daar over hoge tarieven en onvoldoende mogelijkheden om van aanbieder te veranderen. Het onderzoek moet eind 2006 zijn afgerond. De Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) hoopt dat het onderzoek belemmeringen voor marktwerking zal blootleggen en vertrouwt er op dat de Europese Commissie (EC) aanbevelingen hiermee marktbelemmerend gedrag van bedrijven zal aanpakken.
Eurostat maakt in augustus melding van de gebrekkige opening van de gasmarkten in de Europese Unie, vooral veroorzaakt door een gebrek aan integratie van de nationale markten. Zonder handel via grensoverschrijdende verbindingen kunnen de gevestigde spelers hun positie makkelijk verdedigen. De Europese gasmarkt moet volgens een Europese verordening geheel geopend zijn op 1 juli 2007. Anno 2005 is 57 % van de gasmarkt ‘open verklaard’ in de EU-25 en 74% in de EU-15. De opening van de markt en de mate van concurrentie is het best ontwikkeld in Groot-Brittannië, Nederland, Ierland, Italië en Spanje. De meeste leveranciers zijn geregistreerd in Duitsland en Italië, op grote afstand gevolgd door Spanje en Polen. In veel nationale gas consumenten markten is er nog sprake van dominantie van een of enkele spelers, met uitzondering van Duitsland, Spanje en Nederland. Nederland komt in dat rijtje niet voor omdat het volgens Eurostat 24 leveranciers telt, waarvan er 4 een marktaandeel hebben van meer dan 5 procent. Die 4 leveranciers tezamen hebben een gezamenlijk marktaandeel van ruim 65 %.
Terwijl België slechts twee stroomproducenten kent, Electrabel en SPE, zijn er volgens cijfers van Eurostat uit 2003 in Nederland 87 stroomproducerende partijen actief. In de 25 landen van de Europese Unie heeft alleen Noorwegen meer stroomproducerende bedrijven dan Nederland, namelijk 160. Andere landen met veel stroomproducerende partijen zijn Italië (79 partijen) en Duitsland (60 partijen). Veel van de stroomproducerende partijen in ons land en de andere genoemde landen zijn eigenaren van WKK-installaties. Het aantal partijen dat in de verschillende Europese landen stroom verkoopt, varieert enorm: van 940 bedrijven in Duitsland tot maar één leverancier in Cyprus, Malta en Letland. In Nederland zijn 42 verkopers van elektriciteit actief.
Half november worden de resultaten bekend van een door Europees commissaris Kroes (Concurrentie) geïnitieerde enquête onder ongeveer 3000 medewerkers van elektriciteits- en gasbedrijven. De Eurocommissaris constateert dat er weinig concurrentie is tussen de bedrijven en verstoring van een vrije energiemarkt: moeilijk toegankelijk voor nieuwe bedrijven; moeizame grensoverschrijdende levering; een paar grote producenten hebben een te grote invloed op de stroomprijs; en het merendeel van de contracten is nog steeds gekoppeld aan de olieprijs. Kroes zal de ministers van Energie van de EU-landen er op aanspreken bij een vergadering 1 december in Brussel, daarna een rapport presenteren en een inspraakronde openen. Eurocommissaris Piebalgs (Energie) kondigde aan scherper te zullen controleren of lidstaten de Europese energieregels toepassen. Hoewel de EU-landen in 2002 al de afspraak maakten dat de import ongeveer 10% van het verbruik moet kunnen zijn, is daar nog nauwelijks iets van terecht gekomen.