Milieubeleid |
Berichten uit 2005 |
Het Europees Hof van Justitie heeft half april de Nederlandse regering in 3 rechtszaken over milieuwetgeving op de vingers getikt, omdat het te laat Europese richtlijnen heeft omgezet in nationale wetten. De rechtszaken zijn aangekaart door de Europese Commissie. De kwesties hebben onder meer betrekking op gevallen van luchtvervuiling. Daarbij gaat het om de uitstoot van onder andere roetdeeltjes en stikstofdioxide (NO2). De ministeries van Landbouw en VROM zeggen bezig te zijn om de Europese regels alsnog te implementeren.
Voorstellen van VROM-staatssecretaris Van Geel om de luchtverontreiniging terug te dringen zijn beoordeeld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het RIVM concludeert in april dat de voorgestelde maatregelen niet ver genoeg gaan. Van Geel wil voor dieselauto’s roetfilters verplicht stellen, maar dat leidt volgens het RIVM nauwelijks tot minder luchtvervuiling en zal Nederland ook niet helpen om alsnog te voldoen aan Europese normen. Nederland mag sinds begin dit jaar geen snelwegen meer uitbreiden en geen nieuwe woonwijken aanleggen omdat de Europese normen al worden overtreden. Het RIVM heeft ook de milieumaatregelen van PvdA, GroenLinks en SP doorgerekend. Hoewel ook die niet voldoen komen ze wel dichter in de buurt van de Europese criteria.
De Europese Commissie (EC) meldt begin juni het gebruik van partikelfilters (of roetfilters) op dieselwagens vanaf 2010 te willen verplichten. De EC hoopt met de maatregel op een betere luchtkwaliteit, terwijl de autosector ook concurrentie motieven heeft. De Japanse merken met een roetfilter blijken namelijk goed te verkopen. Dieselmotoren verbruiken relatief weinig brandstof, maar ze stoten wel kankerverwekkende roetdeeltjes uit. Sinds begin dit jaar is er een Europese limiet op de uitstoot van stofdeeltjes. Het blijkt echter dat die limieten in alle stedelijke gebieden meer dan de toegestane 35 dagen worden overschreden.
De V&W-minister Peijs meldt half juni aan de Tweede Kamer dat de Nederlandse regering bij de Europese Commissie zal aandringen op een overgangsregeling voor landen die niet op tijd aan de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn kunnen voldoen. Voorwaarde is wel dat een land alles doet ‘wat redelijkerwijs nationaal mogelijk is’ om de richtlijn te halen. Nederland kan de eisen uit de richtlijn weliswaar halen, maar niet zo snel als Brussel wil. De minister toont zich daarmee optimistischer dan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat onlangs waarschuwde dat de kabinetsmaatregelen niet toereikend zijn om de normen te halen. De norm voor fijn stof, het grootste Nederlandse probleem op het gebied van luchtkwaliteit, moet volgens Peijs op korte termijn worden aangepast om deze ‘uitvoerbaar en werkbaar’ te maken.
Eind juni worden de resultaten gepresenteerd van een Europees online onderzoek dat TNS, waarvan NIPO (Nederlands Instituut voor de Publieke Opinie en het Marktonderzoek) onderdeel uitmaakt, in maart van dit jaar uitvoerde in Nederland, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje. In het onderzoek werden inwoners van deze landen gevraagd naar hun mening over een aantal milieuvraagstukken. 70% vreest dat het eerst tot een wereldwijde milieuramp moet komen, voordat burgers en overheden daadwerkelijk in actie komen om de milieuproblemen op te lossen. In Nederland deelt 64 procent van de ondervraagden deze angst, in Engeland en Frankrijk loopt dit percentage zelfs op tot 79%. 59% van de ondervraagden ziet het meest in een internationale aanpak om de belasting van het milieu terug te dringen: ‘s werelds grootste vervuilers moeten via strenge internationale wetgeving aan banden worden gelegd. Slechts 9% van alle ondervraagden denkt dat het milieu het best kan worden beschermd door op nationaal niveau actie te ondernemen. Nog eens 14% gelooft dat het meest kan worden bereikt als individuele personen hun verantwoordelijkheid nemen en het milieu minder belasten. Wel denkt 65% van de ondervraagde Europeanen dat de wereld ook over vijftig jaar nog veilig en leefbaar zal zijn, mits we nu actie ondernemen. 28% van de ondervraagde Nederlanders is zelfs van mening dat de schade aan het milieu ook nog omkeerbaar zal blijken te zijn als we pas over vijf tot tien jaar tot actie overgaan (tegen gemiddeld 16% van alle Europeanen). Er zijn ook iets meer Nederlanders die vinden dat alle media-aandacht voor het milieuvraagstuk overdreven is en dat het allemaal wel meevalt (12% tegen gemiddeld 6% bij de Europeanen). 9% van de Europeanen is ervan overtuigd dat het hoe dan ook niet meer goed komt met het milieu. Alle Europeanen zijn het erover eens dat er nationaal meer gedaan moet worden om vervuiling tegen te gaan en te investeren in duurzame energie. Andere opvallende onderzoeksresultaten 1% van alle ondervraagde Europeanen denkt dat er helemaal geen actie ondernomen hoeft te worden om milieuproblemen op te lossen. 31% van alle ondervraagde Europeanen vindt dat de overheid vooral aandacht moet besteden aan maatregelen op het gebied van duurzame energie. 26% ziet graag dat de regering zich vooral richt op het terugdringen van milieuverontreiniging. De cijfers voor Nederland volgen dezelfde trend. De overheid hoeft zich van de Europeanen iets minder bezig te houden met de volgende maatregelen: het recyclen van afval (10%), het stimuleren van energiebesparing in huishoudens en bedrijven (10%), het bevorderen van groen reizen en het verbeteren van het openbaar vervoer (11%),. het beschermen van natuurgebieden (10%) 29% van de ondervraagde Europeanen vindt dat het eigen land slecht scoort op milieugebied. Dit percentage is het hoogst in Italië (59%) en Spanje (43%) en het laagst in Nederland (10%) en Duitsland (11%). In deze beide landen is men redelijk tevreden met wat er in eigen land aan de milieuproblematiek wordt gedaan.
De Europese Commissie heeft begin juli12 lidstaten een definitieve schriftelijke waarschuwing gestuurd wegens het niet omzetten in nationale wetgeving van een EU-richtlijn (Strategische Milieubeoordelingsrichtlijn) inzake de beoordeling van de milieueffecten van een hele reeks plannen en programma’s (bijvoorbeeld m.b.t. landgebruik, wegenaanleg of afvalbeheer). De nationale wetgevingen hadden moeten zijn vastgesteld op 21 juli 2004. De betrokken lidstaten zijn Oostenrijk, België, Cyprus, Griekenland, Spanje, Finland, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Portugal en Slowakije. Het doel van de EU-richtlijn is om te garanderen dat de nationale overheden de milieueffecten onderzoeken van plannen en programma’s voordat ze die goedkeuren. De richtlijn levert daarmee een bijdrage aan een beter beheer van schaarse natuurlijke hulpbronnen en reduceert eventueel schade aan het milieu.